Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

17 september 2020 AlgemeenDNBulletin

De meetproblemen voor de inflatie die de coronapandemie veroorzaakte doordat er voor bepaalde categorieën goederen en diensten geen prijzen werden waargenomen, zijn inmiddels achter de rug. Items waarvoor de prijzen niet konden worden gemeten maar moesten worden geschat, laten gemiddeld een veel hogere inflatie zien.

Meetproblemen in Nederland beperkt

De coronapandemie heeft de inflatie op meerdere manieren beïnvloed. Zo zorgde Corona, en vooral de maatregelen die werden genomen om het virus in te dammen, voor meetproblemen bij de statistische bureaus. In Nederland konden in april voor 13% van de goederen en diensten in de HICP-index geen prijzen worden waargenomen. Het ging vooral om de prijzen van diensten als vliegtickets, vakantiereizen, horeca, culturele diensten en kappers. In veel andere landen lag het percentage niet-waargenomen prijzen veel hoger. In Frankrijk, Italië en Spanje werden veel winkels gesloten, waardoor bijvoorbeeld ook prijzen voor kleding en schoenen niet goed geregistreerd konden worden. Voor het eurogebied moest in april voor 32% van de prijzen een schatting worden gemaakt. Vaak gebeurde dat door de prijsontwikkeling van april 2019 ook toe te passen op 2020 of door de prijzen constant te houden. In juni en juli verbeterde de situatie en hoefde in Nederland uiteindelijk nog maar 1% van de producten die deel uitmaken van het HICP-mandje de prijzen te worden geschat.

Corona heeft ook de samenstelling van de consumptie veranderd. Zo viel een groot deel van de consumptie in de horeca weg en werd er meer thuis gegeten en veel minder internationaal gereisd. Voor de HICP is in Europees verband afgesproken dat de gewichten van de verschillende goederen en diensten in de prijsindex slechts een maal per jaar wordt aangepast. De gewichten die voor de HICP worden gebruikt, weerspiegelen daardoor niet het veranderde consumptiepatroon.

Grafiek 1 - Hogere inflatie geschatte items
Procenten

Hoge inflatie geschatte items

De inflatie van de items waarvan de prijzen grotendeels zijn geschat, was de afgelopen maanden beduidend hoger dan die van de items die wel werden gemeten. Zo lagen in april en mei de geschatte prijzen ongeveer 3% hoger dan een jaar eerder, terwijl de gemeten prijzen met minder dan 1% waren gestegen (Figuur 1). In juni, juli en augustus waren de verschillen nog groter, maar is de bijdrage aan de totale inflatie gering, omdat het nog maar weinig geschatte items betreft (Figuur 2). In juli en augustus ontbreken alleen nog de prijzen van culturele diensten als theater, concert en festival. Van de overige prijzen zijn vanaf juli weer waarnemingen beschikbaar. Dat dit niet leidde tot een lagere inflatie in juli, duidt erop dat de geschatte prijzen, ondanks de hoge inflatie, niet al te zeer afweken van de waarnemingen. Statistisch is de hoge inflatie van de items waarvan de prijzen moesten worden geschat terug te voeren op het prijsniveau van deze goederen en diensten in maart 2020, en de prijsontwikkeling in 2019. Die zijn immers bepalend geweest voor de schattingen en laten een structureel afwijkend patroon zien. De prijsstijgingen in de categorieën waar de prijzen ontbraken, recreatie, culturele diensten en vliegtickets, zijn de afgelopen jaren namelijk ongeveer 1,5 procentpunt hoger dan de algemene inflatie. De getoonde verschillen in Figuur 1 weerspiegelen deze trend.

Grafiek 2 - Inflatiebijdrage geschatte items sterk afgenomen
Procenten

Bron: CBS