Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

16 november 2017 Algemeen
Een man loopt langs de entree van het Toorop-gebouw

Voor een goede vergelijking tussen inflatie in het eurogebied en de VS - relevant voor bijvoorbeeld het vergelijken van het monetair beleid - moet worden gecorrigeerd voor de verschillende manier waarop woonkosten van huizenbezitters bij de bepaling van de inflatie worden meegenomen. Als deze zogenoemde toegerekende woonkosten worden weggelaten, liggen de inflatiecijfers in het eurogebied en de VS de laatste jaren dichter bij elkaar.

Wat is inflatie?

Inflatie is de jaarlijkse prijsverandering van de goederen en diensten die consumenten gemiddeld kopen. Dit lijkt simpel, maar in de praktijk is deze prijsverandering lastig te meten. Zo moet bijvoorbeeld worden vastgesteld welke goederen en diensten gemiddeld worden geconsumeerd. Verschillende landen maken daarin verschillende keuzes. Voor de landen die deel uitmaken van de Europese Unie (EU) is een geharmoniseerd pakket afgesproken dat wordt gebruikt voor het meten van de Harmonized Index of Consumer Prices (HICP). De gewichten die in de EU-landen binnen het geharmoniseerde pakket worden toegekend, verschillen wel. Zo wordt in Griekenland bijvoorbeeld veel meer olijfolie gebruikt dan in Nederland, waardoor olijfolie in het Griekse consumptiepakket een groter gewicht heeft dan in het Nederlandse pakket. In Nederland is het gewicht van vakanties in bungalowparken en op campings het grootst van alle landen van het eurogebied.

Woonkosten en inflatie

Consumenten geven een aanzienlijk deel van hun budget uit aan wonen, ofwel in een huurhuis ofwel in een eigen woning. Voor huurders is de ontwikkeling van deze uitgaven goed te meten door de ontwikkeling van de huren te volgen. Voor hen maken de huren dan ook een belangrijk deel uit van de HICP. Ook eigenwoningbezitters wonen niet gratis, maar hun kosten zijn minder duidelijk. De consumentenprijsindices gaan op verschillende manieren om met de woonkosten van eigenwoningbezitters. Voor de Amerikaanse centrale bank (Fed) is de ontwikkeling van de index voor Personal Consumption Expenditures (PCE) bepalend voor het monetaire beleid. In de PCE-index worden huurstijgingen ook toegerekend aan huiseigenaren. Ook de Nederlandse consumentenprijsindex (CPI) rekent de gemiddelde huurstijging toe aan eigenwoningbezitters. De HICP, die voor de ECB leidend is bij het bepalen van haar monetaire beleid, doet dit echter niet en neemt de woonkosten voor deze groep consumenten niet mee in de berekening. Beide methoden hebben hun eigen voor- en nadelen. De keuze die wordt gemaakt is wel van invloed op het inflatiecijfer. Eurostat, het statistische bureau van de EU, publiceert voor 26 EU-landen een aparte prijsindex voor de kosten van eigenwoningbezitters die is gebaseerd op de prijs van nieuwbouwwoningen en van woningonderhoud. Deze Owner Occupied Housing Price Index (OOHPI) is beschikbaar op kwartaalbasis, maar nog niet voor Nederland en voor de EU en het eurogebied als geheel.

Inflatie in het eurogebied en in de VS

De grafiek toont het recente beloop van HICP-inflatie in het eurogebied, samen met de PCE-inflatie in de VS.

Grafiek 1 - Inflatie Eurogebied en Verenigde Staten
Procentuele jaarmutatie, kwartaalgemiddelden

Grafiek 1 - Inflatie Eurogebied en Verenigde Staten

De stippellijn laat zien dat de Amerikaanse inflatie enkele tienden procentpunten lager zou liggen als ‒ conform de HICP-definitie ‒ de aan huiseigenaren toegerekende huurstijging niet zou worden meegenomen. In het tweede kwartaal van 2017 was de HICP-inflatie in het eurogebied gelijk aan de PCE-inflatie in de VS. Indien echter ook in het Amerikaanse inflatiecijfer geen rekening zou worden gehouden met de woonlasten van eigenwoningbezitters, dan komt de inflatie in het eurogebied wat hoger uit dan in de VS.