Reservebeheer
De Nederlandsche Bank (DNB) beheert de goud- en deviezenreserves van de Nederlandse Staat en een deel van de reserves van de Europese Centrale Bank (ECB). Deze reserves worden voor het overgrote deel in staatsobligaties belegd. De winst die met de beleggingen wordt behaald, komt ten goede aan de Nederlandse Staat.
Reserves
DNB beheert circa 36 miljard euro aan vermogen. Het merendeel hiervan wordt aangehouden in euro’s, dollars en goud. Het overgrote deel van deze reserves wordt belegd in staatsobligaties. De risico’s van de beleggingen worden met een uitgebreid risicoraamwerk beheerst. De winsten die DNB behaalt met het beheren van het vermogen, wordt voor 95% uitgekeerd aan de staat, de enige aandeelhouder van DNB. Een deel van de reserves bestaat uit goud. Eind 2007 bedroeg de balanswaarde van goud 11,4 miljard euro. Omdat de betekenis van het goud in het internationale betalingsverkeer minder belangrijk is geworden, verkoopt DNB, net als veel andere centrale banken, een deel van haar goud. Om deze verkoop in goede banen te leiden hebben centrale banken afspraken over omvang en spreiding van de goudverkopen gemaakt. Meer over het beheer van goud leest u in de download onderaan de pagina.
Behalve de eigen reserves beheert DNB ook een deel van de reserves van de ECB.
Het totale goud en deviezenvermogen van de ECB bedraagt op dit moment circa 43 miljard euro (mei 2007).
Interventies en betalingen
Enerzijds worden de reserves gebruikt om te kunnen interveniëren op de valutamarkt, bijvoorbeeld om wisselkoersschommelingen te dempen of om te reageren op financiële crises. In die gevallen kunnen centrale banken overgaan tot het kopen of verkopen van deviezen. Eventuele interventies worden decentraal uitgevoerd, maar de ECB bepaalt wanneer en in welke valuta’s interventies plaatsvinden.
Anderzijds zijn de reserves nodig om betalingen te verrichten in opdracht van de overheid of het Internationale Monetaire Fonds of om eventuele verliezen te kunnen opvangen.

