Ten geleide van het ECB Maandbericht januari 2011

Nieuwsbericht
Datum 13 januari 2011

In zijn op 13 januari 2011 gehouden vergadering bevestigde de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses dat de huidige basisrentetarieven van de ECB nog steeds passend blijven. Derhalve is besloten ze onveranderd te laten.

Met inachtneming van alle nieuwe gegevens en analyses die sinds zijn vergadering van 2 december 2010 beschikbaar zijn gekomen, ziet de Raad van Bestuur tekenen van opwaartse druk op de algehele inflatie op de korte termijn, voornamelijk ten gevolge van de energieprijzen, maar dit is tot nog toe niet van invloed op de beoordeling van de Raad van Bestuur dat de prijsontwikkelingen op de voor het beleid relevante middellange termijn in overeenstemming met prijsstabiliteit zullen blijven.

Tegelijkertijd blijft het van belang de ontwikkelingen zeer nauwlettend te volgen. Recente economische gegevens zijn in overeenstemming met een positieve onderliggende dynamiek van de economische bedrijvigheid, waarbij de onzekerheid groot blijft. De monetaire analyse bevestigt dat de inflatoire druk op de middellange termijn beperkt zou moeten blijven. Over het geheel genomen verwacht de Raad van Bestuur dat de prijsstabiliteit op de middellange termijn zal worden gehandhaafd, waarmee de koopkracht van huishoudens in het eurogebied zal worden ondersteund. De inflatieverwachtingen blijven stevig verankerd in overeenstemming met de doelstelling het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. De stevige verankering van de inflatieverwachtingen is van essentieel belang.

Al met al blijft de huidige monetairbeleidskoers accommoderend. De monetairbeleidskoers, de liquiditeitsverschaffing en de toewijzingsmethoden zullen zo nodig worden aangepast, waarbij rekening zal worden gehouden met het feit dat alle buitengewone maatregelen die tijdens de periode van acute onrust op de financiële markten zijn genomen, gezien de opzet ervan tijdelijk van aard zijn. De Raad van Bestuur zal daarom alle ontwikkelingen gedurende de komende periode zeer nauwlettend blijven volgen.

Wat betreft de economische analyse, bevestigen recente statistische publicaties en op enquêtes gebaseerde gegevens dat er eind 2010, na de kwartaal-op-kwartaal stijging van het reële bbp van het eurogebied van 0,3% in het derde kwartaal van 2010, nog steeds sprake was van de positieve onderliggende dynamiek van de economische bedrijvigheid in het eurogebied. Vooruitblikkend naar 2011 zou de uitvoer uit het eurogebied moeten profiteren van een aanhoudend herstel van de wereldeconomie. Tegelijkertijd, en met name rekening houdend met het relatief hoge niveau van het ondernemersvertrouwen in het eurogebied, zou de binnenlandse vraag in de particuliere sector in toenemende mate moeten bijdragen aan de groei, ondersteund door de accommoderende monetairbeleidskoers en de maatregelen die zijn genomen om de werking van het financiële stelsel te herstellen. Het herstel van de bedrijvigheid zal naar verwachting echter worden geremd door het proces van balansaanpassing dat in diverse sectoren plaatsvindt.

Naar het oordeel van de Raad van Bestuur hellen de risico’s voor deze economische vooruitzichten nog steeds licht over naar de neerwaartse zijde, waarbij de onzekerheid groot blijft. Enerzijds zou de wereldhandel sneller kunnen blijven groeien dan verwacht, waarmee de uitvoer van het eurogebied wordt ondersteund. Voorts zou het sterke ondernemersvertrouwen meer steun kunnen geven aan de binnenlandse economische bedrijvigheid in het eurogebied dan thans wordt voorzien. Anderzijds houden de neerwaartse risico’s verband met de spanningen in enkele segmenten van de financiële markten en de mogelijke doorwerking daarvan op de reële economie van het eurogebied. Verder houden de neerwaartse risico’s verband met hernieuwde prijsstijgingen van olie en andere grondstoffen, protectionistische druk en de mogelijkheid van een onordelijke correctie van mondiale onevenwichtigheden.

Wat betreft de prijsontwikkelingen, bedroeg de HICP-inflatie in het eurogebied op jaarbasis volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat in december 2,2%, vergeleken met 1,9% in november. Dit is iets hoger dan verwacht en weerspiegelt grotendeels hogere energieprijzen. Vooruitblikkend naar de komende paar maanden zou het inflatiecijfer tijdelijk verder kunnen stijgen. Het zal waarschijnlijk licht boven 2% blijven, voornamelijk ten gevolge van ontwikkelingen in de grondstoffenprijzen, alvorens tegen het eind van het jaar weer te matigen. Over het geheel genomen ziet de Raad van Bestuur tekenen van opwaartse druk op de algehele inflatie op de korte termijn, grotendeels voortvloeiend uit de mondiale grondstoffenprijzen. Hoewel dit tot nog toe niet van invloed is op de beoordeling van de Raad van Bestuur dat de prijsontwikkelingen op de voor het beleid relevante middellange termijn in overeenstemming met prijsstabiliteit zullen blijven, is het van belang de prijsontwikkelingen zeer nauwlettend te volgen. De inflatieverwachtingen voor de middellange tot langere termijn blijven stevig verankerd in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur om het inflatiecijfer op middellange termijn onder maar dicht bij 2% te handhaven.

De risico’s voor de middellange-termijnvooruitzichten voor de prijsontwikkeling zijn nog steeds globaal in evenwicht maar zouden in opwaartse richting kunnen veranderen. De opwaartse risico’s hangen vooral samen met de ontwikkelingen in de energieprijzen en de prijzen van grondstoffen met uitzondering van energie. Voorts kunnen stijgingen van indirecte belastingen en door de overheid gereguleerde prijzen sterker zijn dan thans wordt verwacht als gevolg van de noodzaak voor begrotingsconsolidatie in de komende jaren, terwijl de prijsdruk in de productieketen verder zou kunnen stijgen. De neerwaartse risico’s hangen voornamelijk samen met de invloed op de inflatie van mogelijk lagere groei, gezien de huidige onzekerheden.

Wat de monetaire analyse betreft, steeg de twaalfmaands groei van M3 in november 2010 tot 1,9%, van 0,9% in oktober. Deze sterke stijging houdt deels verband met basiseffecten en volatiele factoren. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de particuliere sector steeg eveneens, van 1,5% in oktober naar 2,0% in november 2010. Verder kijkend dan de speciale factoren die in november van invloed waren, is de groei van de ruim gedefinieerde geldhoeveelheid en die van de kredietverlening nog steeds laag, hetgeen steun geeft aan de beoordeling dat het onderliggend tempo van de monetaire expansie gematigd is en dat de inflatoire druk op de middellange termijn beperkt zou moeten blijven.

De rentetarievenconstellatie is aanzienlijke invloed blijven uitoefenen op de groei van de monetaire aggregaten. Wat betreft de componenten van M3 bleven de rentetarieven op kortlopende termijndeposito’s hoger dan die op girale deposito’s. Dientengevolge is de M1-groei op jaarbasis blijven matigen, in november 2010 uitkomend op 4,6%, terwijl het groeitempo op jaarbasis van andere kortlopende deposito’s verder minder negatief is gewrden. Tegelijkertijd is recentelijk de rendementscurve weer steiler geworden, hetgeen impliceert dat de aantrekkelijkheid van in M3 begrepen kortlopende deposito’s ietwat gedaald is vergeleken met langerlopende activa buiten M3 met hogere rentevergoeding.

De groei op jaarbasis van bancaire leningen aan de particuliere sector is in november blijven stijgen, deels ten gevolge van speciale factoren. Op sectorniveau weerspiegelt deze versterking in toenemende mate de opwaartse ontwikkeling in de groei van leningen aan niet-financiële vennootschappen, die in november uitkwam op -0,1%, ten opzichte van -0,5% in oktober, hetgeen verder bevestigt dat in de loop van 2010 een keerpunt is bereikt. De groei van leningen aan huishoudens bleef sterker, op 2,7% in november vergeleken met 2,9% in oktober, maar de laatste gegevens wijzen op enige tekenen van afvlakking.

De afgelopen paar maanden hebben de banken de kredietverlening aan de particuliere sector vergroot, in een situatie waarin de totale omvang van hun balans globaal stabiel is gebleven. Het blijft echter een uitdaging de beschikbaarheid van dergelijk krediet te vergroten wanneer de vraag verder aantrekt. Om aan deze uitdaging het hoofd te bieden, is het voor banken waar nodig van essentieel belang hun winsten te behouden, de markt aan te spreken om hun kapitaalbasis verder te versterken of de steunmaatregelen van overheden voor herkapitalisatie ten volle te benutten.

Kortom, de huidige basisrentetarieven van de ECB blijven nog steeds passend. De Raad van Bestuur heeft derhalve besloten ze onveranderd te laten. Met inachtneming van alle nieuwe gegevens en analyses die sinds zijn vergadering van 2 december 2010 beschikbaar zijn gekomen, ziet de Raad van Bestuur tekenen van opwaartse druk op de algehele inflatie op de korte termijn, voornamelijk ten gevolge van de energieprijzen, maar dit is tot nog toe niet van invloed op de beoordeling van de Raad van Bestuur dat de prijsontwikkelingen op de voor het beleid relevante middellange termijn in overeenstemming met prijsstabiliteit zullen blijven. Tegelijkertijd is het van belang de prijsontwikkelingen zeer nauwlettend te volgen. Recente economische gegevens zijn in overeenstemming met een positieve onderliggende dynamiek van de economische bedrijvigheid, waarbij de onzekerheid groot blijft. Een onderlinge toetsing van de uitkomst van de economische analyse aan die van de monetaire analyse geeft aan dat de inflatoire druk op de middellange termijn beperkt zou moeten blijven. Over het geheel genomen verwacht de Raad van Bestuur dat de prijsstabiliteit op de middellange termijn zal worden gehandhaafd, waarmee de koopkracht van huishoudens in het eurogebied zal worden ondersteund. De inflatieverwachtingen blijven stevig verankerd in overeenstemming met de doelstelling het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. De stevige verankering van de inflatieverwachtingen is van essentieel belang.

Wat betreft het begrotingsbeleid, dienen, in het licht van de aanhoudende kwetsbaarheid voor negatieve marktreacties, landen het uiterste te doen om hun tekortdoelstellingen te verwezenlijken en de overheidsschuldquoten ten opzichte van het bbp stevig naar beneden te duwen. In dit opzicht neemt de Raad van Bestuur kennis van de recentelijk aangekondigde maatregelen in enkele landen van het eurogebied om de zeer grote begrotingsonevenwichtigheden terug te dringen. Waar nodig dienen snel extra correctieve maatregelen – bij voorkeur aan de uitgavenzijde – te worden geformuleerd en ten uitvoer gelegd. Tegelijkertijd dienen alle landen van het eurogebied ambitieuze en geloofwaardige meerjarige consolidatiestrategieën te volgen. Dit zal helpen het vertrouwen in de duurzaamheid van de overheidsfinanciën te versterken, de risicopremies in de rentetarieven te verlagen en de voorwaarden voor een gezonde en duurzame groei te verbeteren. Eventuele positieve begrotingsontwikkelingen als gevolg van factoren zoals een gunstiger dan verwacht economisch klimaat dienen te worden benut om snellere vooruitgang te boeken met de begrotingsconsolidatie.
Substantiële en verstrekkende structurele hervormingen, als aanvulling op begrotingsaanpassing, dienen snel te worden doorgevoerd om de vooruitzichten voor hogere duurzame groei te verbeteren. Belangrijke hervormingen zijn met name nodig in die landen die in het verleden aan concurrentievermogen hebben ingeboet of die kampen met hoge begrotings- en externe tekorten. Het wegnemen van rigiditeiten op de arbeidsmarkten zou het aanpassingsproces van deze economieën verder ondersteunen. Toenemende concurrentie op de productmarkten, met name in de dienstensector, zou de herstructurering van de economie eveneens vergemakkelijken en innovatie bevorderen. Dergelijke maatregelen zijn van cruciaal belang voor het versterken van de productiviteitsgroei, een van de belangrijkste drijvende factoren achter groei op de lange termijn. Al deze structurele hervormingen dienen te worden ondersteund door de noodzakelijke verbeteringen in de structuur van de bankensector. Solide balansen, effectief risicobeheer en transparante, degelijke bedrijfsmodellen blijven van essentieel belang voor het versterken van de schokbestendigheid van banken en voor het zekerstellen van toereikende toegang tot financiering, waardoor de basis wordt gelegd voor duurzame groei en financiële stabiliteit.

De Engelstalige versie van dit nummer van het Maandbericht bevat drie artikelen. In het eerste worden de recente ontwikkelingen in de leningen aan de particuliere sector onder de loep genomen, en in het tweede artikel worden tendensen in de potentiële productie in het eurogebied geanalyseerd. In het derde artikel wordt ingegaan op de maatregelen die zijn genomen om het mondiale macro-economische en financiële toezicht na de financiële crisis te versterken.