Persbericht MOB: MOB verwerpt Europese Aanbeveling

Nieuwsbericht
Datum 4 juni 2010
  • Het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) verwerpt Europese Aanbeveling over de status van wettig betaalmiddel eurobankbiljetten en –munten.
  • Het MOB schaart zich achter de uitkomsten van de Eerste SEPA-monitor van DNB: bij voorkeur een uniforme einddatum van nationale girale producten om de overgang naar Europese betaalproducten te stimuleren.

Dit zijn de belangrijkste resultaten van de op 2 juni 2010 gehouden Voorjaarsvergadering van het MOB.

Het MOB verwerpt Europese Aanbeveling over de status van wettig betaalmiddel eurobankbiljetten en –munten.

Het MOB heeft in zijn vergadering van 2 juni 2010 het volgende standpunt ingenomen over de Aanbeveling van de Europese Commissie over de status van wettig betaalmiddel van eurobankbiljetten en -munten.

Het MOB

  • stelt vast dat deze Aanbeveling bij uitvoering op zich in strijd is met huidige in Nederland bestaande praktijkafspraken (zoals de afronding van contante betalingen aan de toonbank, het recht om contante betalingen met hoge coupures in winkels te weigeren en de mogelijkheid om in bepaalde winkels helemaal geen contanten te accepteren);
  • constateert dat het de voorkeur verdient de huidige betalingspraktijk voort te zetten.
  • stelt vast dat deze Aanbeveling huidige Nederlandse wet- en regelgeving alsook in Nederland bestaande praktijkafspraken niet bindt;
  • vraagt toonbankinstellingen begrip te tonen en welwillend om te gaan met een situatie waarin toeristen/buitenlanders, voor wie de Nederlandse praktijk op de hiervoor genoemde punten niet bekend is en contant willen betalen of hoge denominaties bankbiljetten willen gebruiken;
  • roept betrokken regelgevers en koepelorganisaties op om vanuit Nederland al het mogelijke te doen om te voorkomen dat deze aanbeveling na de geplande evaluatie over drie jaar wordt omgezet in meer bindende wet- of regelgeving.

Toelichting
De Europese Commissie heeft op 22 maart 2010 de Aanbeveling aangenomen die als algemeen uitgangspunt neemt de navolgende definitie van de status van wettig betaalmiddel:
A. verplichte aanvaarding;
B. aanvaarding tegen volledige nominale waarde;
C. mogelijkheid tot kwijting van betalingsverplichtingen.

Volgens de Commissie zou deze definitie en de Aanbeveling (is juridisch niet bindend) er in de praktijk onder meer toe moeten leiden dat winkeliers in de regel alle euromunten en - bankbiljetten (inclusief de hoge coupures) als betaalmiddel zouden moeten accepteren. Het is volgens de Commissie wel mogelijk af te wijken, maar uitsluitend op basis van het principe van “good faith”, bijvoorbeeld wanneer een toonbankinstelling niet genoeg wisselgeld heeft.

Namens een aantal lidstaten, waaronder Nederland, is echter gesteld dat de contractsvrijheid fundamenteel is in het bestaande rechtssysteem en dat partijen overeen kunnen komen op welke wijze betaling zal plaatsvinden. Zonder wettelijke verplichting, kan worden afgeweken van de acceptatie van contant geld of van bepaalde denominaties hiervan. Zo is in Nederland de opvatting dat als een toonbankinstelling duidelijk vooraf met een sticker aangeeft welke coupures/denominaties niet worden geaccepteerd, hij deze kan weigeren. Verder is in het MOB in 2004 de afspraak gemaakt om in winkels, horeca, andere toonbankinstellingen en mobiele handel de afspraak gemaakt om het totaal te betalen bedrag bij contante betalingen af te ronden op eenheden van nul of vijf eurocent, waardoor er geen noodzaak is om munten van 1 en 2 cent als wisselgeld in voorraad te hebben. Overigens blijven de munten van 1 en 2 cent gewoon wettig betaalmiddel. Winkeliers, horeca en mobiele handel en andere toonbankinstellingen accepteren ze dus wel ter volmaking van een bedrag dat is afgerond op een eenheid van vijf cent. Het aanhouden van meer wisselgeld en hogere coupures leidt voor de winkeliers, banken en de maatschappij als geheel tot hogere kosten en ook tot minder veiligheid in verband met de grotere kans op overvallen.
 
Het MOB schaart zich achter de uitkomsten van de Eerste SEPA-monitor van DNB: o.a. bij voorkeur een uniforme einddatum van nationale girale producten om de overgang naar Europese betaalproducten te stimuleren.

Het MOB heeft aan de hand van de eerste SEPA-monitor van de Nederlandsche Bank (DNB) gesproken over de voortgang van de migratie in Nederland. Single Euro Payments Area (SEPA) betreft de invoering van gemeenschappelijke girale betaalmiddelen als de overschrijving, incasso en betaalkaarten in Europa. SEPA is in januari 2008 van start gegaan. De SEPA-monitor meet het bewustzijn van wat SEPA voor marktpartijen betekent, de concrete voorbereidingen voor de invoering, alsmede de feitelijke migratie naar de Europese betaalproducten van softwarehuizen, grote ondernemingen, Midden- en Kleinbedrijf (MKB) en overheidsafnemers. Grote bedrijven en overheidsgebruikers zijn overwegend positief over SEPA. Het MKB is vrij neutraal over SEPA. Het MOB heeft geconstateerd dat bij het grootbedrijf en de overheidsgebruikers het SEPA-bewustzijn hoog is en dat velen bezig zijn met concrete voorbereidingen. Het SEPA-bewustzijn van het MKB is daarentegen nog erg laag (70% is zich niet bewust van SEPA en 90% moet nog met de voorbereidingen starten). Voorts is een meerderheid van de marktpartijen voor een einddatum van nationale girale producten (overschrijving en incasso) mits duidelijk is wat voor hen de gevolgen zijn.

Wat is het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer?
De Minister van Financiën heeft het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB) in 2002 ingesteld om de maatschappelijke efficiency van het Nederlandse betalingsverkeer te bevorderen. Het MOB is breed samengesteld uit instanties die aanbieders en gebruikers van het betalingsverkeer vertegenwoordigen. De Nederlandsche Bank is voorzitter en verzorgt de secretariaatsfunctie.

Het MOB komt twee keer per jaar bijeen

De eerste SEPA-Monitor, de op 31 mei 2010 gepubliceerde jaarrapportage over 2009 en andere publicaties van het MOB zijn beschikbaar via de website van DNB.
 
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Tobias Oudejans (tel. 020-5243100, 0652496961) en Herman Lutke Schipholt (020-5242712, 0652496900).