Verouderde browser

U gebruikt een verouderde browser. DNB.nl werkt het beste met:

Betalen moet voor iedereen gemakkelijk zijn, of dat nu contant of elektronisch betalen is. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Een grote groep mensen heeft hier moeite mee. Denk aan sommige ouderen, doven, blinden, laaggeletterden of mensen met een lichamelijke beperking. Het is belangrijk dat ook zij hun dagelijkse betaal- en bankierzaken zelfstandig kunnen regelen. En dat zij zoveel mogelijk de keuze hebben over hoe ze betalen. Wat doet DNB voor toegankelijk betalingsverkeer?

Waarom betalen en bankieren niet voor iedereen makkelijker wordt

We betalen steeds vaker op verschillende digitale manieren: met een betaalpas of telefoon bijvoorbeeld, en vaak ook nog eens contactloos. Online aankopen betalen we uiteraard digitaal. In fysieke winkels en horeca geldt dit voor de meeste betalingen ook. In 2019 was 32% van de betalingen nog contant. Dit is in het najaar van 2020 door de coronacrisis versneld en gedaald tot iets meer dan 20%. Dat betalen steeds vaker digitaal kan, is voor veel Nederlanders een goede ontwikkeling.aar er is ook een groep mensen die andere voorkeuren heeft of hulp kan gebruiken bij alle digitale veranderingen. Voor hen is het lastig dat steeds meer bankkantoren en geldautomaten worden gesloten. Zo wordt betalen voor deze mensen moeilijker en leveren zij zelfstandigheid in.

Wat doet DNB voor inclusief betalingsverkeer?

DNB wil bevorderen dat alle Nederlanders kunnen meedoen aan het betalingsverkeer van nu. Daarom maken we afspraken met banken, winkeliers en maatschappelijke organisaties in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB). We spreken bijvoorbeeld af om rekening te houden met blinden en slechtzienden bij het ontwerpen van nieuwe geldautomaten. Maar we doen ook onderzoek naar de komst van lokale servicepunten voor digitale ondersteuning nu steeds meer bankkantoren verdwijnen. En we bespreken hoe we met contant geld kunnen blijven betalen terwijl er steeds meer gepind wordt. DNB wil ervoor zorgen dat de voorzieningen voor contant geld ook op lange termijn voldoende blijven.