Nieuwe trustwet ingediend bij de Tweede Kamer

Nieuwsbericht
Datum 28 maart 2018

In de nieuwe trustwet worden onder andere de vereisten voor de integere en beheerste bedrijfsvoering en cliëntenonderzoek aangescherpt.

DNB gevel

Op donderdag 15 maart 2018 heeft de minister van Financiën het wetsvoorstel inzake de Wet toezicht trustkantoren 2018 (Wtt18), inclusief memorie van toelichting, advies van de Raad van State en het nader rapport, ingediend bij de Tweede Kamer.

Gevolgen huidige normenkader

De Wtt18 zal bij inwerkingtreding – naar verwachting op 1 januari 2019 – de huidige Wet toezicht trustkantoren uit 2004 geheel vervangen. Ook de Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014 (Rib) komt daarmee te vervallen. Veel van de bepalingen uit de huidige Rib zijn reeds opgenomen in de Wtt18 of zullen terugkeren bij algemene maatregel van bestuur (een Besluit toezicht trustkantoren). De huidige wet en de Rib blijven van toepassing totdat de Wtt18 en de daarop gebaseerde lagere regelgeving in werking treden.

Belangrijke wijzigingen

Veel van de huidige normen komen ook weer terug in het nieuwe normenkader. Maar het nieuwe kader biedt ook nieuwe bepalingen of uitwerkingen van bestaande normen. Dit geldt vooral voor:

  • Integere en beheerste bedrijfsvoering

Er komen verdergaande vereisten voor de integere en beheerste bedrijfsvoering. Zo voorziet het wetsvoorstel in de vereiste van minimaal twee dagelijkse beleidsbepalers vanuit Nederland, wordt het uitbesteden van de interne compliancefunctie niet langer toegestaan en komt er een verbod op de verlening van trustdiensten aan een cliënt waaraan binnen de groep tevens belastingadvies is verstrekt.

  • Cliëntenonderzoek

Het wetsvoorstel kent resultaatverplichtingen, bijvoorbeeld om de formele zeggenschapsstructuur vast te stellen en inspanningsverplichtingen, bijvoorbeeld voor het bepalen van de vermogenspositie van de UBO, die met zoveel mogelijk zekerheid moet worden bepaald indien absolute zekerheid onmogelijk is. Het acceptatiememorandum is nieuw en brengt de uitkomsten van het cliëntenonderzoek en de risicoanalyse samen als basis waarop besluitvorming over acceptatie kan plaatsvinden. Voor verhoogde risicostructuren zijn additionele vereisten gesteld aan een trustkantoor.

Wees ervan bewust dat het overgangsrecht bepaalt dat een trustkantoor zijn huidige cliëntacceptatiedossier (inclusief de invulling van het UBO- en PEP-begrip) moet omzetten bij de eerst volgende periodieke of ‘event-driven’ review (bijvoorbeeld na contact met de cliënt dat raakt aan de aard van de dienstverlening of een ‘bad press’ alert) na inwerkingtreding van de Wtt18.

DNB zal de komende maanden in haar nieuwsbrieven aandacht blijven geven aan het parlementaire proces, de voorgestelde wijzigingen en de gevolgen daarvan voor trustkantoren.

> Terug naar de nieuwsbrief