Lichte daling lopende-rekeningoverschot

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 22 juni 2018

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans bedroeg in 2018K1 EUR 22 miljard, ofwel 11,6% van het bruto binnenlands product (bbp). Daarmee ligt het saldo 0,6 procentpunt lager dan in 2017K1.

De verhoogde invoer van energieproducten drukte het overschot, terwijl de hogere uitvoer van diensten een opwaarts effect had. Het netto extern vermogen, het saldo van Nederlandse activa en passiva ten opzichte van het buitenland, steeg in 2018K1 met EUR 12 miljard naar EUR 452 miljard (61% van het bbp).

Lopende rekening

Het saldo op de lopende rekening kwam in 2018K1 uit op EUR 22 miljard, ofwel 11,6% van het bbp. Zowel de uitvoer- als de invoerwaarde van goederen nam toe, met respectievelijk 3% en 4%. Dit was volledig toe te schrijven aan oplopende volumes, prijzen bleven constant. Een grotere invoer van energieproducten drukte het goederensaldo, dat mede hierdoor met EUR 1 miljard licht daalde ten opzichte van een jaar eerder. Het lopende-rekeningoverschot van Nederland bestaat traditioneel voor het leeuwendeel uit een overschot op de goederenbalans. Vooral met Europese (buur)landen als Duitsland, Frankrijk en het VK kent Nederland een positief goederensaldo. Met landen als Rusland, China en de VS kent Nederland juist structureel een negatief goederensaldo.

Tegenover de lichte daling van het goederensaldo stond een toename van het dienstensaldo. De uitvoer van diensten steeg met 3%, terwijl de invoer van diensten met 1% steeg. De toename van de dienstenuitvoer was verspreid over verschillende soorten diensten, waarbij de groei in de uitvoer van vervoersdiensten en de niet-industriële bewerking van uit het buitenland afkomstige goederen het grootst was. Het inkomenssaldo nam ook licht toe, dit kwam voornamelijk door een hoger saldo van rentebaten en –lasten.

Financiële rekening

Nederlandse bedrijven investeerden voor een bedrag van EUR 60 miljard in het buitenland. Dat is hoog in vergelijking met de voorgaande drie kwartalen. De niet-financiële bedrijven namen daarvan EUR 24 miljard voor hun rekening. Dit betrof zowel kapitaaldeelnemingen als intra-concernleningen. Buitenlandse bedrijven investeerden in beperktere mate in Nederland, per saldo voor een bedrag van EUR 33 miljard. De onderliggende bruto-stromen waren echter veel groter. Nederlandse bijzondere financiële instellingen verplaatsten namelijk voor een groot bedrag aan winsten vanuit het buitenland richting de VS, als reactie op Amerikaanse belastingmaatregelen, die als doel hadden om hiervoor gunstiger omstandigheden te creëren.

Nederlandse beleggers voegden in 2018K1 per saldo voor EUR 6 miljard buitenlandse stukken toe aan hun portfolio. Zij kochten vooral Europees kapitaalmarktpapier en verkochten buitenlandse (vooral Amerikaanse, Franse en Engelse) aandelen. Het meest actief waren de pensioenfondsen, die per saldo voor EUR 17 miljard aan buitenlandse effecten kochten, en de beleggingsfondsen, die effecten voor een bedrag van bijna EUR 7 miljard verkochten. Opvallend was de grootschalige emissie van geldmarktpapier door Nederlandse banken, die voor een groot deel (EUR 34 miljard) in handen kwam van buitenlandse beleggers. Tegenover de buitenlandse aankopen van geldmarktpapier stonden buitenlandse verkopen van Nederlandse aandelen (EUR 7 miljard) en kapitaalmarktpapier (EUR 9 miljard). Dit was vooral toe te schrijven aan aflossingen van de Nederlandse overheid en commerciële banken op langlopende obligaties.

Het netto extern vermogen steeg met EUR 12 miljard naar een stand van EUR 452 miljard. Vooral de nieuwe directe investeringen van Nederlandse bedrijven in het buitenland dreven deze toename. In het bancaire verkeer stond tegenover een aanwas van EUR 19 miljard aan buitenlandse deposito’s bij Nederlandse banken een toename van het TARGET2-saldo van EUR 42 miljard van DNB bij de ECB. De totale TARGET2-vordering liep daarmee op tot EUR 112 miljard. Door de appreciatie van de euro daalden vorderingen die gedenomineerd zijn in vreemde valuta in waarde; deze wisselkoersverliezen werden echter grotendeels gecompenseerd door de behaalde winsten op valutaderivaten, vooral van pensioenfondsen. Door de beurscorrectie begin dit jaar leden Nederlandse en buitenlandse beleggers relatief forse koersverliezen op hun aandelenbezit. Aangezien het buitenlandse verlies op Nederlandse aandelen wegviel tegen het Nederlandse verlies op buitenlandse aandelen, had deze koerscorrectie nauwelijks gevolgen voor het netto extern vermogen.

Door de geïntensiveerde samenwerking tussen DNB en het CBS sluiten de betalingsbalans en de externe vermogenspositie met ingang van 2018K1 volledig aan bij de buitenlandrekening van de nationale rekeningen. Ook publiceren DNB en CBS vandaag op hoofdlijnen de gereviseerde en volledig afgestemde cijfers voor de kwartalen van 2015 tot en met 2017. DNB publiceert vandaag tabellen 12.1 en 12.12. De gedetailleerde tabellen met betrekking tot de betalingsbalans en het extern vermogen, te weten tabelnummers 12.2-12.11 en 12.13-12.24, zijn nog niet gevuld. Er komt zo spoedig mogelijk ook een update van deze tabellen met de gereviseerde data. Zie hier meer informatie over de revisie.

Meer informatie