Governance

DNB wordt bestuurd door een directie die bestaat uit de president en vier directeuren, allen benoemd bij Koninklijk Besluit voor een periode van zeven jaar. Er is sprake van collegiaal bestuur. De president is op persoonlijke titel lid van de Raad van Bestuur van de ECB. De Raad van Commissarissen ziet toe op het beheer van DNB en staat de directie met raad terzijde.

Wet Versterking Governance DNB en AFM

Op 16 februari 2012 is de ‘Wet versterking governance DNB en AFM’ in werking getreden. Deze wet wijzigt op een aantal punten de Bankwet 1998 en de Wet op het Financieel Toezicht en raakt zowel DNB als de AFM. Het beoogde doel van deze wet is het versterken van de governance bij de twee toezichthouders. Naar aanleiding van deze wet zal de governancestructuur van DNB op een aantal punten worden gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn:
 
Voorzitter toezicht en toezichtraad
Binnen de directie worden twee directieleden belast met het micro-prudentieel toezicht. De taken op dit gebied worden tussen deze twee directieleden verdeeld, zodat sprake is van een directeur toezicht banken en een directeur toezicht verzekeraars en pensioenfondsen. Eén van deze directieleden wordt aangewezen als voorzitter toezicht. Hij zal primair verantwoordelijk worden voor genoemde toezichttaken en zal daarmee fungeren als primair extern aanspreekpunt voor onderwerpen die betrekking hebben op die toezichttaken. In voorkomende gevallen kan ook de andere toezichtdirecteur fungeren als aanspreekpunt. De voorbereiding van de beraadslaging en de voorbereiding van de besluitvorming van de toezichtdirecteuren zal worden verzorgd door de Toezichtraad Financiële Instellingen, een nieuw intern orgaan.
 
Taakverbreding Raad van Commissarissen
In de wet versterking governance DNB en AFM is ook de wettelijke taakomschrijving van de Raad van Commissarissen uitgebreid, zodat hij naast het toezicht op de meer bedrijfs- en beheersmatige aspecten ook toezicht zal houden op (de waarborgen voor de) beleidsmatige aspecten, te weten de uitvoering van het toezicht in algemene zin en de borging van de kwaliteit en effectiviteit van dat beleid. De raad zal uit zijn midden een Toezichtcommissie benoemen. De Toezichtcommissie zal de besluiten en adviezen van de Raad van Commissarissen voorbereiden op het gebied van zijn taak inzake het toezicht.
 
Tot slot beperkt de wet het aantal herbenoemingen voor directieleden tot éénmaal in dezelfde functie. Ook zullen er profielschetsen, functieprofielen en betrouwbaarheids- en geschiktheidstoetsen worden ingevoerd voor zowel directieleden als leden van de raad van commissarissen.
 
De Wet Versterking Governance wordt nader uitgewerkt in ondermeer de Statuten en het Reglement van Orde van DNB. De aangepaste versies van de Statuten en het RvO zullen binnenkort op de website van DNB geplaatst worden.

Governance structuur

Het bestuur van DNB is in handen van een directie bestaande uit de president en vier directeuren, die ieder benoemd zijn bij Koninklijk Besluit voor een periode van zeven jaar. Er is sprake van collegiaal bestuur, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de president op persoonlijke titel lid is van de Raad van Bestuur en de Algemene Raad van de ECB.

De Raad van Commissarissen heeft minimaal zeven en maximaal tien leden. De Raad van Commissarissen ziet toe op het beheer van DNB en de algemene gang van zaken en staat de directie met raad terzijde. Belangrijke bevoegdheden van de Raad zijn onder meer de voorafgaande goedkeuring van de begroting en de ZBO-verantwoording en de vaststelling van de jaarrekening. De Raad van Commissarissen vormt uit zijn midden een Financiële Commissie (FC) en een Honorerings- en benoemingscommissie (HBC).

De FC bereidt ten behoeve van de Raad onder meer besluiten en adviezen voor op het gebied van het toezicht op de kwaliteit van externe financiële rapportages, het toezicht op de naleving van interne procedures en wet- en regelgeving en de beheersing van bedrijfsrisico’s. De HBC bereidt ten behoeve van de Raad onder meer besluiten en adviezen voor op het gebied van de bewaking van de continuïteit van het bestuur, de salarissen van de directie, aanbevelingen voor de benoeming van leden van de directie en interne regels op het gebied van misbruik van voorkennis, onverenigbare functies en tegenstrijdige belangen. Eén lid van de Raad van Commissarissen wordt van overheidswege benoemd, deze commissaris kan de Minister van Financiën informeren over de manier waarop DNB haar taken uitvoert.

De Staat is enig aandeelhouder van DNB. De Minister van Financiën vertegenwoordigt de Staat als enig aandeelhouder in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. De bevoegdheid van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders bestaat onder meer uit het goedkeuren van de door de Raad van Commissarissen vastgestelde jaarrekening en het besluiten tot wijziging van de statuten op een door de Raad van Commissarissen goedgekeurd voorstel van de directie. Verder is de Algemene Vergadering van Aandeelhouders verantwoordelijk voor de opdrachtverlening aan de externe accountant.

Tot slot kent DNB een Bankraad. De Bankraad fungeert als klankbord van de
directie en bestaat uit dertien leden, bestaande uit de commissaris die van overheidswege is benoemd, één ander lid van de Raad van Commissarissen en maximaal elf leden die op aanbeveling van de directie door de Bankraad worden benoemd. De leden vertegenwoordigen verschillende maatschappelijke geledingen, zoals sociale partners, de financiële sector en onafhankelijke deskundigen. De president brengt aan de Bankraad verslag uit over de algemene economische en financiële ontwikkeling en bespreekt met de Bankraad het door DNB gevoerde beleid. Daarnaast wordt beraadslaagd over onderwerpen, die door één of meer leden ter tafel worden gebracht in verband met de doelstellingen, taken en werkzaamheden van DNB.

Governance in ruime zin

Behalve als aandeelhouder is de Minister van Financiën ook in zijn hoedanigheid van minister betrokken bij de governance van DNB. Zo moet de Minister van Financiën instemmen met de ZBO-begroting en -verantwoording van DNB; goedkeuring geven aan de salarissen, pensioentoezeggingen en de regelingen voor onkostenvergoedingen van de directieleden, en instemmen met stortingen
in en onttrekkingen aan de reserves.

Op Europees niveau dient de Raad van Ministers van de Europese Unie (EU) de benoeming van de externe accountant van DNB op voordracht van de ECB te aanvaarden. DNB is voor haar ZBO-taken eveneens verantwoording verschuldigd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De opzet en wijze van de verantwoording van DNB voor haar toezicht aan deze ministers is wettelijk
vastgelegd in de Bankwet 1998 en financiële toezichtwetgeving. De conceptbegroting wordt voor het toezichtgedeelte ter consultatie aan panels met representatieve vertegenwoordigers van onder toezicht staande instellingen voorgelegd. De begroting dient daarna te worden goedgekeurd door de Raad van Commissarissen. Vervolgens wordt het toezichtgedeelte van de begroting ter instemming aan de Ministers van Financiën en SZW voorgelegd. Daarnaast stelt DNB een jaarverantwoording op waarin uiteen wordt gezet op welke wijze zij haar ZBO-taken heeft uitgeoefend en welke doelstellingen tegen welke kosten zijn gerealiseerd. Deze verantwoording wordt besproken in een panel en heeft de instemming van de Ministers van Financiën en SZW nodig. Het toezicht namens de Minister van SZW op de taken van DNB in het kader van het toezicht op pensioenuitvoerders wordt deels uitgevoerd door de Inspectie Werk en Inkomen en vindt plaats via reguliere deelonderzoeken en informatieuitwisseling.

Naast bovengenoemde verantwoordingsmechanismen staat DNB in overleg met verschillende belanghebbenden, zoals representatieve organisaties. DNB geeft daarbij toegang tot informatie over haar taken, specifieke producten of instellingen en de financiële sector in het algemeen, met inachtneming van de wettelijke geheimhoudingsplicht. Voorts verschaft de president het parlement desgevraagd informatie over Stelseltaken, voor zover dit wordt toegestaan volgens het EU-Werkingsverdrag en de ESCB-Statuten.

Tot slot wordt ook verantwoording afgelegd via diverse onderzoeken van externe instanties zoals de Algemene Rekenkamer, die daarvoor toegang heeft tot de informatie over de ZBO-taken van DNB.