Ten geleide van het ECB Maandbericht april 2011

Nieuwsbericht
Datum 14 april 2011

In zijn op 7 april 2011 gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verhogen, na deze gedurende bijna twee jaar op een historisch laag niveau te hebben gehandhaafd.

Deze aanpassing van de huidige, zeer accommoderende monetairbeleidskoers is gerechtvaardigd gezien de opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit die uit de economische analyse naar voren kwamen. Hoewel de monetaire analyse erop duidt dat het onderliggende tempo van de monetaire expansie nog steeds gematigd is, blijft de monetaire liquiditeit ruim en zou deze de accommodatie van de prijsdruk kunnen vergemakkelijken. Al met al is het van essentieel belang dat de recente prijsontwikkelingen niet leiden tot breed verspreide inflatoire druk op de middellange termijn.

Het besluit van de Raad van Bestuur zal ertoe bijdragen dat de inflatieverwachtingen in het eurogebied stevig verankerd blijven in overeenstemming met de doelstelling het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te handhaven. Deze verankering is een voorwaarde om het monetaire beleid te laten bijdragen aan de economische groei in het eurogebied. Tegelijkertijd blijft de rente ten aanzien van het gehele looptijdenspectrum laag. Aldus blijft de monetairbeleidskoers accommoderend en blijft deze zo aanzienlijke steun geven aan de economische bedrijvigheid en werkgelegenheidscreatie. Recente economische gegevens bevestigen dat de onderliggende dynamiek van de economische bedrijvigheid positief blijft, waarbij de onzekerheid verhoogd blijft. De Raad van Bestuur zal alle ontwikkelingen ten aanzien van de opwaartse risico's voor prijsstabiliteit zeer nauwlettend blijven volgen.

Zoals bij eerdere gelegenheden aangegeven, zullen de liquiditeitsverschaffing en de toewijzingsmethoden voor de herfinancieringstransacties zo nodig worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat alle buitengewone maatregelen die tijdens de periode van acute onrust op de financiële markten zijn genomen, gezien de opzet ervan tijdelijk van aard zijn. De Raad van Bestuur zal daarom alle ontwikkelingen gedurende de komende periode zeer nauwlettend blijven volgen.

Wat betreft de economische analyse: na de kwartaal-op-kwartaal stijging van het reële bbp van het eurogebied van 0,3% in het vierde kwartaal van 2010, duiden recente statistische publicaties en op enquêtes gebaseerde indicatoren op een aanhoudend positieve onderliggende dynamiek van de economische bedrijvigheid in het eurogebied aan het begin van 2011. De uitvoer uit het eurogebied zou moeten worden ondersteund door het aanhoudende herstel van de wereldeconomie. Tegelijkertijd, rekening houdend met het relatief hoge niveau van het ondernemersvertrouwen in het eurogebied, zou de binnenlandse vraag in de particuliere sector in toenemende mate moeten bijdragen aan de economische groei, profiterend van de zeer accommoderende monetairbeleidskoers en de maatregelen die zijn genomen om de werking van het financiële stelsel te verbeteren. Het herstel van de bedrijvigheid zal naar verwachting echter enigszins worden geremd door het proces van balansaanpassing dat in diverse sectoren plaatsvindt.

Naar het oordeel van de Raad van Bestuur blijven de risico’s voor deze economische vooruitzichten globaal in evenwicht, in een klimaat van verhoogde onzekerheid. Enerzijds zou de wereldhandel sneller kunnen blijven groeien dan verwacht, waarmee de uitvoer van het eurogebied wordt ondersteund. Voorts zou het aanhoudend sterke ondernemersvertrouwen meer steun kunnen geven aan de binnenlandse economische bedrijvigheid in het eurogebied dan thans wordt voorzien. Anderzijds houden de neerwaartse risico’s verband met de aanhoudende spanningen in enkele segmenten van de financiële markten en de mogelijke doorwerking daarvan op de reële economie van het eurogebied. De neerwaartse risico’s houden tevens verband met verdere stijgingen van de energieprijzen, vooral met het oog op de aanhoudende geopolitieke spanningen, en met protectionistische druk en de mogelijkheid van een onordelijke correctie van mondiale onevenwichtigheden. Tot slot bestaan er potentiële risico’s die voortvloeien uit de economische effecten van de recente natuur- en atoomramp in Japan op het eurogebied en de wereld daarbuiten.

Wat de prijsontwikkelingen betreft, bedroeg volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat de HICP-inflatie op jaarbasis in het eurogebied in maart 2011 2,6%, tegen 2,4 % in februari. De stijging van de inflatie begin 2011 is grotendeels het gevolg van hogere grondstoffenprijzen. De druk die voortkomt uit de scherpe stijging van de prijzen van energie en voedingsmiddelen is tevens waarneembaar in de beginstadia van het productieproces. Het is van cruciaal belang dat de stijging van de HICP-inflatie niet leidt tot tweede-ronde-effecten bij de prijs- en loonvorming en daarmee tot breed verspreide inflatiedruk op de middellange termijn. De inflatieverwachtingen dienen stevig verankerd te blijven in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur de inflatie op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te handhaven.

De risico’s voor de middellange-termijnvooruitzichten voor de prijsontwikkeling zijn van opwaartse aard. Deze houden vooral verband met hoger dan verwachte stijgingen van de energieprijzen, welke niet het minst zijn toe te schrijven aan de aanhoudende politieke spanningen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Meer in het algemeen zou de sterke economische groei in opkomende markten, ondersteund door ruime liquiditeit op mondiaal niveau, de stijging van de grondstoffenprijzen verder kunnen stuwen. Voorts kunnen stijgingen van indirecte belastingen en door de overheid gereguleerde prijzen sterker zijn dan thans wordt aangenomen als gevolg van de noodzaak van begrotingsconsolidatie in de komende jaren. De risico’s houden, tot slot, tevens verband met sterker dan verwachte binnenlandse prijsdruk in de context van het voortgaande herstel van de economische bedrijvigheid.

Wat de monetaire analyse betreft, steeg de twaalfmaands groei van M3 van 1,5% in januari naar 2,0% in februari. Als we de door bijzondere factoren veroorzaakte recente volatiliteit van de groei van de ruim gedefinieerde geldhoeveelheid buiten beschouwing laten, is de groei van M3 de afgelopen maanden steeds licht blijven toenemen. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de particuliere sector is eveneens verder gestegen en kwam in februari uit op 2,6%, ten opzichte van 2,4% in de voorafgaande maand. Het onderliggende tempo van de monetaire expansie neemt derhalve geleidelijk toe, maar blijft gematigd. Tegelijkertijd blijft de monetaire liquiditeit die zich voorafgaand aan de periode van de spanningen op de financiële markten had geaccumuleerd, ruim en zou deze de accommodatie van de prijsdruk in het eurogebied kunnen vergemakkelijken.

Wat betreft de componenten van M3, nam de groei op jaarbasis van M1 verder af tot 2,9% in februari 2011, terwijl de groei van overige kortlopende deposito’s en verhandelbare instrumenten is toegenomen. Dit herstel van het evenwicht binnen M3 is het gevolg van de invloed van het recentelijk steiler worden van de rendementscurve op de rentevergoeding op verschillende monetaire activa. Deze steilere rendementscurve impliceert echter ook een remmend effect op de algehele groei van M3, omdat deze leidt tot vermindering van de aantrekkelijkheid van monetaire activa ten opzichte van langerlopende instrumenten buiten M3 met een hogere rentevergoeding.

Wat de tegenposten van M3 betreft, is de verdere stijging van de groei op jaarbasis van bancaire leningen aan de particuliere sector in februari deels het gevolg van een verdere lichte toename van de groei van de kredietverlening aan niet-financiële vennootschappen, van 0,5% in januari naar 0,6% in februari. De groei van leningen aan huishoudens bedroeg in februari 3,0%, vergeleken met 3,1% in januari. Over het geheel genomen is de positieve kredietstroom naar de niet-financiële particuliere sector begin 2011 breder over de sectoren huishoudens en niet-financiële bedrijven verspreid.
De meest recente gegevens bevestigen dat de banken hun kredietverlening aan de economie van het eurogebied verder hebben uitgebreid, terwijl tegelijkertijd de totale omvang van hun balansen goeddeels onveranderd is gebleven. Het is van belang dat de banken, in een klimaat waarin de vraag toeneemt, de kredietverlening aan de particuliere sector blijven vergroten. Om aan deze uitdaging het hoofd te bieden, is het voor banken waar nodig van essentieel belang hun winsten te behouden, de markt aan te spreken om hun kapitaalbasis verder te versterken of de steunmaatregelen van overheden voor herkapitalisatie ten volle te benutten. Met name banken die thans beperkte toegang hebben tot marktfinanciering, dienen dringend hun kapitaal te verhogen en hun efficiëntie te verbeteren.

Om een en ander kort samen te vatten: de Raad van Bestuur heeft besloten de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verhogen. Deze aanpassing van de huidige, zeer accommoderende monetairbeleidskoers is gerechtvaardigd gezien de opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit die uit de economische analyse naar voren kwamen. Een onderlinge toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan die van de monetaire analyse geeft aan dat, hoewel het onderliggende tempo van de monetaire expansie nog steeds gematigd is, de monetaire liquiditeit ruim blijft en de accommodatie van de prijsdruk zou kunnen vergemakkelijken. Al met al is het van essentieel belang dat de recente prijsontwikkelingen niet leiden tot breed verspreide inflatoire druk op de middellange termijn. Het besluit van de Raad van Bestuur zal ertoe bijdragen dat de inflatieverwachtingen in het eurogebied stevig verankerd blijven in overeenstemming met de doelstelling het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te handhaven. Deze verankering is een voorwaarde om het monetaire beleid te laten bijdragen aan de economische groei in het eurogebied. Tegelijkertijd blijft de rente ten aanzien van het gehele looptijdenspectrum laag. Aldus blijft de monetairbeleidskoers accommoderend en blijft deze zo aanzienlijke steun geven aan de economische bedrijvigheid en werkgelegenheidscreatie. Recente economische gegevens bevestigen dat de onderliggende dynamiek van de economische bedrijvigheid positief blijft, waarbij de onzekerheid verhoogd blijft. De Raad van Bestuur zal alle ontwikkelingen ten aanzien van de opwaartse risico's voor prijsstabiliteit zeer nauwlettend blijven volgen.

Wat het begrotingsbeleid betreft, is het van essentieel belang dat alle overheden de consolidatiedoelstellingen die zij voor 2011 hebben bekendgemaakt, bereiken. Bovendien zou de bekendmaking van volledig uitgewerkte consolidatiemaatregelen voor 2012 en daarna helpen het grote publiek en marktpartijen ervan te overtuigen dat het corrigerend beleid zal worden volgehouden. Versterkt vertrouwen in de houdbaarheid van de overheidsfinanciën is van essentieel belang, aangezien dit de renterisicopremies zal verminderen en de voorwaarden voor solide en duurzame groei zal verbeteren.

Tegelijkertijd is het van cruciaal belang dat substantiële en verregaande structurele hervormingen ten uitvoer worden gelegd in het eurogebied om het groeipotentieel, het concurrentievermogen en de flexibiliteit te versterken. In het geval van de productmarkten, dient vooral het beleid gericht op versterking van concurrentie en innovatie verder te worden voortgezet teneinde de herstructurering te versnellen en productiviteitsgroei te bevorderen. Op de arbeidsmarkt moet prioriteit worden gegeven aan vergroting van de loonflexibiliteit en versterking van de prikkels tot werken, en aan het wegnemen van arbeidsmarktrigiditeiten.

Tot slot is de Raad van Bestuur van oordeel dat het pakket van zes wetsvoorstellen voor economisch bestuur dat de Europese Raad op zijn bijeenkomst van 24-25 maart 2011 heeft aangenomen, een goede stap op weg is naar verbetering van het economisch en begrotingstoezicht in het eurogebied. Naar het oordeel van de Raad van Bestuur brengen de voorstellen echter nog niet de noodzakelijke “grote sprong voorwaarts” in het toezicht binnen het eurogebied die nodig is om de goede werking van de Economische en Monetaire Unie te waarborgen. De Raad van Bestuur dringt er dan ook, overeenkomstig het ECB-advies van 17 februari 2011 inzake deze wetsvoorstellen, bij de Ecofin-Raad, het Europees Parlement en de Commissie op aan om in het kader van hun “trialoog” strengere eisen overeen te komen alsmede een grotere mate van automatisme in de procedures en een duidelijker focus op de meest kwetsbare landen die aan concurrentievermogen hebben ingeboet. Dit alles zou ertoe bijdragen de doeltreffendheid van het nieuwe kader op de lange termijn te waarborgen.

De Engelstalige versie van dit nummer van het Maandbericht bevat twee artikelen. In het eerste artikel worden de risico’s en uitdagingen voor de houdbaarheid van begrotingen in het eurogebied besproken. In het tweede artikel wordt een toelichting gegeven op de voornaamste uitkomsten van twee op huishoudens en bedrijven gerichte enquêtes met betrekking tot hun gebruik van eurobankbiljetten.