Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

12 september 2019 Algemeen
Een man loopt langs de entree van het Toorop-gebouw

Het prijsverschil tussen ‘groene’ woningen (met energielabels A, B of C) en ‘niet-groene’ woningen laat zich goed verklaren door de kosten die gemoeid zouden zijn met het verduurzamen van een niet-groene woning. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van DNB. De energielabels, die door Europese wetgeving verplicht zijn gesteld, helpen huizenkopers bij het beter inprijzen van het verwachte energieverbruik. Hierdoor wordt het aantrekkelijker voor huizenverkopers om woningen te verduurzamen.

Effectief beleid ter verduurzaming van de woningmarkt

Tijdens de koop van een woning is de koper doorgaans niet goed op de hoogte van het energieverbruik van de woning. Daarom heeft de Europese Unie energielabels voor woningen verplicht gesteld. Deze energielabels informeren over het energieverbruik van de woning en variëren van G (minst energiezuinig) tot A (meest energiezuinig). Hierdoor kunnen huizenkopers het verwachte energieverbruik beter inprijzen bij het kopen van een woning. ‘Groene’ huizen zullen dan met een positieve premie verkocht worden.

Deze premie moet de kosten van de investering en de waarde van de verwachte energiebesparingen goed weerspiegelen. De premie mag immers niet te hoog zijn, omdat huizenkopers anders geen interesse zullen hebben in het kopen van ‘groene’ woningen. Tegelijkertijd mag de premie niet te laag zijn, omdat huizenbezitters anders niet willen investeren in het verduurzamen van hun woningen.

‘Groene’ huizen verhandelen tegen significante premie

Met behulp van microdata over de Nederlandse woningmarkt is de premie voor ‘groene’ woningen geschat. De resultaten in Figuur 1 tonen aan dat woningen met labels A, B of C verkocht worden voor een premie ten opzichte van woningen met label D. Terwijl woningen met labels E, F en G voor significant minder verkocht worden dan woningen met label D. Dit loopt op tot een korting van gemiddeld 13.500 euro voor woningen met label G ten opzichte van woningen met label D.

Geschatte premies per label afgezet tegen investeringskosten en verdisconteerde energiebesparingen

Verder zijn in Figuur 1 schattingen van het Economisch Instituut voor de Bouw terug te vinden van de investeringskosten en energiebesparingen. Daaruit valt op te maken dat over het algemeen de premies redelijk overeenkomen met zowel de investeringskosten als de energiebesparingen. De enige uitzondering zijn woningen met label A, waar de premie dichterbij de energiebesparingen ligt. Dit komt doordat voor woningen met label A de investeringskosten de energiebesparingen duidelijk overstijgen.

De premie voor groene huizen is significant gestegen sinds 2015

Hoewel in Nederland de energielabels reeds in 2008 zijn geïmplementeerd, is de Nederlandse overheid meerdere malen in gebreke gesteld door de Europese Commissie voor het onvoldoende implementeren van het beleid rondom de energielabels. In 2015 is daarom het beleid aangepast, waarbij energielabels verplicht werden bij de verkoop van een huis. Daarnaast is het proces van aanvragen vergemakkelijkt.

Figuur 2 laat zien dat de premie vóór 2015 aanzienlijk lager was en in sommige jaren zelfs niet significant verschilde van 0. In 2015 is vervolgens een significante stijging zichtbaar van de premie, die piekt op bijna 10.000 euro. Aangezien de investeringskosten naar alle waarschijnlijkheid door de jaren heen eerder zijn afgenomen of stabiel zijn gebleven dan dat ze zijn toegenomen, kunnen we hieruit opmaken dat de premie pas na 2015 de investeringskosten goed lijkt te reflecteren.

Geschatte premie voor een ‘groen’ label per jaar per jaar inclusief 95%-betrouwbaarheidsintervallen