Gevolgen wijziging regelgeving VPL-inhaalpensioen

Nieuwsbericht
Datum 3 april 2018

Sinds 29 november 2017 is expliciet in de regelgeving vastgelegd dat pensioenvermogen niet mag worden gebruikt voor de opbouw en financiering van VPL-inhaalpensioen. Gevolg hiervan is dat voor VPL-inhaalpensioen een actuariële koopsom, inclusief opslagen, in rekening gebracht moet worden.

Cijfers

VPL-toezegging is geen pensioentoezegging
Bij de afschaffing van de VUT en het prepensioen hadden werkgevers in 2006 en 2007 eenmalig de mogelijkheid om aan hun werknemers extra pensioenopbouw toe te kennen over tot 2006 verstreken dienstjaren in de vorm van een zogeheten VPL-inhaalpensioen. Het VPL-inhaalpensioen mocht geleidelijk over 15 jaar of ineens bij pensionering of ineens na 15 jaar worden opgebouwd en gefinancierd.

Wettelijk is vastgelegd dat geen sprake is van een pensioentoezegging. Dat betekent dat het pensioenfonds ervoor moet zorgen dat VPL-vermogen gescheiden blijft van pensioenvermogen tot het moment van inkoop.

Inkoop tegen actuariële koopsom
Per 29 november 2017 is in het Besluit VPL expliciet als voorwaarde opgenomen dat financiering van VPL-inhaalpensioen in principe niet geput mag worden uit het pensioenvermogen van een pensioenfonds.

Dit betekent dat pensioenfondsen vanaf 29 november 2017 een actuariële koopsom in rekening moeten brengen, inclusief opslagen voor kosten en voor vereist eigen vermogen. Immers als pensioenfondsen VPL-toezeggingen tegen een te laag niveau inkopen, dan vloeit pensioenvermogen naar het VPL-inhaalpensioen. Alleen voor zover de actuele dekkingsgraad lager is dan het vereist eigen vermogen, is het toegestaan om een koopsom in rekening te brengen tegen het niveau van ten minste die actuele dekkingsgraad.

Meer informatie
Naar aanleiding van deze wijziging heeft DNB de bestaande Q&A over de financiering van VPL-inhaalpensioeninkoop geactualiseerd. De geactualiseerde Q&A vindt u hier.

> Terug naar de Nieuwsbrief