Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

22 december 2022 Algemeen

Banken lopen risico door trage verduurzaming van bedrijven

Opladen elektrische auto

De bedrijven in CO2-intensieve sectoren waaraan banken krediet verlenen, schakelen te langzaam om naar duurzame alternatieven om te voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Dit blijkt uit een analyse van DNB. Hierdoor nemen de transitierisico’s in de kredietportefeuilles van Nederlandse banken de komende jaren fors toe. 

De afspraken in het Parijsakkoord impliceren significante veranderingen voor de maatschappij, economie en financiële sector. Wanneer bedrijven achterblijven bij deze transitie dan kunnen zij onder andere door stringenter overheidsbeleid, juridische uitspraken en veranderende consumentenvoorkeuren in de knel komen. Dit kan leiden tot risico’s voor de banken vanwege de daarmee gepaard gaande afwaardering van deze bedrijven. Deze risico’s zijn voor ons als toezichthouder aanleiding om zowel op mondiaal niveau (in het Basel Committee on Banking Supervision, de internationale standaardzetter voor bancaire regelgeving) als Europees niveau (bij de European Banking Authority, de EU bankenregelgever) te pleiten voor een adequate behandeling van klimaatrisico’s in het kapitaalraamwerk, bijvoorbeeld via het instellen van concentratielimieten. 

Theoretisch kader: een vooruitkijkende analyse van de kredietportefeuilles van banken  

De kredietportefeuilles van Nederlandse banken zijn geanalyseerd met behulp van de Paris Agreement Capital Transition Assessment (PACTA) methode aan de hand van twee maatstaven, de verandering van de technologiemix en van de absolute productie. Als we dit theoretisch kader toepassen op de auto-industrie, dan weerspiegelt de technologiemix welk aandeel elektrische auto’s, hybride auto’s, waterstofauto’s en auto’s met een klassieke verbrandingsmotor uitmaken van de totale autoproductie. Als de technologiemix afwijkt van het transitiescenario, dan kan dat komen doordat er bijvoorbeeld te veel auto’s met een verbrandingsmotor worden geproduceerd, of juist door te weinig productie van elektrische auto’s. Daarom wordt er niet alleen gekeken naar de technologiemix, maar ook naar de absolute productie. Deze tweede maatstaf geeft bij toepassing op de auto-industrie weer hoeveel productie er van elke type auto in de komende vijf jaar is. De uitkomsten vergelijken we met een scenario van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) waarbij de temperatuurstijging op aarde beperkt zal blijven tot 1,5°C. 

Bedrijven moeten sneller omschakelen naar duurzame alternatieven 

Op basis van beide maatstaven concluderen we dat de bedrijven in de kredietportefeuilles van de Nederlandse bankensector in de meest CO2-intensieve sectoren, zich onvoldoende aanpassen. De analyse toont bijvoorbeeld aan dat de omschakeling van de productie van auto’s met een verbrandingsmotor naar elektrische auto’s te langzaam gaat om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Ook de omschakeling van energieopwekking op basis van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare bronnen gaat nog te traag. Daarnaast neemt de oliewinning door bedrijven in de kredietportefeuille van Nederlandse banken de komende jaren juist toe, terwijl een afname noodzakelijk is. Alleen de bedrijven actief in de gaswinning passen zich sneller aan dan het transitiescenario voorschrijft (tabel 1). 

Tabel 1 - Overzicht van de transitiescenario resultaten 

Overzicht van de transitiescenario resultaten

Toelichting: Een rood kruis geeft aan dat de bedrijven in de kredietportefeuilles van Nederlandse banken achterblijven bij het transitiescenario. Een groene vink geeft aan dat bedrijven voldoen aan het scenario of erop voorlopen. 

Bronnen: Asset Resolution, PACTA, DNB.

De productie van auto’s met een verbrandingsmotor neemt toe 

Verdergaand op het voorbeeld over auto’s wordt in figuur 1 de productieverandering van auto’s met een verbrandingsmotor voor de aankomende jaren weergegeven. Uit deze figuur valt op te maken dat de bedrijven die leningen hebben bij Nederlandse banken tezamen de aankomende jaren meer auto’s met een verbrandingsmotor produceren dan het transitiescenario voorschrijft. De doorgetrokken lijn geeft het beeld van de bedrijfsplannen weer, deze lijn stijgt de eerste jaren en is vlak vanaf 2023. Het groene vlak wordt steeds kleiner, omdat de productie van auto’s met een verbrandingsmotor volgens het scenario van de IEA in de tijd steeds meer zal moeten afnemen om de Parijs-doelstellingen te halen: in 2026 met circa 30%. Daarnaast wordt het in de Europese Unie verboden om vanaf 2035 auto’s met een verbrandingsmotor te verkopen. Het verschil tussen de productieprognose en het transitiescenario neemt de komende jaren toe. Dit leidt tot transitierisico’s. De resultaten voor andere sectoren worden weergegeven in de analyse.  

De omvang van transitierisico’s verschilt sterk tussen banken  

Het beeld van de geaggregeerde kredietportefeuille van Nederlandse banken verhult echter de variatie tussen verschillende banken en de bedrijven in hun kredietportefeuille. In figuur 1 is de bank met de kredietportefeuille die het meest voorloopt op de transitie en de bank die het meest achterblijft weergegeven. Vanwege de grote verschillen tussen banken en tussen bedrijven is het wenselijk dat banken deze, of een soortgelijke analyse, uitvoeren voor de verschillende sectoren en bedrijven in hun portefeuille. 

Figuur 1 - Productie van auto’s met een verbrandingsmotor 

Productie van auto’s met een verbrandingsmotor

Toelichting: De doorgetrokken lijn is de productieprognose van bedrijven in de portefeuille van banken. De stippellijn tussen het groene (lichtere) en rode (donkere) vlak is het productiepad om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C in 2050. Indien de doorgetrokken lijn zich in het rode vlak begeeft is de productieprognose van bedrijven in de kredietportefeuille van banken ontoereikend om de klimaatdoelen te halen. Ligt deze lijn in het groene vlak, dan passen de bedrijven zich sneller aan dan het transitiescenario vereist. De onderste stippellijn geeft de portefeuille van een Nederlandse bank weer die het meest voorloopt in de transitie. De bovenste stippellijn geeft de portefeuille van een Nederlandse bank weer waarbij die het meest achterblijft bij het transitiepad.  

Bronnen: Asset Resolution, PACTA, DNB. 

De resultaten vormen een ondergrens van de daadwerkelijke transitierisico’s  

Deze analyse concentreert zich op sectoren met een hoge CO2-uitstoot, zoals bijvoorbeeld de energie- en autosector. Binnen die sectoren is echter alleen het deel van de waardeketen geanalyseerd waar de transitie zich moet concentreren om de hele waardeketen in lijn met het Parijsakkoord te brengen. De blootstelling van banken aan deze activiteiten is 2,5% van de totale kredietportefeuille aan niet-financiële bedrijven. Ook bedrijven die zich verderop in de keten bevinden, zijn blootgesteld aan transitierisico’s. De transitierisico’s voor deze bedrijven zijn afhankelijk van hun exacte activiteiten. Een producent van versnellingsbakken wordt bijvoorbeeld wel fors geraakt door de transitie, maar een producent van autostoelen of ruitenwissers waarschijnlijk niet omdat deze onderdelen ook voor elektrische auto’s nodig zijn. Het is niet voor alle individuele bedrijven mogelijk om met de PACTA-methode vast te stellen of en hoe zij geraakt worden door de transitie, dat maakt dat de daadwerkelijke transitierisico’s groter zijn dan uit onze analyse blijkt.   

Toezicht op transitierisico’s 

De resultaten van deze analyse onderstrepen het belang dat banken voldoende aandacht hebben voor transitierisico’s. Het is bemoedigend dat een groot aantal financiële instellingen het klimaatcommitment heeft ondertekend en vanaf dit jaar publiek moet maken welke acties zij nemen om bij te dragen aan het akkoord van Parijs. DNB ziet er als toezichthouder op toe dat banken transitierisico’s adequaat beheersen. Binnen het prudentiële bankentoezicht krijgen transitierisico’s in toenemende mate aandacht. Zo heeft de ECB haar toezichtverwachtingen gepubliceerd over hoe banken klimaat- en milieurisico’s moeten adresseren en heeft DNB een Good Practice voor banken opgesteld met handvatten voor de integratie van klimaatrisico’s in hun risicomanagement. Daarbij heeft de Europese Commissie vorig jaar een voorstel gepubliceerd om in de Capital Requirements Directive (CRD) en Capital Reguirements Regulation (CRR) eisen te stellen aan hoe duurzaamheidsrisico’s moeten worden geïntegreerd in het risicomanagement van banken en in het prudentiële toezicht.

De DNB Analyse Naar een duurzamere balans voor banken geeft een meer gedetailleerde weergave van de resultaten voor alle sectoren en een toelichting op de methode die is toegepast. Deze analyse is eerder als onderdeel van het rapport Op weg naar een duurzame balans ook gedaan voor de beleggingsportefeuilles van pensioenfondsen en verzekeraars. 

DNB Analyse - Naar een duurzamere balans voor banken

1,2MB PDF
Download