Kortingen pensioenfondsen: 68 pensioenfondsen rapporteren aan DNB een korting per 1 april 2013

Nieuwsbericht
Datum 19 februari 2013

In totaal 68 pensioenfondsen hebben in hun rapportage aan de Nederlandsche Bank (DNB) aangegeven per 1 april 2013 te moeten korten op de pensioenen. De korting op de pensioenen is noodzakelijk om eind 2013 voldoende hersteld te zijn. Dat wil zeggen om uit herstel te zijn, moeten pensioenfondsen eind 2013 een dekkingsgraad van minimaal ongeveer 105% hebben. De kortingen treffen niet alleen gepensioneerden; ook de opbouw van werkende deelnemers wordt verlaagd.

Korten in cijfers
Van de 415 pensioenfondsen in Nederland hebben 68 fondsen aangegeven op basis van de financiële situatie op 31 december 2012 over te moeten gaan tot een kortingsmaatregel per 1 april 2013; het overgrote deel van de pensioenfondsen hoeft dus nu geen korting door te voeren of hebben verleden jaar zelfs de pensioenen kunnen indexeren. Deze kortingen raken in totaal circa 2,0 miljoen actieve deelnemers, 1,1 miljoen gepensioneerden en 2,5 miljoen zogenoemde slapers (noot 1). De totale pensioenverplichtingen van de 68 fondsen bedragen ongeveer 410 miljard. De gewogen gemiddelde korting (noot 2) die fondsen hebben opgenomen in hun rapportage bedraagt 1,9%. Geen van de fondsen heeft aangegeven per 1 april 2013 meer dan 7% te korten; 19 fondsen hebben van de mogelijkheid gebruik gemaakt de korting te maximeren op 7%. Pensioenfondsen dienen door te voeren kortingen uiterlijk 1 maart 2013 aan hun deelnemers te communiceren.
 
Volgens dezelfde rapportage van de pensioenfondsen moeten 37 pensioenfondsen ook nog een voorwaardelijke korting aankondigen die eventueel wordt doorgevoerd
per 1 april 2014. Het betreft dan 1,3 miljoen actieve deelnemers, 0,7 miljoen gepensioneerden en 1,1 miljoen slapers. De gewogen gemiddelde korting voor deze fondsen bedraagt 1,7%. Deze voor te nemen kortingen zijn nog niet definitief omdat ze mede afhankelijk zijn van de dekkingsgraad van pensioenfondsen per ultimo 2013. Ook deze per 1 april 2014 door te voeren korting kan worden gemaximeerd op 7% indien pensioenfondsen voldoen aan de voorwaarden uit het zogenoemde septemberpakket (noot 3). 
 
Afgesproken is dat pensioenfondsen met een (voorgenomen) korting zich op vrijwillige basis bij de koepelorganisatie van de pensioensector, de Pensioenfederatie, kunnen melden. De Pensioenfederatie zal vandaag op basis hiervan een lijst publiceren met de namen van de fondsen die gaan korten. DNB mag op basis van wettelijke geheimhoudingsverplichtingen de namen van deze fondsen niet bekend maken.
 
Definitieve kortingen vallen lager uit
In vergelijking met de voorgenomen kortingen zoals deze vorig jaar door pensioenfondsen zijn besloten en aangekondigd, valt het aantal fondsen dat daadwerkelijk een korting moet doorvoeren, alsook de gemiddelde korting van deze fondsen, lager uit. Toen zag het er naar uit dat circa 103 pensioenfondsen met een herstelplan niet aan kortingen zouden ontkomen (zie persbericht dd. 20 februari 2012), waarbij de gewogen gemiddelde korting 2,3% bedroeg.

Deze positieve ontwikkeling komt door een stijging van de dekkingsgraad per eind 2012 in vergelijking tot 2011. De gemiddelde dekkingsgraad per jaarultimo is uitgekomen rond 102%, een stijging in vergelijking met de 98,2% van ultimo december 2011. Behalve aan gunstige ontwikkelingen op aandelenmarkten, is dit herstel voor ruim 3 procentpunt toe te schrijven aan de introductie van de zogenoemde UFR bij de berekening van de waarde van de pensioenverplichtingen op langere termijn; een onderdeel uit het zogenoemde septemberpakket.
 
Het aantal fondsen dat heeft besloten over te gaan tot korten is vrijwel gelijk aan de schatting van 70 pensioenfondsen die DNB op 22 januari 2013 naar buiten heeft gebracht. Dit geldt ook voor het aantal fondsen dat tot een voorwaardelijke korting in 2014 heeft besloten. 
 
Beoordeling evaluatie herstelplannen door DNB gestart
Uiteindelijk 274 fondsen hebben begin februari in de evaluatie van hun herstelplannen aan DNB gerapporteerd of er nog steeds sprake is van een concreet en haalbaar herstelplan. Dat herstelplan moet er in voorzien dat het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) en het vereist eigen vermogen (VEV) binnen de wettelijk gestelde termijnen (respectievelijk binnen 5 en 15 jaren) worden bereikt. Toetsmoment daarbij was de financiële situatie van het fonds per 31 december 2012.
 
DNB gaat de komende maanden de evaluaties van de herstelplannen beoordelen. Dit betekent dat de ingediende evaluaties eerst worden getoetst op volledigheid. Vervolgens vraagt DNB waar nodig herrapportages op en wordt een inhoudelijke beoordeling van de ingediende evaluaties uitgevoerd. Bij de beoordeling van de ingediende evaluaties wordt enerzijds sectorbreed naar een aantal speerpunten gekeken zoals de gehanteerde premies en rendementen. Anderzijds vindt ook specifieke analyse op de ingediende evaluaties plaats, waarbij ook nadrukkelijk individuele fondskarakteristieken en risicoprofielen worden meegenomen in de afweging. Bij de fondsen die per 1 april 2013 een korting doorvoeren kijkt DNB bij de verdeling van de korting of het pensioenfonds een evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt.

DNB streeft ernaar de evaluatie van de herstelplannen van de fondsen die per 1 april 2013 moeten korten vóór 1 maart 2013 af te ronden en die van de andere fondsen in herstel vóór 1 mei 2013. In mei zal DNB de resultaten van deze beoordeling op sectoraal niveau bekend maken.  
 
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Remko Vellenga (tel. nrs. 020-524 2712 en 06-524 96574).

 

Noten
Noot 1 Pensioendeelnemers en gepensioneerden die van werkgever zijn gewisseld en niet aan waardeoverdracht hebben gedaan, kunnen meerdere keren zijn meegeteld.
Noot 2 Dit betreft een gewogen gemiddelde, gewogen op basis van de technische voorzieningen (pensioenverplichtingen) van de kortingsfondsen. 
Noot 3 Zie brief van de Staatssecretaris van SZW aan de Tweede Kamer, d.d. 24 september 2012.