Resultaten DNB-onderzoek vastekosteneis

Nieuwsbericht
Datum 30 juni 2015

DNB onderzocht hoe beleggingsondernemingen de vastekosteneis berekenen. Daaruit komen negen aandachtspunten naar voren.

DNB heeft in maart 2015 een onderzoek gedaan naar de vastekosteneis, die veelal geldt als de hoogste solvabiliteitseis voor een beleggingsonderneming. Met dit onderzoek onder een groep beleggingsondernemingen wilde DNB nagaan of zij de vastekosteneis berekenen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. In het bijzonder de regulatory technical standard for fixed overhead

Onderzoeksresultaten
Uit het onderzoek komen meerdere algemene aandachtspunten naar voren. Een overzicht van de negen punten:

Totale kosten van het afgelopen jaar
1. Voor alle kosten in de vastekosteneis moet worden teruggekeken naar de door de accountant geverifieerde cijfers van het voorafgaande jaar.

Afrekpost 2.1 t/m 2.3: Volledig discretionair vast te stellen bonus, aandeel in de winst of andere toekenningen van winst

2. Het begrip ‘volledig discretionair’ dient als volgt te worden geïnterpreteerd: de vergunninghoudende instelling moet te allen tijde, juridisch /contractueel, kunnen afzien van een beloning.

3. Sommige instellingen kenden over 2013 nog een hoge discretionaire aftrek, bijvoorbeeld uit hoofde van een bonus of winstdeling. DNB wil deze instellingen er nog eens op attent maken dat in 2015 de 'beleidsregel beheerst beloningsbeleid' van toepassing is, met als plafond: 20% variabele beloning.

4. De gebruikelijk loonfictie geldt als ondergrens voor de hoogte van aftrekposten voor iedere bij de onderneming betrokken bestuurder.

Aftrekpost 2.4: Betaalde vergoeding en kosten uit dienstverlening direct gerelateerd aan de omzet
5. Onder post 2.4 kunnen worden afgetrokken: settlementkosten, transactiekosten en brokerkosten. Niet aftrekbaar zijn bewaarkosten, omdat deze niet omzetgerelateerd zijn.

6. De kosten van derden, die voor de beleggingsonderneming zijn betaald, moeten worden inbegrepen in de totale kosten (doorkijkprincipe). Derden of partners, die een met een salaris vergelijkbare vergoeding ontvangen, opereren ook onder de vergunning van de beleggingsonderneming in kwestie.

7. Een managementfee van een andere beleggingsonderneming voor het beheren van bestaand vermogen is aftrekbaar als deze kosten feitelijk voor rekening zijn van de klant (onder aftrek van een marge). Niet mogelijk is de aftrek van vergoedingen die betrekking hebben op een ‘verbonden partner’-vergoeding of een andersoortige uitbesteding dan via een andere beleggingsonderneming. Deze partijen handelen namelijk binnen de reguliere bedrijfsvoering van de vergunninghoudende beleggingsonderneming.

Aftrekpost 2.5: Provisies aan verbonden agenten
8. Provisies aan verbonden agenten kunnen voor 65% worden afgetrokken van de vaste kosten. De verbonden agent dient daarbij aan alle geldende eisen te voldoen, waaronder inschrijving in het register van de AFM of de bevoegde buitenlandse toezichthouder.

Aftrekpost 2.6: Eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten
9. De post 'eenmalige kosten uit niet-reguliere activiteiten' dient gezien te worden als een aftrek voor buitengewone kosten, zoals kosten als gevolg van een reorganisatie of stormschade. De regelgeving schrijft een afgebakende lijst voor: inhuurkosten of marketingkosten, al dan niet meerdere jaren terugkomend, vallen hier niet onder.

Meer informatie
Iedere onderzochte beleggingsonderneming krijgt binnenkort een brief van DNB met een detailterugkoppeling van de bevindingen van het onderzoek.

> Terug naar de Nieuwsbrief