Persbericht: Inleiding president persconferentie jaarverslag DNB 2017

Persbericht
Datum 29 maart 2018

De wereldeconomie floreert. Met groeicijfers als 3,7% voor de wereldeconomie, 2,4% voor het eurogebied, en 3,2% voor Nederland geldt: veel beter dan dit gaat het niet worden. Op het eerste oog herinnert weinig aan de financiële crisis die tien jaar geleden de kop op stak. Het uitbundige klimaat kan echter niet verhullen dat beleidsmakers nog het nodige te stellen hebben met de naweeën van de crisis. Zo verdienen normalisering van het monetair beleid en versterking van de Economische en Monetaire Unie momenteel de hoogste prioriteit. Voor Nederland ligt er een uitgelezen kans om de economie te ontdoen van haar conjuncturele grillen.

Inleiding president persconferentie Jaarverslag 2017
Het economisch herstel heeft zwaar geleund op een cocktail van onorthodoxe stimuleringsmaatregelen van centrale banken. Zoals eerder in de Verenigde Staten is nu ook in Europa het moment aangebroken om de dosering geleidelijk af te bouwen. Dat besef is inmiddels breed gedragen, zeker ook op de financiële markten. Het huidige inflatiebeeld vormt immers geen bedreiging voor de prijsstabiliteit. Uitstel van de noodzakelijke monetaire verkrapping is geen “free lunch”. Het beleid zet een premie op bovenmatige schuldfinanciering, houdt zombiebedrijven op de been en ondergraaft daarmee de groei van de productiviteit.

Het omzetten van deze wissel vraagt om stuurmanskunst. Het terugdraaien van een unieke combinatie van uitgedijde centrale-bankbalansen en negatieve rentes in een omgeving van onverminderd hoge schuldniveaus is precair. Een te abrupte aanpassing kan de financiële stabiliteit in gevaar brengen. Cruciaal daarom zijn timing, volgorde, en voorspelbaarheid van de te nemen maatregelen. De terugkeer naar normalere verhoudingen moet beginnen door na september dit jaar het aankoopprogramma te beëindigen, zo nodig na een korte afbouwfase. De aangekochte portefeuille zal voorlopig worden gehandhaafd door aflopende obligaties te herbeleggen. Vervolgens kan de beleidsrente geleidelijk worden opgetrokken, zoals thans in de VS gebeurt.

Ruim monetair beleid biedt landen een uitgelezen kans om hun economieën te hervormen. De tijd die de ECB daarmee voor de politiek heeft gekocht, raakt op. De ECB heeft de laatste jaren noodgedwongen als crisismanager gefungeerd. De daaraan gerelateerde risico’s zijn in het Eurosysteem neergeslagen. Dat is niet voor herhaling vatbaar en daarom moet het fundament van de EMU worden versterkt.

Inzet is een betere balans tussen risicodeling en risicovermindering. De oprichting van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) en de bankenunie hebben ertoe geleid dat belastingbetalers in de lidstaten meer risico’s met elkaar delen. Om te voorkomen dat dit in een transferunie ontaardt, is het zaak resterende risico’s bij overheden en banken aan te pakken. Cruciaal zijn het terugdringen van de voorraad oninbare bankleningen en het beëindigen van de voorkeursbehandeling van overheidsschuld op bankbalansen. Dat laatste maakt ook de weg vrij voor invoering van het Europees depositogarantiestelsel, waarmee de bankenunie zou worden versterkt.

Het Europese initiatief van de kapitaalmarktunie verdient in dit verband eveneens steun. Dat voorziet onder meer in het stimuleren van marktfinanciering waarmee de risico’s voor banken verminderen. Verder kan de publieke risicodeling strakker worden vormgegeven. Zo zou een land alleen onder strikte voorwaarden, zoals de eis van houdbare overheidsfinanciën, een beroep mogen doen op het ESM.

Nederland

Ook de Nederlandse economie draait op volle toeren. We genieten de hoogste groei in tien jaar tijd. Nederland steekt daarmee veel andere Europese landen naar de kroon. Dit afwijkende patroon herkennen we helaas ook als het economisch tij tegenzit. Dan gaat het in Nederland doorgaans wat slechter dan in het buitenland. De Nederlands economie is relatief gevoelig voor financiële schokken en ontwikkelingen op de huizenmarkt. Hoe groter de conjuncturele uitslagen, des te groter de kans op pech- en gelukgeneraties. Beperking van hypotheekschulden bij gezinnen is een eerste remedie om dit tij te keren. Daarbij past ook een beter gespreid aanbod van woningen, zodat ook het middenhuursegment beter wordt bediend.

De inrichting van een nieuw pensioenstelsel kan eveneens bijdragen aan een stabielere conjunctuur. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de zekerheid over de hoogte van de pensioenuitkering meer aan het einde van de opbouwfase komt te liggen. Nederland mag zich gelukkig prijzen met een unieke reserve voor de oudedagsvoorziening. Maar handhaving van het huidige pensioencontract betekent dat het indexeren van de pensioenen ook de komende jaren geheel of gedeeltelijk achterwege blijft. Ook kortingen kunnen ook nog steeds niet worden uitgesloten. Er gaapt sowieso een verwachtingenkloof, de doorsneepremie herverdeelt van laag- naar hoogopgeleiden, generaties bakkeleien over de rekenrente, en veel zzp’ers stemmen met hun voeten. Ergo: er moet het nodige veranderen om het vertrouwen van uiteenlopende deelnemersgroepen te herwinnen.

Er komt veel op de financiële sector af. Illustratief hiervoor zijn nieuwe prozaïsche begrippen die recent het vocabulaire zijn binnengeslopen, zoals blockchain, crypto’s, PSD2 en klimaatstresstesten. Digitalisering en duurzaamheid bepalen de trend waarop de sector een antwoord op moet geven. Een sector die overigens verschillend uit de crisis tevoorschijn is gekomen. Daar waar verzekeraars en pensioenfondsen nog met de lage rente kampen, staat de bankensector, die tijdens de crisis de hardste klappen kreeg, er weer solide voor. De kapitaalbuffers zijn aangezuiverd. Het recente Bazel 3.5-akkoord complementeert de hervormingsagenda voor een beter toezicht. Zover is het nog niet met het monetaire beleid. Pas wanneer ook de monetaire verhoudingen genormaliseerd zijn, kan de financiële crisis definitief de geschiedenisboeken in.