Vragen over banken
- Heeft de Nederlandsche Bank een ´ratingoverzicht´ van banken in Nederland?
-
Het is de Nederlandsche Bank (DNB) uit hoofde van artikel 64 Wtk 1992 niet toegestaan een kwaliteitsoordeel te geven over onder toezichtstaande instellingen. DNB stelt dan ook geen ‘ratingoverzichten’ samen. Ratingbureaus als ´Moody’s Investors Service´ en ´Standard & Poor’s Corporation´ doen dat wel.
- Hoe lang moeten (rekening)gegevens bij een bank worden bewaard
-
Volgens het Burgerlijk Wetboek (Art. 10, boek 2) is de bewaartermijn 7 jaar. DNB stelt geen regels vast met betrekking tot de bewaartermijn van (rekening) gegevens bij banken.
- Hoe weet ik dat het geld dat op een rekening bij een bepaalde bank staat, veilig is?
-
Per 1 januari 2007 is de Wet op het financieel toezicht (Wft) van kracht geworden. Onderdelen hiervan zijn het depositogarantiestelsel en het beleggerscompensatiestelsel.
Het depositogarantiestelsel garandeert een bedrag van €100.000 per persoon per instelling. Dit betekent dat als u meerdere rekeningen bij één bank heeft, het totaal van deze rekeningen tot €100.000 is gegarandeerd. In geval van een 'en/of'-rekening van twee personen kunnen beide rekeninghouders aanspraak maken op een vergoeding uit het depositogarantiestelsel. Een gezamenlijk tegoed van EUR 200.000 op een 'en/of'-rekening is dan volledig gedekt, mits beide rekeninghouders aan de voorwaarden voldoen.
Het beleggerscompensatiestelsel voorziet in een vergoeding tot een maximum van EUR 20.000 per persoon.
Het beleggerscompensatiestelsel en het depositogarantiestelsel zijn geregeld in de artikelen 3:258 tot en met 3:267 van de Wft en nader uitgewerkt in hoofdstuk 6 van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft (Stb. 2006, 507). De geldende teksten van de Wft en van dit Besluit zijn te raadplegen via www.wetten.nl.
De reikwijdte van het nieuwe depositogarantiestelsel is als volgt. Banken moeten over een vergunning van DNB beschikken. De vergunninghoudende ondernemingen vindt u terug in het register kredietinstellingen dat op grond van de Wet op het financieel toezicht (Wft) door DNB wordt bijgehouden. Het register kunt u inzien via de website van DNB. Indien in dit register is vermeld dat een (Nederlandse) bank een vergunning heeft op grond van artikel 2:12 lid 1 of 2:13 lid 1 of 3:111, van de Wft, dan is het depositogarantiestelsel in beginsel van toepassing op deze bank. Heeft u een betaal- of spaarrekening bij een Nederlands bijkantoor van een bank die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) of bij een bank die is gevestigd in een land buiten de EER, dan is het Nederlandse garantiestelsel niet van toepassing maar het garantiestelsel van de lidstaat waar die bank is gevestigd. Voor verdere vragen over het garantiestelsel kunt u zich steeds tot uw eigen bank wenden.
Wij hopen u met deze informatie van dienst te zijn. Mocht u echter naar aanleiding hiervan toch nog verdere vragen hebben, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met de Informatiedesk via info@dnb.nl, telefonisch op werkdagen van 09.00-17.00 uur 0800 020 1068 (gratis).
- Hoe weet ik of een bank onder toezicht van de Nederlandsche Bank staat?
-
De Nederlandsche Bank houdt toezicht op alle instellingen die een vergunning van DNB hebben gekregen voor het uitvoeren van bancaire activiteiten. Deze vergunninghouders zijn opgenomen in het Register Wtk of Wgt. DNB ziet toe op de naleving van de wet en de door de Bank voorgeschreven regels. Dat betekent overigens niet dat een instelling die in de registers is opgenomen, niet in de problemen kan komen.
- Hoe weet ik of een financiële instelling een vergunning van de Nederlandsche Bank heeft?
-
Alle instellingen met een vergunning van de Nederlandsche Bank (DNB) zijn opgenomen in het Register Wtk of Wgt. DNB houdt toezicht uit hoofde van de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992) en uit hoofde van de Wet geldtransactiekantoren (Wgt) en neemt alle vergunninghouders op in de registers.
- Hoe weet ik welke rating aan een bank is toegekend?
-
Het is de Nederlandsche Bank (DNB) uit hoofde van artikel 64 Wtk 1992 niet toegestaan een kwaliteitsoordeel te geven over onder toezichtstaande instellingen. DNB stelt dan ook geen ‘ratingoverzichten’ samen. Ratingbureaus als ´Moody’s Investors Service´ en ´Standard & Poor’s Corporation´ doen dat wel.
- Hoe weet ik wie de rechtsopvolger is van een bepaalde instelling?
-
Om te achterhalen door welke instelling een andere instelling is opgevolgd, kunt u contact opnemen met de Toezichtslijn van de Nederlandsche Bank.
Toezichtslijn: 0900 520 0520 (0,35 euro per gesprek)
Of stuur een bericht naar de Bank. - Hoe werkt het depositogarantiestelsel
-
- Valt uw bank onder het depositogarantiestelsel?
- Valt uw product onder het depositogarantiestelsel?
- Valt u zelf, als rekeninghouder, onder het depositogarantiestelsel?
U kunt bij uw bank informeren of het product dat u bij die bank heeft afgesloten of wilt afsluiten onder een depositogarantiestelsel valt. Alle banken – ongeacht hun land van herkomst – zijn wettelijk verplicht u hierover te informeren.
Welke banken vallen onder het depositogarantiestelsel?In Nederland gevestigde banken die een vergunning hebben van DNB vallen onder het depositogarantiestelsel. Wilt u weten of uw bank in deze categorie valt? Voor een compleet overzicht verwijzen wij u naar het Wft-register. Uw bank valt onder het depositogarantiestelsel als in de linkerkolom staat 'Uitoefenen van het bedrijf van bank met beleggingsdiensten (2:13 lid 1)' of 'Uitoefenen van het bedrijf van bank of electronisch geldinstelling (2:12 lid 1)' of 'Kredietinstelling aangesloten bij centrale kredietinstelling (3:111)'. Elektronisch geldinstellingen vallen niet onder het depositogarantiestelsel.
Banken die gevestigd zijn in de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein en die in Nederland vanuit een bijkantoor werken vallen onder het depositogarantiestelsel in hun land van herkomst. Wilt u weten of uw bank in deze categorie valt? Kijk dan in het Wft-register. Uw bank valt in deze categorie als in de linkerkolom staat 'Bijkantoor bank uit EER (2:14)'. Uw bank kan u meer vertellen over (de dekking van) het depositogarantiestelsel uit het land van herkomst.
Als het depositogarantiestelsel in het land van herkomst een beperktere dekking kent dan het Nederlandse depositogarantiestelsel, dan bestaat voor deze bijkantoren de mogelijkheid om aanvullend deel te nemen aan het Nederlandse depositogarantiestelsel.
Wilt u weten of een bijkantoor aanvullend deelneemt aan het Nederlandse depositogarantiestelsel? Kijk dan in het Wft-register. Bij bijkantoren die aanvullend deelnemen aan het Nederlandse depositogarantiestelsel is dit aangegeven bij de toelichting.
Voor banken die niet gevestigd zijn in de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein en die in Nederland vanuit een bijkantoor werken gelden afwijkende regels.
Welke producten vallen onder het depositogarantiestelsel?Geld dat op lopende rekeningen, spaarrekeningen of bijzondere spaarrekeningen zoals termijndeposito's staat, vallen onder het depositogarantiestelsel. Aandelen of obligaties aan toonder vallen niet onder het depositogarantiestelsel. De hoofdsom van een achtergesteld deposito valt niet onder de dekking van het depositogarantiestelsel; de rente over de hoofdsom in principe wél.
Derdenrekeningen is een verzamelnaam voor rekeningen die worden aangehouden door een rekeninghouder ten behoeve van een of meer derde(n). Bij kwaliteitsrekeningen van notarissen en gerechtsdeurwaarders, inzake-rekeningen, rekeningen van een stichting derdengelden, boedelrekeningen rekeningen van incasso- of factormaatschappijen worden de derden in beginsel individueel gedekt door het depositogarantiestelsel. Bij ervenrekeningen, rekeningen van een vereniging van eigenaren (VvE), VoF, of maatschap zijn de derden gezamenlijk slechts eenmaal gedekt. Belangrijk te vermelden is dat bij rekeningen op naam van één huwelijkspartner de andere partner niet gedekt is.
Welk type rekeninghouder kan een beroep doen op het depositogarantiestelsel?Particulieren en kleine ondernemingen (te weten ondernemingen die een verkorte balans mogen publiceren) kunnen een beroep doen op het depositogarantiestelsel.
Een kleine groep particulieren is uitgesloten van het depositogarantiestelsel. Onder deze groep vallen onder andere de bestuurders van de bank met betalingsproblemen, mensen die een belang hebben van vijf procent of meer in die bank of de directe familie van die personen. Ook bepaalde ondernemingen zijn uitgesloten van het depositogarantiestelsel, zoals financiële ondernemingen en overheden.
Welk bedrag wordt door het depositogarantiestelsel gegarandeerd?Het depositogarantiestelsel garandeert een bedrag van EUR 100.000 per persoon per instelling (ongeacht het aantal rekeningen). In het geval van een en/of rekening van twee personen geldt dit per persoon.
Wordt mijn (hypotheek)schuld verrekend met mijn tegoed?Een minder bekend detail van het depositogarantiestelsel is, dat voordat de aanspraak op uitkering wordt vastgesteld, er verrekend wordt. Verrekening houdt in dat de schulden van een rekeninghouder aan de bank (zoals een hypotheek of een consumptief krediet) per datum van toepassing van de noodregeling of faillietverklaring worden verminderd met diens bij de bank uitstaande deposito's (o.a. spaargelden en rekening-couranttegoeden). Als er daarna een positief depositosaldo overblijft, kan de rekeninghouder in aanmerking komen voor een uitkering volgens het depositogarantiestelsel.
In de uitvoering van het depositogarantiestelsel wordt ervan uitgegaan dat de rekeninghouder altijd gebruik maakt van zijn mogelijkheden tot verrekening, alsof er geen DGS was geweest.
Wie betaalt het Nederlandse depositogarantiestelsel?DNB zorgt voor de vaststelling en betaling van de uitkeringen door het Nederlandse depositogarantiestelsel en slaat vervolgens het door haar betaalde bedrag om over de deelnemende banken, naar rato van hun bedrijfsomvang.
Binnen welke termijn moet er worden uitgekeerd?Het Nederlandse depositogarantiestelsel moet in principe binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag uitkeren. Deze maximale uitkeringstermijn van drie maanden is een Europese regel die dus ook geldt voor depositogarantiestelsels in andere EU-landen, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. In bijzondere gevallen kan die termijn worden verlengd.
Hoe werkt de aanvullende deelname aan het Nederlandse depositogarantiestelsel?Banken die gevestigd zijn in de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein en die in Nederland vanuit een bijkantoor werken vallen onder het depositogarantiestelsel in hun land van herkomst. Als de dekking van het depositogarantiestelsel in het land van herkomst lager is dan de dekking van het Nederlandse depositogarantiestelsel, dan kan het bijkantoor aanvullend deelnemen aan het Nederlandse depositogarantiestelsel. Dit houdt in dat wanneer een dergelijke bank betalingsproblemen krijgt, u, afhankelijk van de hoogte van uw tegoed, mogelijk twee uitkeringen ontvangt. In de eerste plaats ontvangt u een vergoeding op grond van het depositogarantiestelsel uit het land van herkomst van de betreffende bank.
Daarnaast ontvangt u mogelijk op grond van het Nederlandse depositogarantiestelsel een aanvullende uitkering. Die aanvullende uitkering wordt als volgt berekend: [uitkering waar u recht op zou hebben gehad als het een in Nederland gevestigde bank zou zijn geweest] - [uitkering waar u recht op heeft op grond van het depositogarantiestelsel in het land van herkomst] = [aanvullende uitkering op grond van het Nederlandse depositogarantiestelsel]. Een en ander is uiteraard mede afhankelijk van de voorwaarden die gelden om in aanmerking te komen voor een uitkering van de beide depositogarantiestelsels (zie voor het Nederlandse depositogarantiestelsel onder andere product en type rekeninghouder).
Onder welk toezicht staat een bijkantoor van een bank afkomstig uit de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein?Banken uit de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein mogen op grond van hun vergunning in het land van herkomst actief zijn in andere EU-landen, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein. Die banken hebben een zogenaamd Europees paspoort. Zij kunnen dan bijvoorbeeld een bijkantoor openen in één van die landen. De bank, en dus ook het bijkantoor, staat onder toezicht in het land van herkomst. Het land waar het bijkantoor is gevestigd, houdt toezicht op de liquiditeit van het bijkantoor. Ingeval van een bijkantoor van een bank uit IJsland of België betekent dit bijvoorbeeld dat de IJslandse of Belgische toezichthouder de hoofdtoezichthouder is en dat de Nederlandsche Bank alleen toezicht houdt op de liquiditeit van het bijkantoor.
Met welke depositogarantiestelsel(s) heb ik te maken ingeval van een bijkantoor uit de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein?Banken die gevestigd zijn in de Europese Unie, Noorwegen, IJsland of Liechtenstein en die in Nederland vanuit een bijkantoor werken vallen onder het depositogarantiestelsel in hun land van herkomst. Wilt u weten of uw bank in deze categorie valt? Kijk dan in het Wft-register. Uw bank valt in deze categorie als in de linkerkolom staat 'Bijkantoor bank uit EER (2:14)'. Uw bank kan u meer vertellen over (de dekking van) het depositogarantiestelsel uit het land van herkomst. Het depositogarantiestelsel uit het land van herkomst is verantwoordelijk en zorgt voor de vaststelling en betaling van uitkeringen onder dat buitenlandse depositogarantiestelsel.
Als het depositogarantiestelsel in het land van herkomst een beperktere dekking kent dan het Nederlandse depositogarantiestelsel, dan bestaat voor deze bijkantoren de mogelijkheid om aanvullend deel te nemen aan het Nederlandse depositogarantiestelsel. In dat geval heeft u te maken met twee depositogarantiestelsels: het depositogarantiestelsel uit het land van herkomst en het depositogarantiestelsel in Nederland. Het depositogarantiestelsel uit het land van herkomst is verantwoordelijk voor de vaststelling en betaling van uitkeringen onder dat buitenlandse depositogarantiestelsel. DNB zorgt vervolgens voor de vaststelling en betaling van de aanvullende uitkeringen door het Nederlandse depositogarantiestelsel.
Waar vind ik de regelgeving over het depositogarantiestelsel?In het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft-Stb 2006 507 vindt u de regels over de toepasselijkheid en de werking van het depositogarantiestelsel.
Wij hopen u met deze informatie van dienst te zijn. Mocht u echter naar aanleiding hiervan toch nog verdere vragen hebben, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met de Informatiedesk via het gratis telefoonnummer 0800 - 020 1068, op werkdagen van 9.00 uur tot 17.00 uur.Bovenstaande informatie wordt, mede naar aanleiding van de vragen die de Informatiedesk ontvangt, regelmatig aangevuld of verduidelijkt.
Laatst gewijzigd: 4 januari 2010
- U heeft een klacht over uw bank?
-
Probeer klachten in eerste instantie met de betreffende instelling zelf op te lossen. U kunt hiervoor vragen naar de klachtenprocedure van de instelling. Als u er niet met uw bank, pensioenfonds of verzekeraar uitkomt, kunt u uw klacht het beste voorleggen aan een geschillencommissie. Hoe u dit doet leest u in de folder DNB Infodesk.
Als toezichthouder heeft DNB niet de taak om geschillen op te lossen. Ook al bemiddelt DNB niet, het is belangrijk dat DNB op de hoogte wordt gebracht van uw klachten. Klachten spelen namelijk een rol bij het opstellen van de regels en voorschriften die nodig zijn voor goed toezicht op financiële instellingen. Het wordt daarom op prijs gesteld wanneer u een kopie van uw klacht per post naar het gratis antwoordnummer van DNB stuurt:
De Nederlandsche Bank N.V.
Informatiedesk
Antwoordnummer 2670
1000 PA Amsterdam - Waar en hoe lang is geld van een oude rekening nog opvorderbaar?
-
Een rekening kan ongestoord blijven ‘slapen’ (d.w.z. niet actief worden gebruikt ) zolang de bank contact houdt met de rekeninghouder(s).
Er kan sprake zijn van verjaring als er langdurig geen gebruik wordt gemaakt van een bankrekening en er geen contact is geweest tussen de bank en de rekeninghouder(s). Daardoor is het onduidelijk of de rekeninghouder(s) nog aanspraak maakt/maken op de bankrekening. Pas zodra dagafschriften als onbestelbaar worden geretourneerd en de betrokken bank er ook na zorgvuldige inspanning niet in slaagt de rechthebbende te traceren, kan een verjaringstermijn aanvangen. Het saldo van een slapende rekening wordt dan door de bank naar een tussenrekening overgeboekt. Verjaring betekent dat de vordering van de oorspronkelijke rechthebbende na een bepaalde tijd niet meer door de bank hoeft te worden uitgekeerd.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen de Nederlandse Vereniging van Banken.
- Wat gebeurt er met spaar- en beleggingstegoeden als een bank failliet gaat?
-
Als een bank onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) staat is het depositogarantiestelsel in beginsel van toepassing.
Het depositogarantiestelsel houdt in het kort het volgende in: mocht een bank waarop het depositogarantiestelsel (DGS) van toepassing is, niet meer aan haar verplichtingen kunnen voldoen (bijvoorbeeld in het geval van een faillissement), dan zijn rekeninghouders er zeker van dat de eerste EUR 100.000 van hun tegoeden op betaal- of spaarrekeningen gegarandeerd zijn. Bij en/of rekeningen geldt dat beide rekeninghouders deze garantie hebben. Immers, de regeling geldt per persoon per bank (niet per rekening). Beiden hebben dus de zekerheid dat hun tegoeden gegarandeerd zijn tot EUR 100.000.
Minister van Financiën Bos heeft oktober 2008 besloten de maximale vergoeding uit het depositogarantiestelsel tijdelijk te verhogen tot EUR 100.000 per spaarder per bank. Deze maatregel gold in eerste instantie voor de periode van één jaar, maar de Minister heeft op 10 maart 2009 besloten om de maatregel na oktober 2009 voort te zetten. Vanaf 31 december 2010 zijn Nederland en andere EU-lidstaten door nieuwe Europese regelgeving verplicht een dekking van EUR 100.000 te bieden onder het depositogarantiestelsel.
Op grond van de Beleggers Compensatie Regeling (BCR) hebben particuliere cliënten van effecteninstellingen recht op een maximaal bedrag van EUR 20.000,- per cliënt indien de betrokken instelling onverhoopt niet voldoet aan haar verplichtingen inzake effecten en/of gelden waar cliënten recht op hebben.
De BCR geldt niet voor beleggingsinstellingen (met uitzondering van een Instelling voor Collectieve Beleggingen in Effecten). De BCR is uitdrukkelijk niet bedoeld voor compensatie van verliezen voortvloeiende uit beleggingen. In het geval men belegt in een fonds, koopt men geen aandelen, maar de persoon is dan participant in collectief vermogensbeheer.
In de Amvb Bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft staat opgenomen welke instellingen verplicht onder deze regeling vallen. Vanaf 1 januari 2007 tegenwoordig heet een beleggingsonderneming voortaan effecteninstelling.
- Wat is het verschil tussen een boekdatum en een valutadatum?
-
De boekdatum is de dag dat een bedrag daadwerkelijk is bijgeschreven of afgeschreven; de valutadatum is de dag waarop het bedrag meetelt voor de renteberekening over je saldo. Voorheen kon een bank voor een afboeking één rentedag eerder hanteren en voor een bijboeking één dag later. Daardoor kon je met een overboeking bij een positief saldo op je rekening, toch even voor de renteberekening rood komen te staan, zonder dat je er erg in had.
Per 1 november 2009 is valutering verboden vanwege de invoering van nieuwe Europese regelgeving. Voortaan moet elke bank de dag waarop een bedrag wordt bij- of afgeschreven direct meetellen voor de renteberekening. De boekdatum moet dus gelijk zijn aan de valutadatum.
Dit betekent niet dat een overboeking ook de volgende werkdag gelijk op de rekening moet staan. Maar in Nederland is dit meestal wel het geval.
- Wat is TARGET2 en hoe en wanneer wordt TARGET2 geïntroduceerd?
-
TARGET2 is de opvolger van TARGET, het betaalsysteem dat binnen het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) wordt gebruikt voor grensoverschrijdende betalingen. Volgens plan zal TARGET2 in 2007 operationeel worden.
Alle vragen over TARGET2, SWIFT-berichten en TARGET2, de TARGET2 directory, Contingency en ICM worden beantwoord op een aparte pagina.
- Wat te doen met een oud spaarbankboekje van een instelling die niet meer bestaat?
-
De Informatiedesk van de Nederlandsche Bank kan proberen te achterhalen wie de rechtsopvolgers van bepaalde instellingen zijn. Als u een rekeningnummer heeft, kunt u ook de Informatielijn van Equens bellen.
Informatiedesk
telefoon: 0800 - 020 1068 (gratis)
Stuur een bericht naar de Bank.Informatielijn Equens
telefoon: 0900 9380 - Wat zijn de regels voor incasso?
-
Incasso is een vorm van betalen, waarbij u een bedrijf toestemming geeft een bedrag van uw bank- of girorekening te laten overschrijven naar het rekeningnummer van dat bedrijf. Er zijn verschillende soorten incasso’s, zoals het eenmalige incasso en het doorlopende incasso. Alleen bedrijven en instellingen met een incassocontract van hun bank mogen op deze wijze incasseren.
- Machtigen
Een bedrijf of instelling kan alleen geld van uw rekening af laten schrijven als u hier toestemming voor heeft verleend. Dit wordt machtigen genoemd. U kunt een bedrijf op de volgende manieren machtigen. - Schriftelijk
In de vorm van een machtigingsformulier (vaak een groene kaart) of bijvoorbeeld via ondertekening van een overeenkomst waarin als voorwaarde 'betaling via automatisch incasso' is opgenomen. - Telefonisch
Dit kan alleen bij een eenmalig incasso, een doorlopend incasso algemeen (ook wel automatisch incasso genoemd) en bij een doorlopend incasso kansspelen. Een bedrijf dat via een telefonische machtiging geld incasseert moet daarvoor een speciaal contract met zijn bank afsluiten. - Internet
Machtigingen via internet worden door banken niet als bewijs geaccepteerd als de debiteur de transactie betwist. In dat geval is het financiële risico voor de incassant.
Terugboeken van een geïncasseerd bedrag
Bij een doorlopend incasso algemeen heeft u het recht om binnen 56 kalenderdagen het geïncasseerde bedrag op uw rekening te laten terugstorten. Dit recht van terugboeking wordt ook wel stornorecht genoemd. De reden kan bijvoorbeeld zijn dat er een verkeerd bedrag is afgeschreven.
Mocht een incasso worden uitgevoerd zonder dat er een (geldige) machtiging aan ten grondslag heeft gelegen, dan kunt u het bedrag binnen twaalf maanden na afboeking laten terugboeken.Voor uitgebreide informatie kunt u terecht op de website van Currence.
- Machtigen
- Welke waarschuwingen heeft DNB tegen fraude en oplichters?
-
Fraude en oplichting zijn van alle tijden. Alleen de manier waarop criminelen te werk gaan verandert. Internet en e-mail zijn inmiddels beproefde middelen. Daarnaast opereren criminelen ook door bijvoorbeeld in vuilniszakken te zoeken naar financiële gegevens of door brievenbussen leeg te vissen.
Identiteitsfraude
Een groeiende vorm van fraude is identiteitsfraude. Hierbij verzamelen criminelen persoonlijke en financiële gegevens om daar later misbruik van te kunnen maken. Om dit te voorkomen adviseren wij u zorgvuldig met uw gegevens om te gaan.- Geef nooit persoonlijke of financiële gegevens aan onbekenden
- Laat persoonlijke gegevens als bonnetjes en visitekaartjes niet slingeren
- Vernietig persoonlijke gegevens zoals kopieën van uw paspoort, bankafschriften en documenten met uw handtekening voordat u ze in de vuilnisbak of papierbak gooit
- Gebruik alleen beveiligde internetsites om uw persoonlijke of financiële gegevens te versturen
- Zorg ervoor dat uw computer voldoende beveiligd is, ook tegen virussen en spyware
Oplichting
Bij oplichting gaat het vooral om criminelen die u grote sommen geld proberen te ontfutselen met zielige verhalen of fantastische aanbiedingen.Tips
Ga altijd na of een instelling onder toezicht staat of over een vergunning beschikt- Vertrouw geen onbekenden ook al presenteren zij zich met een professioneel uitziende website en maken zij gebruik van bestaande adressen én personen
- Maak nooit zomaar geld over aan instanties die u niet kent
- Als u twijfelt, kunt u contact opnemen met de Informatiedesk van DNB of met de Autoriteit Financiële Markten (AFM)
Hieronder vindt u enkel regelmatig voorkomende voorbeelden van oplichting:
Afrikaanse bendes
Hierbij gaat het om verzoeken per e-mail of telefonisch waarin u wordt gevraagd assistentie te verlenen bij het wegsluizen van grote sommen geld. Dit geld zou toebehoren aan bijvoorbeeld (ex-) Afrikaanse staatsfunctionarissen of familieleden van hooggeplaatste personen en zou dan moeten worden overgeschreven naar een Nederlandse of een buitenlandse bankrekening. Als beloning voor uw assistentie worden grote geldbedragen in het vooruitzicht gesteld. Ook wordt gevraagd of u bepaalde kosten wilt voorschieten. Door u in te laten met dit soort praktijken loopt u risico om uw geld kwijt te raken. DNB raadt het dan ook af op dergelijke aanbiedingen in te gaan.Erfenis
Criminelen benaderen ook per e-mail en telefoon mensen met de mededeling dat zij van een ver familielid een erfenis van miljoenen euro’s hebben ontvangen. Dit doen de criminelen op een heel officiële manier met gebruikmaking van de namen van echte banken en echte personen. Er wordt een afspraak gemaakt in een tijdelijk gehuurde kantoorruimte waarbij het geld wordt getoond in koffers. Als onderdeel van de zogenaamde standaardprocedure zou een tekst in inkt op de bankbiljetten moeten worden gewassen die er ter beveiliging zou zijn opgebracht. U wordt verzocht om de zogenaamde dure oplossingsmiddelen te betalen voor tienduizenden euro´s. Let op: ga hier niet op in, u wordt opgelicht.Loterijen
Hierbij gaat het om e-mail waarin u wordt meegedeeld dat u een grote som geld heeft gewonnen in een loterij. Om hier aanspraak op te kunnen maken wordt u gevraagd eerst geld over te maken naar een rekeningnummer. Soms worden hierbij namen van bekende instellingen gebruikt. Als u het geld overmaakt hoort u in de meeste gevallen niets meer. - Zijn er regels voor de kosten van het betalingsverkeer?
-
Banken bepalen in principe zelf of, en hoeveel kosten zij in rekening brengen voor hun diensten en producten. Banken moeten hun klanten hier op verzoek wel over kunnen informeren. DNB stelt hiervoor geen regels op. Wel heeft de EU een aantal bepalingen opgenomen over de kosten van het betalingsverkeer die van invloed zijn op betalingen binnen Europa.
Binnen de EU wordt hard gewerkt aan één betaalmarkt. De introductie van de euro is hiertoe een belangrijke stap. Maar ook met andere maatregelen probeert de EU het betalingsverkeer makkelijker en goedkoper te maken. Zo heeft de EU bepaald dat de tarieven voor het eurobetalingsverkeer met andere EU-lidstaten gelijk moeten zijn aan de tarieven die hiervoor in eigen land gelden.
Door deze bepaling is het overmaken van euro’s van Nederland naar andere EU-landen en het pinnen van euro’s binnen de EU in veel gevallen gratis geworden.

