Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

07 december 2021 Algemeen
Groen duurzaam dak

(c) iStock

Het gebrek aan consistente en betrouwbare data maakt het meten van duurzaamheidsrisico’s lastig, maar niet onmogelijk. Met de studie ‘Op weg naar een duurzame balans’ laat DNB zien dat zelfs op basis van beperkte data kan worden vastgesteld dat duurzaamheidsrisico’s voor de Nederlandse financiële sector materieel zijn. DNB zal haar verwachtingen ten aanzien van het adequaat beheersen van deze duurzaamheidsrisico’s volgend jaar nader concretiseren.

Duurzaamheidsrisico’s zijn materieel voor financiële instellingen

Uit het rapport blijkt dat de toegerekende CO2-voetafdruk van de wereldwijde financieringen en beleggingen van Nederlandse financiële instellingen ten minste 82 Mton bedraagt, en waarschijnlijk meer. Dat getal is in omvang vergelijkbaar met ongeveer de helft van de CO2-uitstoot van Nederland. Figuur 1 toont dat deze CO2-voetafdruk voornamelijk toe te rekenen is aan de uitzettingen van pensioenfondsen (47 Mton) en banken (30 Mton). De overgang naar een CO2-neutrale economie impliceert daarmee een materieel duurzaamheidsrisico voor financiële instellingen (aangeduid als transitierisico). Zo kunnen aanpassingen in het klimaatbeleid van overheden leiden tot verhoogde krediet- en marktrisico’s als gevolg van onverwachte of voortijdige afschrijvingen op en afwaarderingen van hun activa (zogenaamde stranded assets). De effectiviteit van het klimaatbeleid van overheden is ook sterk bepalend voor de omvang van transitierisico’s. Een minder strikt klimaatbeleid leidt op korte termijn weliswaar tot kleinere transitierisico’s, maar dwingt tegelijkertijd tot harder overheidsoptreden in de toekomst met grotere transitierisico’s tot gevolg.

CO2-voetafdruk (in megaton) naar sector en activaklasse (cijfers 2019)

Uit de studie blijkt daarnaast dat het transitierisico, en dus ook het risico op stranded assets, de komende jaren verder toeneemt. De geplande activiteiten van bedrijven waar pensioenfondsen en verzekeraars in beleggen, wijken de komende jaren namelijk in toenemende mate af van het transitiepad dat nodig is om de klimaatdoelen van het VN-verdrag van Parijs te halen. Dit betekent overigens niet dat de beleggingen in deze bedrijven per se moeten worden afgebouwd. Door middel van bijvoorbeeld het stemgedrag op aandeelhoudersvergaderingen of engagement kunnen financiële instellingen bedrijven waar ze in beleggen bewegen om hun CO2-intensieve activiteiten af te bouwen en te investeren in CO2-arme alternatieven.

Duurzaamheidsrisico’s meten ondanks databeperkingen

Het is belangrijk dat financiële instellingen niet wachten met het meten van duurzaamheidsrisico’s totdat ‘perfecte data’ beschikbaar zijn. De ervaring leert dat data juist beter worden door ermee aan de slag te gaan. Daarbij is het voorlopig onvermijdelijk om gebruik te maken van schattingen en gemodelleerde data totdat betere data op basis van geharmoniseerde standaarden beschikbaar komt. In dit kader heeft de International Financial Reporting Standards Foundation (IFRS Foundation) recent aangekondigd een Sustainability Standards Board op te zetten, met de ambitie om verschillende bestaande initiatieven op gebied van duurzaamheidsrapportages om te vormen tot een geharmoniseerde wereldwijde rapportagestandaard.  Ook DNB maakt zich in samenwerking met de ECB sterk voor de ontwikkeling van geharmoniseerde standaarden en rekenmethoden om de datakwaliteit op het terrein van duurzaamheid te verbeteren.

Duurzaamheidsrisico’s integraal onderdeel van regulier toezicht

DNB houdt toezicht op adequate risicobeheersing door financiële instellingen. Dat geldt ook voor de beheersing van duurzaamheidsrisico’s. In 2022 zal DNB haar verwachtingen ten aanzien van de beheersing van duurzaamheidsrisico’s nader concretiseren en ter consultatie voorleggen aan de financiële sector. De intentie daarbij is om aan te sluiten bij de ECB-gids met toezichtverwachtingen voor banken die ingaat op de integratie van duurzaamheid in de strategie, governance, het risicobeheer en de rapportage. Er zal hierbij ook rekening gehouden worden met de specifieke kenmerken van niet-bancaire Nederlandse financiële instellingen.

Rapport ‘Op weg naar een duurzame balans’

9,5MB PDF
Download