DNB legde in 2014 een bestuurlijke boete op aan betaalinstelling Suri-Change B.V.

Nieuwsbericht
Datum 28 mei 2018

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft op 25 november 2014 een bestuurlijke boete opgelegd aan betaalinstelling Suri-Change B.V. vanwege het niet voeren van een adequaat beleid dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt.

Overtreding

DNB heeft vastgesteld dat Suri-Change artikel 3:10, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft), in samenhang met artikel 10 van het Besluit prudentiële regels Wft (hierna: Bpr) heeft overtreden in de periode van 1 januari 2013 tot 24 juli 2014. Suri-Change heeft op het punt van cliëntonderzoek, transactiemonitoring en de meldplicht van ongebruikelijke transacties verschillende overtredingen van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (hierna: Wwft) begaan. Het gevoerde beleid voldeed niet aan de minimumvoorwaarden van artikel 10 Bpr. DNB is hierom van oordeel dat Suri-Change geen adequaat beleid heeft gevoerd dat een integere uitoefening van het bedrijf waarborgt, en waarmee wordt tegengegaan dat zij of haar werknemers wetsovertredingen begaan die het vertrouwen in de betaalinstelling of in de financiële markten kunnen schaden en dat wegens haar cliënten het vertrouwen in de betaalinstelling of in de financiële markten kan worden geschaad.

Boetehoogte

Het basisbedrag voor overtreding van artikel 3:10, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wft bedroeg ten tijde van de overtreding EUR 500.000,-. Bij het bepalen van de hoogte van de boete heeft DNB in haar overwegingen rekening gehouden met de ernst en duur van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de bijzondere omstandigheden van het geval en de draagkracht van de betaalinstelling.

Procesverloop

Het besluit van DNB kon door Suri-Change ter toetsing aan de rechter worden voorgelegd. Suri-Change heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit. Het bezwaar is bij beslissing op bezwaar van 12 mei 2015 gedeeltelijk gegrond verklaard, waarbij de oorspronkelijke boete van EUR 25.000,- is gematigd tot EUR 20.000,-. Op 17 juni 2015 heeft Suri-Change beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Op 3 maart 2016 heeft de rechtbank Rotterdam het beroep ongegrond verklaard. Suri-Change heeft op 11 april 2015 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Op 20 juli 2017 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard. De rechtmatigheid van het besluit is hiermee onherroepelijk vast komen te staan.

Lees hier het volledige boetebesluit.

Voor nadere informatie kan contact worden opgenomen met de Informatiedesk van DNB: 0800 - 020 1068 (gratis).