Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

16 november 2020 Algemeen
Zonnepanelen

Op 16 november 2020 opende Klaas Knot de Nederlandse Economenweek. Voor het eerst betrof het een hele week en verliepen alle sessies digitaal. Knot keek in zijn openingsspeech terug op de economische impact van de coronacrisis en pleitte voor een groen herstel om zowel de economische crisis aan te pakken als belangrijke stappen te zetten in de klimaattransitie.

Datum: 16 November 2020
Locatie: Opening van de Nederlandse Economenweek
Spreker: Klaas Knot

In mijn agenda stond dat ik vandaag, op 16 november, zou spreken op de N-E-W. Dit staat uiteraard voor De Nederlandse Economenweek, maar ik las het eerst als new. Nieuw. En dit is inderdaad iets nieuws. Anders dan andere jaren heb ik niet zomaar de eer u welkom te heten op de Nederlandse Economendag, maar op een heuse Nederlandse Economenweek. Meer zelfs, het is de eerste keer dat alles digitaal zal verlopen.

Dus, beste economen, beste vakgenoten, welkom op deze eerste digitale Nederlandse Economenweek. Welkom namens alle organisaties die deze week mogelijk maken: het Centraal Planbureau, het Ministerie van Financiën, Het Planbureau voor de Leefomgeving, Economisch Statistische Berichten, de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde, het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en De Nederlandsche Bank.

En dank aan al deze organisaties om in deze bijzondere tijden een mooi programma voor u op te stellen.

Het is min of meer een traditie om in deze openingstoespraak stil te staan bij een economische mijlpaal en mijn tekst te larderen met quotes van Paul Krugman of andere grote namen uit ons vakgebied. Zo stond ik in 2019 stil bij de 50ste verjaardag van de Nobelprijs voor Economie voor Jan Tinbergen. Het jaar daarvoor reflecteerden we, tien jaar na datum, op de financiële crisis van 2008.

En vandaag, 16 november 2020, is het 19 jaar geleden dat de verfilming van het eerste boek van Harry Potter in première ging: Harry Potter and the Philosopher’s Stone.

Misschien lacht u nu. Dat kan. Dat mag. De werelden die geopenbaard worden eenmaal je kinderen hebt, kunnen je maar beter jong doen voelen en oud laten lijken, dan omgekeerd denk ik dan maar.

Een van de hoofdpersonages in de Harry Potter reeks is een oude, wijze tovenaar: Albus Perkamentus. Dumbledore in het Engels. En die zegt af en toe wel rake dingen. Zo zegt hij in dat eerste boek: “Fear of a name increases fear of the thing itself.”

En hoewel ik zelf al wat ouder ben, en hopelijk wat wijzer, maar zeker geen tovenaar – vraag dat maar aan mijn kinderen, is dat wel een zin die ik als econoom zou kunnen zeggen.

Want hoewel wat wij, economen, doen, niets met magie of toverspreuken te maken heeft, zit er veel waarheid in.

We leven vandaag in verwarrende tijden. We zitten opnieuw met een gezondheidscrisis nu de pandemie voor de tweede keer door Nederland en de buurlanden raast. Er wacht ons een economische crisis. En minder zichtbaar, maar potentieel met een nog grotere impact, staan we voor een klimaatcrisis. En dan laat ik de biodiversiteitscrisis nog even buiten beschouwing.

Iets een crisis noemen, doen wij, economen, niet lichtzinnig. Maar als het effectief een crisis is, deinzen we er ook niet voor terug om dat zo te benoemen. Om te zeggen waar het op staat en dat ook te onderbouwen. We don’t have fear of a name. Want in iets benoemen ligt het begin van de oplossing.

Dames en heren, toen het coronavirus enkele weken geleden onze samenleving weer steviger in haar greep kreeg, kwamen de nieuwe contactbeperkende maatregelen van onze overheid uiteraard niet als een verrassing.

En we hebben geleerd uit de eerste golf van de pandemie dat een gezondheidscrisis van deze proportie, met alle maatregelen die hierop volgen, zich ook direct vertaalt naar onze economie.

De economische ontwikkelingen dit jaar zijn ongekend. In het tweede kwartaal daalde ons bbp met 8,5 procent ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze daling is de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog en ook aanzienlijk groter dan tijdens de vorige crisis toen het bbp op het dieptepunt kromp met 3,6 procent.

De eerste versoepeling van de coronamaatregelen midden-mei vertaalde zich meteen in een positieve groei van het bbp. In het derde kwartaal veerde de economie deels terug op met een kwartaalgroei van 7,7 procent – wat eveneens een record is.

Naar verwachting wordt het herstel in het vierde kwartaal echter in de knop gebroken door het weer opflakkeren van het virus en de contactbeperkende maatregelen die daarmee gepaard gaan.

Het is ondertussen wel duidelijk dat er geen uitruil is tussen medisch en economisch herstel. Voor economisch herstel is medisch herstel een voorwaarde.

En dan wacht ons ook nog een klimaatcrisis.

Om u een beeld te geven van de grootte van de klimaatopgave: als we de opwarming van de aarde willen beperken tot anderhalve graad Celsius, conform het Akkoord van Parijs, dan moeten we de volgende tien jaar elk jaar onze CO2-uitstoot met zo’n acht procent naar beneden brengen. Zelfs als we ‘maar’ voor twee graden Celsius opwarming zouden gaan, is het komend decennium ongeveer een kleine drie procent daling per jaar nodig.

Ter vergelijking: door de economische crisis zal de wereldwijde CO2-uitstoot in 2020 vermoedelijk rond de zeven procent lager liggen dan in 2019.

Dit niveau van daling, dat we onder bijzondere omstandigheden bereikten, moeten we dus tien jaar lang jaarlijks zien te bereiken, maar dan zonder een belangrijk deel van de economie stil te leggen. Dit zal niet vanzelf gebeuren

Hierop ziet u dat de uitstoot dit jaar na een forse daling in april alweer snel toenam eenmaal de contactbeperkende maatregelen in de meeste landen opnieuw versoepelden.

Maar we hebben nu een momentum om twee vliegen in één klap te slaan: om tegelijk de economische crisis en de klimaatcrisis aan te pakken. En dan laat ik de biodiversiteitscrisis nog even terzijde.

En dat momentum moeten we grijpen—door niet te kiezen voor een langdurige ‘lock-in’ van uitstoot-intensieve productietechnieken. En door wel te kiezen voor een versnelde transitie naar een klimaatneutrale economie.

De volgende vraag is dan: wie kan nu wat doen om ons door deze crisissen te navigeren?

Wat de economische crisis betreft, hebben we gezien dat de Nederlandse overheid in no time noodmaatregelen kan optuigen om bedrijven en werkende Nederlanders te helpen.

Analyses die we bij DNB maakten, tonen aan dat de eerste twee steunpakketten voor het bedrijfsleven ook effectief waren: de zwaarst getroffen sectoren kregen de meeste steun en een grootschalige kostbare faillissementsgolf werd voorkomen.

Niettemin is een groot aantal bedrijven, zelfs mét de steunpakketten, nog niet uit de gevarenzone. En dreigen er dus nog tal van reorganisaties of faillissementen te volgen. Ik zeg dit liever klaar en duidelijk. Des te sneller kunnen we aan gerichte oplossingen beginnen te werken.

Bij de steunpakketten die tot nu toe vrijgemaakt werden, was er weinig oog voor een uitgesproken groen herstel. Niet alleen in Nederland, maar eigenlijk in de meeste landen. In China, Rusland en de Verenigde Staten zijn de aangekondigde steunmaatregelen zelfs overwegend schadelijk voor het klimaat. Al waren er net Amerikaanse verkiezingen natuurlijk. Het is nog niet duidelijk wat het effect van het recente verkiezingsresultaat zal zijn op de steunmaatregelen, al kunnen we er wel van uitgaan dat het toekomstige beleid meer aandacht zal hebben voor het klimaat.

Hoe kunnen we nu de steunmaatregelen van de overheid om de economie de komende tijd te stimuleren ook deels inzetten voor de klimaattransitie?

Landen als Duitsland en Frankrijk – en ook de EU trouwens – doen dat door de klimaattransitie een integraal onderdeel te maken van hun aanpak van de coronacrisis. Het gaat dan onder meer over extra investeringen in R&D, elektrificatie van transport, en een verduurzaming van de bouwinfrastructuur.

Wat ons betreft kan voor een groen herstel het beste worden ingezet op een combinatie van een betere uitstootbeprijzing plus het aanjagen van publieke en private klimaatinvesteringen. Door de uitstoot van broeikasgassen van het juiste prijskaartje te voorzien, zorg je er immers voor dat de economie op een effectieve en marktconforme manier groener wordt.

Zoals u weet komt de prijs voor CO2 tot stand op Europees niveau—in het Europese emissiehandelssysteem, het ETS. Door dit op Europees niveau te doen, creëer je geen concurrentienadelen voor bedrijven en voorkom je dat bedrijven hun activiteiten naar het buitenland verplaatsen.

We zien dat de ETS-prijs recent is opgelopen, zelfs nadat de uitstoot tijdelijk sterk gedaald was als gevolg van de coronamaatregelen. Dit is een teken dat het ETS begint te werken waar het voor ontworpen is.

Vandaag zijn er nog grote sectoren die niet onder dit systeem vallen – zoals de scheepvaart en het wegtransport. Duitsland voerde daarom recent een CO2-belasting in voor de transportsector. En daarmee zitten zij op het goede spoor.

Ook voor die sectoren is immers een betere uitstootbeprijzing nodig. Ook die sectoren zouden onder een vorm van Europese uitstootbeprijzing, zoals het ETS, gebracht kunnen worden.

Verder is het belangrijk dat Europese landbouwsubsidies in veel sterkere mate gekoppeld worden aan milieu- en klimaatdoelstellingen. Het is dan ook een gemiste kans dat de Europese landbouwsubsidies recent zijn vastgelegd tot 2027 zonder bindende Europese eisen over verduurzaming. Dit zal het lastiger maken om de ambitieuze doelen voor verduurzaming van de landbouw de komende jaren af te dwingen.

Dames en heren, als we de doelstelling van het Parijsakkoord willen halen om de opwarming van de aarde tot anderhalve graad te beperken, dan is er een aanscherping nodig van het klimaatbeleid – zowel op nationaal als internationaal niveau. DNB ondersteunt dan ook van harte het voorstel van de Europese Commissie om de doelstelling voor de Europese uitstootvermindering te verhogen naar 55 procent in 2030. Met natuurlijk als einddoel klimaatneutraal te zijn in 2050.

Dus ook in Nederland moeten we meer doen. Ook hier kunnen belastingen meer in lijn worden gebracht met de mate van vervuiling. In ons land krijgen grootverbruikers van energie bijvoorbeeld nog steeds forse kortingen op de energiebelasting. Hierdoor betalen grote uitstoot-intensieve bedrijven vaak maar weinig energiebelasting, en komt de rekening in onevenredige mate terecht bij het MKB. Dit kan anders. Dit moet anders.

Maar om groene investeringen echt aan te jagen is meer nodig dan alleen een goede uitstootbeprijzing.

De overheid kan bijvoorbeeld private groene investeringen fiscaal stimuleren. Denk aan een verruiming van aftrekposten voor groene investeringen, zoals de Milieu-investeringsaftrek en de Energie-investeringsaftrek.

En met meer geld voor kortingen op de verhuurdersheffing bij een snellere verduurzaming van de sociale woningvoorraad, kunnen woningcorporaties gestimuleerd worden om hun woningvoorraad sneller te verduurzamen.

Verder zijn er hier en daar eerste stappen gezet in het verbinden van groene doelen aan het ontvangen van staatsteun. Zo heeft het kabinet als voorwaarde voor de steun aan KLM afgesproken dat de uitstoot per ‘passagierskilometer’ in 2030 gehalveerd moet zijn. En in Canada moeten grote bedrijven zich bijvoorbeeld committeren aan het rapporteren van hun klimaatimpact en het nemen van duurzame beslissingen om in aanmerking te komen voor noodleningen tijdens de coronacrisis.

Daarnaast zijn er ook publieke groene investeringen die op korte termijn verhoogd kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan investeringen in duurzame R&D, waterstofenergie-infrastructuur, elektrisch transport en natuurherstel. 

We verwachten dus veel van onze beleidsmakers, nationaal en internationaal. Zij moeten het voortouw nemen in de aanpak van de economische crisis, maar ook in de klimaattransitie.

Ik spreek hier natuurlijk namens DNB. En dan zal het u niet verbazen dat wij vinden dat ook de financiële sector een belangrijke bijdrage kan leveren aan de klimaattransitie. Dit kan op drie niveaus: dat van de financiële instellingen, dat van de centrale banken en toezichthouders, en dat van het Europees of internationale niveau.

Ten eerste het niveau van de financiële instellingen. Banken spelen vandaag een belangrijke rol in het verzachten van de directe economische klap van de coronacrisis. Zij doen dat onder meer door financieel lucht te geven aan bedrijven. De banken hebben nu een uitgelezen kans om de bedrijfsmodellen van hun klanten te helpen verduurzamen.

Ten tweede het niveau van DNB. Zoals u weet zijn wij toezichthouder op de banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Dit betekent onder meer dat we nagaan in welke mate deze financiële instellingen blootgesteld zijn aan risico’s, onder meer klimaatrisico’s. Een belangrijke bijdrage hierin is de onlangs gepubliceerde gids van het Network of Central Banks and Supervisors for Greening the Financial System, het NGFS, over de integratie van klimaat- en milieurisico’s in prudentieel toezicht.

Als toezichthouder willen we dat deze risico’s goed beheerst worden. Vertaald naar de praktijk van financiële instellingen betekent dit dat zij hun beleggingsbeleid en kredietverlening meer in lijn moeten brengen met het Klimaatakkoord van Parijs.

Ten derde het Europees niveau, want ook in de financiële sector is de rol van Europa cruciaal. Willen we deze sector echt op het spoor van groen herstel zetten, dan moeten prudentiële risico’s van klimaatverandering versneld in financiële wet- en regelgeving worden geïntegreerd. Hiervoor hebben we kwantitatief inzicht in deze risico’s nodig. De analyse van deze risico’s en de daaropvolgende Europese besluitvorming zou, waar mogelijk, naar voren moeten worden gehaald.

Dames en heren, ik rond af.

Ik begon mijn verhaal met een citaat van Albus Perkamentus uit het eerste boek van Harry Potter. En ik wil ook graag besluiten met een citaat van hem. In het vierde boek zegt hij: “Dark times lie ahead of us and there will be a time when we must choose between what is easy and what is right.”

Ook hier stelt hij het scherp. We staan inderdaad voor grote uitdagingen. En we staan inderdaad op een kruispunt waarbij we een belangrijke keuze te maken hebben. Al is dit voor DNB geen moeilijke keuze. Wat ons betreft gaan we resoluut voor een groen herstel om tegelijk de economische en de klimaatcrisis aan te pakken. Right in plaats van easy dus.

En u vraagt zich misschien af waarom ik twee keer uit Harry Potter citeer. Er zijn toch mensen met meer economische autoriteit die hier iets citeerbaars over zegden? Dat is ongetwijfeld zo. Maar in tegenstelling tot Harry Potter, worden die niet, of nog niet, gelezen door die mensen waarvoor we die uitgesproken keuze voor groen herstel eigenlijk maken: onze jongeren. Onze kinderen. Onze kleinkinderen. Zij die vandaag misschien angstig naar de toekomst kijken – naar hun toekomst – en misschien nog geen woorden voor die angst vinden. Nou, als zij geïnspireerd kunnen worden door Albus Perkamentus, waarom wij dan niet?

Dank u. Ik wens u een inspirerende dag, liever nog, een hele inspirerende week.