SNB: Overschot lopende rekening tweede kwartaal hoger dan een jaar geleden

Statistisch Nieuwsbericht
Datum 21 september 2018

Het overschot op de lopende rekening van de Nederlandse betalingsbalans bedroeg in het tweede kwartaal van 2018 EUR 16 miljard, ofwel 8,3% van het bruto binnenlands product (bbp). Daarmee ligt het saldo 1 procentpunt hoger dan in het tweede kwartaal van 2017. Met name de buitenlandse winsten van Nederlandse multinationals droegen bij aan deze toename.

Het netto extern vermogen, het saldo van Nederlandse vorderingen en verplichtingen ten opzichte van het buitenland, bleef met een omvang van EUR 446 miljard (59% van het bbp) stabiel. Opmerkelijk was dat Nederlandse beleggers per saldo buitenlandse beleggingen afstootten en buitenlandse beleggers hetzelfde deden met hun Nederlandse beleggingen. Ook werd een negatief bedrag aan inkomende en uitgaande directe investeringen geregistreerd, maar dat kwam door een incidenteel grote herstructurering van een buitenlandse multinational.

Hogere internationale winsten
Het saldo op de lopende rekening kwam in het tweede kwartaal van 2018 uit op EUR 16 miljard, ofwel 8,3% van het bbp. Het goederensaldo stabiliseerde op 8,4% van het bbp. De uitvoer- en invoerwaarden namen beide met 6% toe ten opzichte van een jaar geleden. Daarbij stegen de volumes van in- en uitvoer met een kleine 4% en de prijzen met ruim 2%. De uitvoer van bijvoorbeeld transportmiddelen en grondstoffen nam toe dit kwartaal. Datzelfde gold voor de import van aardgas, waarop Nederland sinds het tweede kwartaal van vorig jaar een negatieve handelsbalans heeft, en overige energieproducten.

Het dienstensaldo steeg licht, naar 1,8% van het bbp. De uitvoer van diensten steeg met ruim 5%. Vooral de uitvoer van zakelijke diensten, (vracht)vervoersdiensten en het gebruik van intellectueel eigendom nam toe. De toename van de invoer van diensten (4%) bleef hier enigszins bij achter. De invoer van vervoersdiensten nam daarbij relatief hard toe.

Het tekort van de primaire inkomens nam af van -2,2% bbp een jaar geleden tot -1,4% bbp. Nederlandse multinationals zagen de winstgevendheid van hun buitenlandse dochters met 14% toenemen, terwijl de winst die buitenlandse investeerders in Nederland behaalden met 12% toenam.

Afname van buitenlandse beleggingen en investeringen
Nederlandse niet-financiële bedrijven investeerden per saldo voor EUR 25 miljard in het buitenland. Dit betrof grotendeels kapitaalinvesteringen, waaronder een overname in de vastgoedsector. Buitenlandse bedrijven investeerden per saldo een bedrag van EUR 24 miljard in Nederlandse niet-financiële bedrijven, dit waren ook grotendeels kapitaalinvesteringen. De opheffing van een in Nederland gevestigde bijzondere financiële instelling zorgde ervoor dat de brutostromen dit kwartaal negatief waren, respectievelijk EUR -28 miljard voor de uitgaande investeringen en EUR -25 miljard voor de inkomende investeringen.

Nederlandse beleggers verminderden hun bezit aan buitenlandse beleggingen per saldo met EUR 17 miljard. Beleggingsinstellingen, pensioenfondsen en niet-financiële bedrijven verkochten per saldo EUR 11 miljard aan buitenlandse, vooral Amerikaanse, beursgenoteerde aandelen. Verder deden Nederlandse beleggers per saldo kortlopende schuldbewijzen, vooral Amerikaanse, van de hand. Buitenlandse beleggers verlaagden hun bezit aan Nederlandse stukken met EUR 19 miljard. Nederlandse niet-financiële bedrijven, financiële holdingmaatschappijen en commerciële banken losten kapitaalmarktpapier aan het buitenland af. Daarnaast verkochten buitenlandse beleggers voor EUR 9 miljard aan aandelen in Nederlandse niet-financiële bedrijven. Daar stonden aankopen tegenover van aandelen die in de financiële sector zijn uitgegeven, met name door Adyen en Unibail-Rodamco-Westfield.

Netto extern vermogen stabiel
Het netto extern vermogen blijft met EUR 446 miljard stabiel. De totale TARGET2-vordering van DNB bij de ECB daalde met EUR 22 miljard, naar EUR 90 miljard. Ook de deposito’s die het buitenland aanhoudt bij Nederlandse banken namen af. De goede prestaties van de aan de Amsterdamse effectenbeurs genoteerde aandelen waren terug te zien in de positieve koerswinsten op Nederlandse aandelen. Hier stonden kleinere koerswinsten voor Nederlandse beleggers op hun buitenlandse aandelenportefeuille tegenover. In het derivatenverkeer leidde de depreciatie van de euro tot forse betalingen en herwaarderingen op valutatermijncontracten. Doordat de vorderingen op het buitenland voor een groter deel gedenomineerd zijn in vreemde valuta dan de verplichtingen aan het buitenland, had de zwakkere euro per saldo een opwaarts effect op het netto extern vermogen.

Meer informatie via Betalingsbalans en Data zoeken.