Wet op het financieel toezicht
Introductie
Op 1 januari 2007 zijn de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht (I&a-wet Wft) in werking getreden.
De Wft komt in de plaats van zeven oude toezichtwetten:
-
de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992)
-
de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv 1993)
-
de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995)
In de I&a-wet Wft is onder andere het overgangsrecht geregeld.
De drie hoofddoelstellingen van de Wft
Bij de herinrichting van de toezichtwetgeving streeft de wetgever drie doelstellingen na: inzichtelijkheid, doelgerichtheid en marktgerichtheid. De Wft beoogt een helder inzicht te geven in de samenhang en de verschillen tussen de normen die gelden voor de financiële sector (inzichtelijkheid). Het nieuwe, functionele toezichtmodel is in het Algemeen deel van de Wft neergelegd in twee taakstellingsartikelen (zie hieronder), waarin het onderscheid tussen de toezichttaken van DNB en van de AFM duidelijk naar voren komt (doelgerichtheid). Met de derde hoofddoelstelling (marktgerichtheid) wordt bedoeld dat de Wft wil bijdragen aan de concurrentiekracht van de Nederlandse financiële sector in nationaal en internationaal perspectief en aan een level playing field op nationaal en internationaal niveau én cross-sectoraal. Verder draagt de Wft bij aan een vermindering van administratieve lasten en andere toezichtkosten, aan de totstandkoming van een flexibel, transparant en slagvaardig toezicht en aan een verdere verbetering van de rechtszekerheid voor ondernemingen die op de financiële markten actief zijn.
Taakverdeling DNB - AFM: prudentieel toezicht en gedragstoezicht
In het Algemeen deel van de Wft zijn twee taakstellingsartikelen opgenomen, waarin het nieuwe functionele toezichtmodel duidelijk tot uiting komt.
In artikel 1:24, eerste lid, van de Wft is bepaald dat prudentieel toezicht is gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en het bijdragen aan de stabiliteit van de financiële sector. Op grond van het tweede lid van artikel 1:24 van de Wft heeft DNB, op de grondslag van deze wet, tot taak het prudentieel toezicht op financiële ondernemingen uit te oefenen en te beslissen omtrent de toelating van financiële ondernemingen tot de financiële markten.
In artikel 1:25, eerste lid, van de Wft is bepaald dat gedragstoezicht is gericht op ordelijke en transparante financiëlemarktprocessen, zuivere verhoudingen tussen marktpartijen en zorgvuldige behandeling van cliënten. De AFM heeft op grond van artikel 1:25, tweede lid, van de Wft, op de grondslag van deze wet, tot taak het gedragstoezicht op financiële markten uit te oefenen en te beslissen omtrent de toelating van financiële ondernemingen tot die markten.
De één-loket-gedachte en samenwerking
De taakafbakening tussen DNB en AFM laat onverlet dat beide toezichthouders actief zijn binnen dezelfde financiële sector. Mede om overlap in de uitoefening van hun toezichttaken te voorkómen en met het oog op een efficiënt en slagvaardig toezicht, is in de Wft zoveel mogelijk geregeld dat steeds één toezichthouder de bevoegdheid heeft om een besluit te nemen (één loket). Zo is altijd slechts één toezichthouder bevoegd te beslissen op een vergunning- of ontheffingaanvraag van een financiële onderneming.
De financiële toezichthouders hebben in april 2003 het Meldpunt Toezicht Overlap opgericht. Onder toezicht staande instellingen kunnen bij het Meldpunt klachten indienen over overlap in het operationele toezicht door deze toezichthouders.
Voor een aantal onderwerpen voorziet de Wft in een samenwerkingsverplichting tussen DNB en AFM (zie de artikelen 1:46 tot en met 1:50 van de Wft). In aanvulling daarop hebben DNB en AFM een nieuw Convenant gesloten. Ook voorziet de Wft in regels over de samenwerking tussen DNB of AFM en buitenlandse toezichthouders of de Europese Commissie (zie de artikelen 1:51 tot en met 1:74 van de Wft).
Totstandkoming Wet op het financieel toezicht
De tekst van de Wft die met ingang van 1 januari 2007 in werking is getreden, is tot stand gekomen op basis van drie aparte wetsvoorstellen:
-
Wet op het financieel toezicht (Kamernr. 29 708; Staatsblad 2006, 475);
-
Invoerings- en aanpassingswet Wft (Kamernr. 30 658; Staatsblad 2006, 605); en
-
Wet implementatie kapitaalakkoord Bazel 2 (Kamernr. 30 672; Staatsblad 2006, 613).
De inwerkingtreding op 1 januari 2007 van deze drie wetten en de bijbehorende algemene maatregelen van bestuur is geregeld in een apart Koninklijk Besluit van 11 december 2006 (Staatsblad 2006, 664).
NB: met de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet (Staatsblad 2006, 706) zijn per 1 januari 2007 ook nog enkele wijzigingen doorgevoerd in de Wft. Het gaat hierbij om de artikelen 1:1, 1:8, 1:15, 3:119, 3:198, 5:68 en 5:69 van de Wft.

