Trustsector poortwachter Nederlandse financiële sector

Nieuwsbericht
Datum 23 september 2014

De trustsector speelt als poortwachter een essentiële rol bij het bewaken van de integriteit van de Nederlandse financiële sector. Femke de Vries, die binnen DNB verantwoordelijk is voor het toezicht op de trustsector, licht toe hoe belangrijk het is dat de sector zich bewust is van deze maatschappelijke taak.

Femke de Vries

De trustsector is relatief groot in Nederland. Welke uitdagingen brengt dat met zich mee?
'Het is heel belangrijk om te realiseren dat de wetgever de trustsector een belangrijke rol heeft gegeven als poortwachter voor de integriteit van de financiële sector. Een trustkantoor moet er voor zorgen dat de klanten die zij bedient binnen de grenzen van onze wet opereren. Dit vraagt dat trustkantoren hun klanten en hun beweegredenen kennen om in Nederland actief te zijn. En dat vraagt een hoog bewustzijn ten aanzien van de risico´s die bepaalde klanten en bepaalde dienstverlening met zich brengen. Het besef dat je die risico’s moet beheersen en dat Nederland niet mag worden misbruikt voor belastingontduiking, witwassen of het ontwijken van sancties, moet diep geworteld zijn in de bedrijfscultuur. Dat is ook wat de maatschappij van de trustsector verwacht.’ 

Zijn er positieve ontwikkelingen te benoemen en waar moeten nog extra inspanningen worden verricht?
‘Een positieve ontwikkeling is dat we wel zien dat er door trustkantoren meer ongebruikelijke transacties worden gemeld. Daar bleef de sector jarenlang sterk achter bij andere partijen in de financiële sector maar dat gaat inmiddels beter. Alertheid op ongebruikelijke patronen blijft echter geboden en kantoren zijn verplicht deze te melden bij de Financial Intelligence Unit. De sector kan zichzelf daarbij een dienst bewijzen door de zogenoemde transactiemonitoring verder te ontwikkelen: het monitoren van de activiteiten van doelvennootschappen. Dat gebeurt nu nog vaak handmatig en dat leidt –ook gezien het aantal transacties- niet tot het gewenste resultaat. Met geautomatiseerde ondersteuning kan je ongebruikelijke patronen beter en sneller herkennen. We gaan hier ook nadrukkelijker op toezien.’ Waar het verder beter moet? Dat is denk ik een kwestie van de juiste attitude bij het aannemen en identificeren van cliënten. Als trustkantoor moet je verder kijken dan je neus lang is om zeker te weten aan wie je nu eigenlijk diensten verleent. We zien nog steeds simpele voorbeelden waar kantoren niet de moeite nemen om te verifiëren of een cliënte misschien bekend is onder haar meisjesnaam. Wanneer ze dat wel zouden doen, zouden ze zien dat ze een klant hebben geaccepteerd die gelieerd is aan ‘politically exposed persons’. In zo’n situatie gelden strengere eisen aan het door het trustkantoor uit te voeren clientonderzoek. We zien ook nog steeds dat trustkantoren niet kritisch kijken naar wie de ‘ultimate beneficial owner (ubo)’ is. Soms voert een cliënt een adviseur op waarvan duidelijk is dat hij niet de ‘ubo’ kan zijn of vice versa: degene die de daadwerkelijke zeggenschap heeft, wordt slechts genoemd als adviseur. Dan word je als kantoor gewoon om de tuin geleid. Daar moet je scherp op zijn. Ook -of misschien wel juist- als een cliënt veel geld in het laatje brengt.

Wat is de rol van DNB om integriteitsrisico’s in de trustsector terug te brengen?
‘Wij doen verschillende thema-onderzoeken waarbij wij er zo nodig op wijzen dat de sector bepaalde risico’s niet goed beheerst. Communicatie over onze bevindingen heeft gelukkig vaak een positief effect. We hebben een onderzoek gedaan naar CV-structuren en dat heeft er toe geleid dat een groot aantal trustkantoren heeft gezegd: dit soort activiteiten of dienstverlening lever ik niet meer. Ook hebben we een onderzoek gedaan naar doorstroomvennootschappen, waarbij ook een aantal kantoren heeft gezegd: zo doen we geen zaken meer. DNB wijst op risico’s die eigenlijk niet te beheersen zijn en dat zou voor trustkantoren een reden moeten zijn om te zeggen: als ik het niet kan beheersen, verleen ik die dienst niet meer.’

Wanneer is DNB tevreden over de rol van de trustsector?
‘Ik zou tevreden zijn wanneer de sector er blijk van geeft dat ze die poortwachtersrol echt heeft doorleefd. Nu is het helaas nog vaak zo dat trustkantoren pas in actie komen als wij een bezoek aankondigen. Dat is voor ons één van de redenen om meer onaangekondigde onderzoeken te gaan doen. Daar moeten trustkantoren dus op voorbereid zijn. Maar ik zou tevreden zijn als we vaststellen dat trustkantoren zeggen: ik accepteer geen cliënten waarvan ik niet kan instaan voor hun integriteit. Wanneer de sector daar zijn eigen verantwoordelijkheid in neemt op basis van een doorleefde integriteitscultuur en handelend naar de geest van de wet.’

> Terug naar de Nieuwsbrief