Uitgangspunten DNB-onderzoeken naar governance

Nieuwsbericht
Datum 30 juni 2017

DNB voert al een aantal jaar onderzoeken uit naar pensionfund governance. De afgelopen maanden waren die onderzoeken in het bijzonder gericht op gemengde besturen en intern toezicht. DNB geeft u graag een aantal aandachtspunten mee die DNB in het algemeen hanteert bij dergelijke onderzoeken.

Vergunningaanvraag

Met de inwerkingtreding van de Wet versterking bestuur pensioenfondsen (“Wvbp”) in 2014 kunnen pensioenfondsen kiezen uit verschillende bestuursmodellen. Welk bestuursmodel een pensioenfonds ook kiest, het gaat er in de uitvoering steeds om dat de belangen van alle betrokkenen op evenwichtige wijze worden meegewogen in de besluitvorming. Het onderscheiden van taken, rollen en verantwoordelijkheden van bestuur, intern toezicht en verantwoording zoals alle bestuursmodellen beogen, is hierbij een belangrijk middel. De Code Pensioenfondsen spreekt zich hierover ook uit.  

Afhankelijk van de situatie kijkt DNB bij de onderzoeken ofwel meer naar het gedrag van bestuurders en intern toezichthouders, ofwel meer naar hoe de inrichting is vormgegeven. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan een verdeling van taken, rollen en verantwoordelijkheden, overlegstructuren en rapportagelijnen. In sommige gevallen is het nodig om juist naar de combinatie van de gekozen inrichting en het gedrag dat men laat zien, te kijken. Hieronder staat een aantal aandachtspunten die DNB hanteert. Deze aandachtspunten kunnen u mogelijk helpen bij de verdere vormgeving van uw governance, zoals het inrichten van een raad van toezicht, en de aansturing van uw pensioenfonds.  

1. Gedeeld beeld: Is er een gedeeld beeld –binnen de fondsorganen en/of tussen de fondsorganen - van wat de taken, rollen en verantwoordelijkheden van elk orgaan zijn? Denk hierbij aan taken, rollen en verantwoordelijkheden bij de vaststelling van visie en strategie. Indien er geen gedeeld beeld is, kan dit verwarring veroorzaken en daarmee de bestuurbaarheid van het fonds verminderen.
2.Taakverdeling: Sluit de verdeling van taken, rollen en verantwoordelijkheden aan bij de drie functies bestuur, toezicht en verantwoording? Denk bijvoorbeeld aan een volwassen takenpakket voor uitvoerende bestuurders bij een omgekeerd gemengd bestuursmodel. Het systeem van controle en evenwicht kan anders niet goed werken met als mogelijk gevolg dat het pensioenfonds suboptimaal presteert.
3.Overleg- en rapportagestructuren: Zijn er afdoende en passende overlegstructuren en rapportagelijnen om de gekozen governance structuur te laten werken? Denk bijvoorbeeld aan themasessies voor visie en strategie. Als de governance structuur niet effectief is, zal dit al snel afbreuk doen aan de bestuurbaarheid van het fonds.
4.Evaluatie: Het is van belang om ook regelmatig aan de hand van vóóraf vastgestelde criteria de gekozen governance structuur en de effectiviteit (bijvoorbeeld: houdt men zich aan zijn taak en rol?) te evalueren. Als er veel inhoudelijk complexe onderwerpen op de agenda staan, bestaat het risico dat men meer aandacht heeft voor de inhoud en minder voor de wijze waarop men elkaar kort gezegd controleert en corrigeert. Dit is juist wel nodig voor de bestuurbaarheid van het pensioenfonds. Regelmatige evaluaties helpen om scherp te blijven op de kwaliteit van de aansturing.
5.Wijziging van taak/rol: Indien een bestuurder van taak en rol wijzigt (bijvoorbeeld in de situatie dat het bestuursmodel wijzigt) is het mogelijk dat iemand in zijn functioneren nog handelt naar de oude taak en rol. Regelmatige evaluaties kunnen worden ingezet om dit risico te herkennen en te beheersen.
6.Prioritering in toezicht: Stuurt de toezichtfunctie op de onderwerpen die er echt toe doen binnen het pensioenfonds? Hiervoor is nodig om te prioriteren en hierover ook te overleggen met de andere twee functies: bestuur en verantwoording. Anders bestaat het risico dat de toezichtfunctie onvoldoende aandacht geeft aan onderwerpen die juist van doorslaggevende betekenis zijn voor het pensioenfonds.
7.Effectieve werkrelatie: DNB kijkt naar hoe bestuur en toezicht sturen op het onderhouden van een effectieve werkrelatie, uiteraard ieder orgaan vanuit de eigen taak en rol. Kenmerken van een effectieve werkrelatie tussen bestuur en toezicht zijn bijvoorbeeld:

  • Er wordt voortdurend gecheckt of je nog een gedeeld beeld hebt over wat je wil bereiken en hoe je dat wilt bereiken.
  • Bestuur en toezicht delen dilemma’s met elkaar.
  • Toezicht is vaardig in haar ‘challenge’ van het bestuur en daagt het bestuur uit om, indien nodig, standpunten meer of anders te onderbouwen. Bestuur staat open voor ‘challenge’ en reageert hierop constructief.
  • Toezicht kan schakelen tussen rollen (controleren en adviseren) en houdt de balans tussen deze twee rollen in de gaten. Bestuur respecteert dit.
  • Toezicht kan schakelen in haar niveau van betrokkenheid (bijvoorbeeld meer op afstand of meer op detail gericht). Bestuur respecteert dit. 

Artikelen Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken
Mocht u meer willen lezen, dan kunt u hieronder twee artikelen downloaden uit het Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken over pensionfund governance van de hand van een DNB medewerker: “Governance pensioenfonds is ook effectieve taakuitoefening verantwoordingsorgaan”, TPV 2016, 2 en “Governance van een pensioenfonds betekent ook effectieve taakuitoefening door de RvT”, TPV 2016, 30.

> Terug naar de Nieuwsbrief