Kapitaalbeleid DNB wordt aangepast

Nieuwsbericht
Datum 7 juni 2019

Het kapitaalbeleid van DNB wordt aangepast en daarmee bestendiger. Dat is afgesproken in overleg tussen De Nederlandsche Bank (DNB) en haar enige aandeelhouder, de Staat der Nederlanden.

Een werkgroep met daarin vertegenwoordigers van het ministerie van Financiën en DNB heeft de afgelopen periode het kapitaalbeleid, waaronder de winstafdracht en het voorzieningenbeleid, vanuit een structurele optiek onder de loep genomen. Aanleiding daarvoor was een verzoek van DNB aan minister van Financiën Wopke Hoekstra begin vorig jaar. Sinds de vaststelling van de huidige afspraken rond de winstafdracht van DNB aan de Staat, eind jaren negentig, is de omgeving waarin DNB opereert namelijk substantieel veranderd. Dit is met name het gevolg van de financiële crisis en het onconventionele monetaire beleid, dat heeft geleid tot een forse groei van risico’s op de balans van DNB. Minister Hoekstra heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over het nieuwe kapitaalbeleid, dat zal worden toegepast vanaf boekjaar 2019.

Voor een goede taakuitvoering is het van belang dat DNB schokken die de werking van het financiële systeem in gevaar kunnen brengen op kan vangen. De capaciteit van DNB om dergelijke schokken op te vangen wordt mede bepaald door de kapitaalpositie. Het nieuwe kapitaalbeleid koppelt de ontwikkeling van de buffers van DNB nauwer aan de ontwikkeling van de risico’s op de balans van DNB. De kern van de nieuwe afspraken is dat voor de structurele balansgroei van DNB een trendmatige kapitaalgroei ingesteld wordt, die zorgt voor een jaarlijkse toename van 3,4 procent. Het kapitaal van DNB blijft hiermee in de pas met het nominale bbp.

Over een langere periode bezien zal, uitgaande van adequate buffers voor DNB, de gecumuleerde winstafdracht grosso modo vergelijkbaar zijn met de afdracht in het huidige beleid. De nieuwe afspraken zullen de noodzaak tot ad hoc-bijsturing verminderen.

De nieuwe afspraken worden vijf jaar na inwerkingtreding geëvalueerd.

Voor de Kamerbrief van minister Hoekstra en het rapport van de gezamenlijke werkgroep van het ministerie en DNB, zie hier