Strengere eisen aan betaal- en effectenafwikkelsystemen

Nieuwsbericht
Datum 28 maart 2011

Lessen uit de crisis zijn verwerkt in nieuwe standaarden voor financiële marktinfrastructuren die begin maart voor publieke consultatie zijn vrijgegeven door de governors van de centrale banken in de BIS. De standaarden richten zich op een verdere versterking van de financiële infrastructuur.

Vertrouwen in een stabiel financieel stelsel is essentieel voor het functioneren van onze economie en daarmee voor onze welvaart. Alleen in een stabiel financieel klimaat kunnen bedrijven en consumenten zich richten op economische activiteiten als geld verdienen en geld uitgeven. Een veilig en efficiënt betalings- en effectenverkeer is één van de pijlers voor financiële stabiliteit. In het betalings- en effectenverkeer maken financiële instellingen gebruik van afwikkelsystemen om de onderlinge vorderingen en verplichtingen te verrekenen. Dit vindt plaats door middel van een proces dat clearing en settlement wordt genoemd: na vaststelling van wat deze instellingen (deelnemers) aan elkaar verschuldigd zijn (clearing) vindt de afwikkeling van de betalingsverplichtingen en levering van effecten plaats (settlement). In deze afwikkelsystemen worden doorgaans hoge bedragen verwerkt. Zo zijn in 2010 in TARGET2.NL, het Nederlandse deel van TARGET2, gemiddeld ruim 33.000 transacties per dag met een bijbehorende omzet van EUR 294 miljard afgewikkeld. Dergelijke systemen dienen daarom goed te zijn ontworpen, goed te functioneren en goed te worden beheerd. De financiële autoriteiten in de wereld, waaronder DNB, stellen dan ook hoge eisen aan deze systemen. Dat naleving van deze eisen effectief is, is gebleken tijdens de recente crisis waarbij de afwikkelsystemen operationeel zijn gebleven en de transacties onder moeilijke marktomstandigheden juist en tijdig konden worden afgewikkeld.

Het is echter belangrijk om er voor te zorgen dat dit ook voor nieuwe crises zo blijft. Daarom hebben de autoriteiten initiatief genomen om na te gaan of de bestaande eisen voldoende toekomstvast waren. Dit heeft geleid tot nieuwe en strengere standaarden voor betaal- en effectenafwikkelsystemen om ervoor te zorgen dat essentiële infrastructuren voor de financiële markten robuuster en beter bestand worden tegen financiële schokken. Hierbij is rekening gehouden met lessen uit de crisis. De standaarden zijn van toepassing op systeemrelevante betaalsystemen, effecten bewaarbedrijven, effecten afwikkelsystemen en centrale tegenpartijen. In vergelijking met de bestaande standaarden zijn de eisen aan marktinfrastructuren op verschillende onderdelen zwaarder geworden. Voorbeelden hiervan zijn de financiële middelen en het risico management die nodig zijn om het faillissement van een partij binnen de betaal- en effectenafwikkelsystemen op te kunnen vangen, het verminderen van operationele risico’s en het vergroten van het beheersen van afhankelijkheden waarlangs een operationeel en financieel risico zich kan verspreiden. Ook is met de bundeling van de standaarden in één set een grotere consistentie bereikt in de toepassing door de verschillende toezichthouders en overseers, waaronder de Nederlandsche Bank (DNB). DNB heeft in verschillende groepen bijgedragen aan de totstandkoming van de nieuwe standaarden.

Consultatie

De nieuwe set standaarden vervangt de Core Principles for Systemically Important Payment Systems (2001), de Recommendations for Securities Settlement Systems (2001) en de Recommendations for Central Counter Parties (2004). Voor trade repositories zijn dit nieuwe standaarden. De standaarden, die zijn opgezet door de Bank for International Settlements (BIS) en de International Organization of Securities Commission (IOSCO), zijn opgenomen in een consultatief rapport Principles for financial market infrastructures. Bij deze marktconsultatie worden enkele standaarden specifiek onder de aandacht gebracht van de marktpartijen waarbij deze worden uitgenodigd hun visie te geven op enkele mogelijke varianten voor een nadere invulling van de betreffende standaard. Voorbeelden hiervan zijn bij principle 4 over kredietrisico en principle 7 over liquiditeitsrisico de vraag of geëist moet worden dat een centrale tegenpartij voldoende financiële middelen moet hebben om een faillissement van de grootste of van de twee grootste deelnemers op te kunnen vangen.

Verder wordt een nieuwe standaard voorgesteld over vermogensscheiding en overdraagbaarheid (segregation and portability, principle 14). Met deze standaard wordt beoogd een betere bescherming te bewerkstellingen voor de posities van deelnemers door te regelen dat deze (juridisch) afgescheiden kunnen worden. De standaard schrijft geen specifiek model voor. Aan de marktpartijen wordt gevraagd om commentaar op verschillende modellen en maatregelen om deze scheiding en overdraagbaarheid te realiseren. Beheersing van de algemene risico’s (general business risk, principle 15) dient versterkt te worden door het aanhouden van financiële buffers. Hiermee wordt gewaarborgd dat een financiële marktinfrastructuur haar diensten kan blijven aanbieden ook in situaties waarin de onderneming verlies lijdt. Standaarden 18 t/m 20 gaan in op eerlijke en open toegangscriteria en interoperabiliteit. BIS en IOSCO vragen de marktpartijen onder andere om hun visie over de ontwikkeling van clearing infrastructuren en de rol van interoperabiliteit.

Deadline voor het indienen van commentaar is 29 juli 2011. DNB nodigt marktpartijen uit het rapport te lezen en van commentaar te voorzien. Het rapport is via onderstaande link te downloaden. Commentaar dient gestuurd te worden naar cpss@bis.org en fmi@iosco.org.

DNB zal in samenwerking met de AFM een discussiebijeenkomst organiseren voor de Nederlandse markt waarvoor de voor Nederland relevante FMI’s en deelnemers zullen worden uitgenodigd.