Bazel II / CRD
Richtlijn 2006/48/EG is, samen met 2006/49/EG, de vertaling van het nieuwe Bazelse raamwerk voor het prudentiële toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, Bazel II, in de Europese regelgeving. De Richtlijn wordt in het dagelijks gebruik CRD genoemd, Capital Requirements Directive, maar bevat veel meer dan alleen kapitaalseisen.
Bazel II en de CRD belichamen een fundamentele wijziging in het toezicht op banken en beleggingsondernemingen. In het oude regime, Bazel I, was een uniforme kapitaalbuffer van acht procent van de risicogewogen activa vereist. Er bestonden slechts drie soorten activa met elk een eigen weging, maar daar hield het onderscheid naar risico ook op.
In het nieuwe regime worden activa meer gewogen naar hun risico en ontstaat een voor de instelling specifieke kapitaalbuffer. De instellingseigen kapitaalseis sluit beter aan bij het totale risicoprofiel van de instelling in kwestie. De CRD vult de bepaling van kapitaalseisen naar mate van risico aan met eisen aan interne processen en aan de publicatie van financiële gegevens. Daarnaast regelt de CRD hoe het toezicht moet worden uitgevoerd en de samenwerking tussen toezichthouders binnen de EU.
Implementatie Nederland
De CRD bestaat uit meer dan honderdvijftig artikelen en tien annexes. De artikelen van de richtlijn zijn in de WFT verwerkt in AMvB 5. De annexes zijn verwerkt in toezichthouderregels.
Er is voorzien in een gefaseerde invoering van de herziene regels. Instellingen die kiezen voor de toepassing van de eenvoudige benaderingen voor kredietrisico en operationeel risico, mogen op 1 januari 2007 op het nieuwe raamwerk overgaan. De richtlijnen bieden instellingen ook de mogelijkheid om gedurende 2007 nog de oude regels, gebaseerd op 'Bazel 1' te hanteren. Vanaf 1 januari 2008 mogen instellingen de geavanceerde IRB-benadering voor kredietrisico en de geavanceerde benadering voor operationeel risico toepassen. 1 januari 2008 is tevens de uiterste datum waarop instellingen op de herziene regels moeten zijn overgegaan.
Belangrijkste onderdelen van de CRD
Verschillende niveaus van complexiteit
De CRD geeft de instelling de keuze uit verschillende benaderingen voor het risicobeheer en de manier om kapitaalseisen te berekenen: eenvoudige, gestandaardiseerde benaderingen en meer complexe benaderingen op basis van interne schattingen. Voor alle benaderingen geldt: hoe lager het risico, hoe lager de kapitaalseis. Er is speciale aandacht voor kredietrisicovermindering.
Drie pijlers van eisen
-
pijler 1, de minimumkapitaalseisen per risicosoort, Kredietrisico, marktrisico en operationeel risico
-
pijler 2, de interne processen voor het risicobeheer en voor de berekening van de interne kapitaalseisen, het economisch kapitaal, en de wijze waarop de toezichthouder naar deze interne processen kijkt: de Supervisory review
-
pijler 3, eisen aan de publicatie van financiële kengetallen zoals berekend voor pijler 1
Groepsperspectief voor internationale groepen
Het Bazels Comité constateerde eind jaren negentig dat het bestaande toezichtraamwerk onvoldoende mogelijkheden bood om grip te houden op de groei in grensoverschrijdende activiteiten van de internationale financiële concerns. Bovendien gaf de uniforme acht procent eis ruimte voor arbitrage. Voor de wijze waarop het risicobeheer in financiële concerns centraal werd aangestuurd, bestond geen spiegel in de toezichtregelgeving. Dat groepsperspectief is in Bazel II wél verankerd.
In de CRD is bovendien vastgelegd dat samenwerking tussen toezichthouders verplicht is. Geheel nieuw in een toezichtrichtlijn is de bevoegdheid van de home toezichthouder om een beslissing over de modelvalidatie van groepsrisicomodellen te nemen, indien de toezichthouders geen gezamenlijke beslissing kunnen nemen.

