Toezicht - Financiële instellingen moeten solide en integer zijn

Wie een verzekering afsluit, rekent erop dat de verzekeraar in staat is om te betalen als de nood aan de man komt. Gepensioneerden gaan er vanuit dat het pensioen iedere maand netjes wordt overgemaakt. En wie zijn salaris op een bankrekening laat storten, wil zeker weten dat zijn geld veilig is. De Nederlandsche Bank (DNB) maakt zich sterk voor een betrouwbaar financieel stelsel waarin instellingen hun verplichtingen nakomen.

Stabiel financieel netwerk

De financiële wereld is een netwerk van banken, verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen. Door fouten of door kwade opzet kunnen financiële instellingen zelf in de problemen komen en daardoor ook anderen in de problemen brengen. DNB houdt daarom voortdurend toezicht op financiële instellingen en het netwerk waarvan zij deel uitmaken. Als er iets mis gaat of dreigt te gaan treft DNB maatregelen om de schade zoveel mogelijk te beperken. Het toezicht van DNB biedt echter geen garantie. De kans dat een instelling failliet gaat is klein maar niet uit te sluiten.

Internationale samenwerking

Financiële dienstverlening houdt niet op bij de grens. Veel banken en verzekeraars bieden hun producten ook in het buitenland aan. Een storing in het betalingsverkeer of het faillissement van één enkele bank kan al leiden tot een economische crisis. Daarom is internationale samenwerking absoluut noodzakelijk bij het bevorderen en in stand houden van een gezond financieel stelsel.

Vergunningen

Niet iedereen mag zomaar financiële diensten aanbieden. Hiervoor is een vergunning van DNB nodig. Die wordt alleen gegeven als de onderneming financieel gezond (solvabel) is en voldoet aan voorwaarden voor integer bestuur. Wie zich niet aan de regels houdt, moet rekenen op sancties. In het ergste geval trekt DNB de vergunning in.

Nog een toezichthouder: de AFM

Naast DNB is er nog een financiële toezichthouder, de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Deze houdt toezicht op de manier waarop financiële instellingen met hun klanten omgaan. Instellingen mogen consumenten bijvoorbeeld geen misleidende informatie geven.