Reactie DNB n.a.v. uitspraak Hoge Raad inzake Vie d’Or

Nieuwsbericht
Datum 13 oktober 2006

Op 13 oktober 2006 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de procedure tussen de gefailleerde N.V. Levensverzekering Maatschappij Vie d´Or en De Nederlandsche Bank N.V. (DNB).

Voormalige polishouders van Vie d´Or, verzameld in de Stichting Vie d´Or en de curator in het faillissement van Vie d´Or hebben de toezichthouder op Vie d´Or, de toenmalige Verzekeringskamer, thans DNB, aansprakelijk gesteld voor de schade die polishouders hebben geleden als gevolg van het faillissement. De Hoge Raad vernietigt het oordeel van het Hof Den Haag en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam. DNB zal de uitspraak nader bestuderen.

De Hoge Raad heeft vastgesteld dat het Hof Den Haag een verkeerd criterium heeft gehanteerd om te toetsen of de toezichthouder zijn toezicht behoorlijk heeft uitgeoefend. De verwijten die volgens Hof Den Haag aan de toezichthouder te maken zijn, zijn volgens de Hoge Raad ongefundeerd. De Hoge Raad oordeelt voorts dat de toezichthouder bij de uitoefening van zijn toezicht en het al dan niet gebruiken van de hem in dat verband toekomende wettelijke bevoegdheden een aanzienlijke beleids- en beoordelingsvrijheid toekomt.