Beloningsbeleid: nationale en Europese ontwikkelingen

Nieuwsbericht
Datum 13 november 2014

Een bonusplafond van 20% en nieuwe bepalingen voor ontslagvergoeding, retentiebonussen en variabele beloning bij staatssteun: dat zijn de kernpunten van de nieuwe Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo).

Euromunten

De Tweede Kamer heeft op 16 oktober het voorstel voor de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) aangenomen. Nu, begin november, ligt het voorstel bij de Eerste Kamer. Streven is dat de wet op 1 januari 2015 in werking treedt. De nieuwe wet zal gelden voor alle financiële instellingen, uitgezonderd pensioenfondsen.

Doelen
De nieuwe wet is een wijziging van en aanvulling op de Wet op het Financieel Toezicht (Wft). Met de Wbfo beoogt de minister dat:

  • financiële ondernemingen de risico’s van het beloningsbeleid goed beheersen;
  • dat excessieve variabele beloningen aan banden worden gelegd;
  • dat verschillende beloningsregels, die nu in meerdere wet- en regelgeving en codes zijn opgenomen, worden samengevoegd in één wet.  

Bonusplafond
De Wbfo bevat enkele aanvullende regels ten opzichte van de huidige wet- en regelgeving. De belangrijkste is de instelling van een bonusplafond van 20%: de variabele beloning mag niet meer bedragen dan 20% van de vaste beloning. Dit bonusplafond geldt alleen voor financiële ondernemingen met een zetel in Nederland.
Voor nieuwe contracten gaat het bonusplafond in op 1 januari 2015; voor de bestaande contracten komt er een overgangstermijn van één jaar tot 1 januari 2016.
Daarnaast zijn in het wetsvoorstel bepalingen opgenomen over ontslagvergoeding, retentiebonussen en variabele beloning bij staatssteun.

Uitzonderingen
Het wetsvoorstel kent enkele uitzonderingen op het bonusplafond van 20%:

  • voor medewerkers in Nederland wiens beloning niet of niet uitsluitend volgt uit een cao, geldt een plafond van 100% van de vaste beloning, mits de gemiddelde variabele beloning van de totale groep van deze medewerkers in Nederland de 20% niet overschrijdt.
  • voor medewerkers, die hoofdzakelijk in het buitenland werken, geldt een plafond van 100% van de vaste beloning. Indien de medewerkers in hoofdzaak buiten de EU werken, kan dit percentage worden verhoogd tot 200% van de vaste beloning, indien aandeelhouders onder speciale voorwaarden hiermee instemmen.
  • voor medewerkers van bijkantoren van instellingen uit een EU-lidstaat geldt een bonusplafond van 100% van de vaste beloning of 200% als de aandeelhouders hiermee onder speciale voorwaarden hebben ingestemd.
  • Er geldt geen bonusplafond voor beheerders van beleggingsinstellingen en voor beheerders van instellingen voor collectieve beleggingen in effecten. Hetzelfde geldt voor beleggingsondernemingen die uitsluitend voor eigen rekening handelen met eigen middelen en kapitaal, geen externe cliënten hebben en plaatselijke onderneming zijn.

Overigens toonde een deel van de Tweede Kamer zich kritisch over de uitzonderingen vanwege het risico van ontduiking van het bonusplafond. Daarom is er de wettelijke verplichting voor banken en verzekeraars die in het buitenland een hoger bonusplafond dan 20% hanteren om DNB jaarlijks te informeren over de wijze waarop zij het bonusplafond en de uitzonderingen daarop toepassen. Op basis daarvan zal DNB voor de minister een geaggregeerde rapportage opstellen.

EBA opinie en rapport over functiegebonden toelagen
De European Banking Authority (EBA) publiceerde op 15 oktober haar rapport en opinie over functiegebonden toelagen. De EBA stelt in de opinie dat toezichthouders erop moeten letten dat instellingen hun beloningsbeleid aanpassen conform de rapportbevindingen vóór 31 december 2014.

Toename functiegebonden toelagen
Sinds de introductie van het bonusplafond in de vierde Europese kapitaalrichtlijn CRD IV is er een toename van alternatieve beloningsvormen, met name de functiegebonden toelagen. Instellingen gebruiken hiervoor verschillende benamingen; EBA spreekt over ‘role-based allowances’. 
De CRD IV kent slechts twee soorten beloning: vast en variabel. Op verzoek van de Europese Commissie heeft EBA onderzocht in welke categorie de role-based allowances vallen. Aanleiding was de vrees van de Europese Commissie dat banken met deze allowances de regels voor het bonusplafond ontduiken en de CRD IV-doelstellingen ondermijnen. Instellingen beschouwen de role-based allowances meestal als een vorm van vaste beloning, en stellen daarom dat deze niet vallen onder het maximumplafond voor variabele beloning.

EBA over role-based allowances
EBA somt in het rapport en bijbehorende opinie de criteria voor vaste beloning op:

  • permanent
  • de voorwaarden en hoeveelheid zijn vooraf vastgesteld
  • niet-discretionair
  • niet herroepbaar of veranderbaar
  • transparant voor de medewerkers.

Op basis van deze criteria heeft EBA een analyse gemaakt en geconcludeerd dat role-based allowances moeten worden beschouwd als variabele beloning, omdat ze niet voldoen aan één of meer voorwaarden voor vaste beloning.

Verwachtingen
DNB verwacht dan ook dat instellingen de role-based allowances aanmerken als variabele beloning. Tevens verwacht DNB dat instellingen waar nodig hun beloningsbeleid in lijn brengen met voornoemde uitgangspunten. Indien instellingen allowances wél als vaste beloning willen toekennen, dan moeten deze voldoen aan alle bovengenoemde vereisten van vaste beloning.

Nieuwe EBA Guidelines
Aan het einde van dit jaar zal EBA haar nieuwe Guidelines on remuneration policies and practices ter consultatie publiceren. In deze Guidelines wordt het onderscheid tussen vaste en variabele beloning nader toegelicht. Streven is om de definitieve Guidelines in de zomer van 2015 te publiceren.

Meer informatie
Het wetsvoorstel Wbfo vindt u op de website van de Eerste Kamer.
Het volledige rapport van EBA staat op de website van EBA.

> Terug naar de Nieuwsbrief