Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Interview Olaf Sleijpen in de Volkskrant

DNB in de media

Gepubliceerd: 06 oktober 2022

Olaf Sleijpen

Interview Olaf Sleijpen met Daan Ballegeer van de Volkskrant. Gepubliceerd op 5 oktober 2022.

DNB kritisch over koopkrachtsteun: ‘Je kunt niet jaar na jaar op deze manier de portemonnee blijven trekken’

Het koopkrachtpakket van het kabinet is erg ruimhartig. Dat zegt Olaf Sleijpen, directeur bij De Nederlandsche Bank. ‘De energieprijzen zullen hoog blijven, dat is geen tijdelijk fenomeen en dus zal iedereen zich daaraan moeten aanpassen.’

Op de dag nadat Energieminister Rob Jetten de pijn van de torenhoge energierekening van burgers nog meer verzachtte dan verwacht, trekt De Nederlandsche Bank (DNB) aan de bel: dit kan niet eeuwig voortduren. We zitten in een ongelooflijk complexe situatie die niet valt op te lossen doordat één iemand aan één knop gaat draaien, benadrukt Olaf Sleijpen, als directielid verantwoordelijk voor monetaire zaken. ‘We zullen dit toch met elkaar moeten doen.’ Die ‘we’, dat zijn de centrale bank, de overheid en de sociale partners. Samen moeten zij de inflatie onder controle krijgen, de armen helpen en de koopkracht stutten.

Maar hoezeer Sleijpen het ook wil, de werkelijkheid is weerspanniger. Vakbonden en werkgevers steggelen over een automatische prijscompensatie en de overheid voert een begrotingsbeleid dat het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) lastiger maakt.

Voorafgaand aan Prinsjesdag noemde Sleijpen de politieke wens om huishoudens en bedrijven te compenseren ‘begrijpelijk’, maar hij waarschuwde er ook voor dat een te genereuze compensatie de inflatie kan voeden. De overheid trapt dan op het gaspedaal van de economie, terwijl de ECB die met opeenvolgende renteverhogingen juist probeert af te remmen, om zo de geldontwaarding te bestrijden. Sleijpen pleitte er daarom voor om de koopkrachtreparatie te beperken tot ‘de hardst getroffen huishoudens’.

Daar had het kabinet geen oren naar. Er rolde een koopkrachtpakket van 17 miljard euro uit, dat met het prijsplafond nu zelfs oploopt tot 35 miljard, geld dat ook naar hogere inkomens gaat die niet zo hard getroffen zijn.

‘Het blijven natuurlijk politieke keuzes. Het prijsplafond voor energieprijzen is op zich geen rare maatregel, want het is vooral gericht op de lagere inkomens. Daar maken energiekosten een groter deel uit van het besteedbaar inkomen. Bovendien geeft die subsidieregeling nog altijd een prikkel om te verduurzamen. Steeds meer mensen besluiten hun huis te isoleren, en er is een grote vraag naar warmtepompen. Mijn oproep aan het kabinet is om na te denken over hoe het de economie de komende jaren minder afhankelijk kan maken van gas. Je kunt niet jaar na jaar op deze manier de portemonnee blijven trekken, want dat hou je niet vol. Die subsidies kunnen slechts een overgangsregeling zijn.

‘Het prijsplafond is bovendien voorlopig maar gedeeltelijk gedekt door het afvoeren van de beoogde verlaging van de energiebelasting. Dat andere deel moet nog gevonden worden. Het is belangrijk om te voorkomen dat je de economie nog meer gaat aanjagen, en daarmee ook de inflatie.’

Het kabinet heeft ook generieke maatregelen verlengd, zoals de verlaging van de accijnzen.

‘Daar heb ik minder begrip voor. Ik vrees dat het heel moeilijk wordt om daar ooit nog vanaf te komen. De politieke economie dicteert vaak dat iets tijdelijks uiteindelijk gewoon blijft.’

Het is geen sympathieke boodschap voor de middenklasse dat ze volgens DNB te veel krijgen.

‘Dat zeg ik ook niet. Vanuit politiek en maatschappelijk oogpunt heb ik er sympathie voor. Het gaat mij om de maatvoering. Tijdelijke, gerichte steun dus. Je wilt niet dat mensen in een situatie terechtkomen dat ze hun energierekening niet kunnen betalen.’

Dan hebben we het toch niet over de betere verdieners?

‘Ik denk dat de doorrekening van het pakket duidelijk zal maken dat niet iedereen over de hele linie wordt gecompenseerd. Waar je precies de grens trekt, is een politieke keuze. Het is in elk geval van belang dat de kosten die ermee gepaard gaan voldoende zijn gedekt.’

Koopkrachtreparatie kan ook van werkgevers komen in de vorm van hogere lonen.

‘De winstgevendheid van Nederlandse bedrijven was de afgelopen jaren over het algemeen goed, en het aantal faillissementen is nog steeds heel laag. Er is dus wel ruimte voor hogere lonen. Maar die loonstijgingen mogen niet zo hoog zijn dat ondernemers beslissen om ze helemaal af te wentelen op de consument. Anders jaag je de loon-prijsspiraal aan; een vicieuze cirkel waarin hogere lonen leiden tot hogere prijzen, en weer hogere lonen. Daarom ook is automatische prijscompensatie geen goed idee.’

Ondernemersorganisaties roepen de overheid op om snel met een nieuw steunpakket te komen voor het mkb. Anders zou een forse toename aan faillissementen dreigen. Zijn we na corona in een ‘steuneconomie’ terechtgekomen?

‘Je kunt als overheid niet de ene na de andere tegenvaller voor het bedrijfsleven opvangen. Op een zeker moment gaat dat verkeerd. Het kost dan zoveel geld dat het ten koste gaat van andere prioriteiten, of je moet op een gegeven moment hard gaan bezuinigen of de lasten verhogen. De overheid kan gewoon niet alles oplossen. Ze mag ook het ondernemerschap, en de veerkracht en weerbaarheid van de economie niet uitschakelen.

‘Corona was meer overmacht dan wat we nu meemaken. De energieprijzen zullen hoog blijven, dat is geen tijdelijk fenomeen en dus zal iedereen zich daaraan moeten aanpassen. Het is logisch dat de overheid bedrijven nu helpt omdat het om zo'n abrupte aanpassing gaat, maar zeker van energie-intensieve ondernemingen moet ze eisen dat die in ruil stappen zetten naar meer duurzaamheid, en dat ze hun gasafhankelijkheid afbouwen.’

In september steeg de inflatie in Nederland naar 17,1 procent. CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen tweette daarop: ‘Ik weet even niet wat ik zeggen moet.’ Hoe zat het bij u?

‘Het was een onaangename verrassing, om even stil van te worden. Als centrale bankiers kunnen we heel weinig doen aan de stijging van de energieprijzen. Onder het hoofdkantoor van de ECB in Frankfurt zit jammer genoeg geen grote gasbel. Maar ook de kerninflatie, die geen rekening houdt met de energie- en voedselprijzen, was met 6,5 procent veel te hoog. Dat toont dat de prijsstijgingen zich geleidelijk aan het verankeren zijn in de hele economie. Als centrale bank moeten we daarom echt aan de bak door de rente verder te verhogen.’

Ontdek gerelateerde artikelen