DNB rondt evaluatie herstelplannen pensioenfondsen af

Nieuwsbericht
Datum 23 mei 2011

Vijf pensioenfondsen moeten, bij een ongewijzigde financiële situatie van het fonds eind 2011, op 1 april 2012 gaan korten op de pensioenen. Dat is het resultaat van de evaluatie van de herstelplannen van pensioenfondsen door DNB.

Fondsen hebben begin februari 2011 in hun evaluatie aangegeven of er nog steeds sprake is van een concreet en haalbaar herstelplan waardoor het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) en het vereist eigen vermogen (VEV) binnen de gestelde termijnen worden bereikt. Uitgangspunt daarbij was de financiële situatie van het fonds per 31 december 2010. Wanneer aanpassing van het premiebeleid, het beleggingsbeleid en indexatie geen sturing meer kunnen geven, is korten op de pensioenen een uiterste maatregel die een pensioenfonds kan treffen.

Het korten van de pensioenen bij vijf fondsen raakt in totaal circa 9.000 actieve deelnemers, 5.000 gepensioneerden en 16.000 zogenoemde slapers. Dit zijn minder deelnemers dan in februari, op basis van de evaluatie van de fondsen zelf. Een definitief besluit over het korten wordt door de fondsen genomen op basis van de stand van zaken ultimo 2011 en is afhankelijk van de financiële positie van deze fondsen op dat moment. Op deze wijze wordt voorkomen dat de noodzaak van een korting wordt gebaseerd op één meetmoment. De Pensioenwet schrijft voor dat de fondsen te zijner tijd betrokkenen informeren uiterlijk één maand voordat de korting ingaat.

Afgesproken is dat pensioenfondsen zich op vrijwillige basis bij de Pensioenfederatie melden. Op basis van het huidige wettelijke kader kan DNB zelf de namen van de fondsen niet bekendmaken. De namen van de fondsen die tot een voorwaardelijke korting dienen te besluiten, worden door de Pensioenfederatie bekendgemaakt.

DNB heeft de afgelopen maanden de voorgenomen maatregelen van circa 300 fondsen beoordeeld. Na ontvangst van de ingediende evaluaties medio februari 2011 zijn deze meteen getoetst op volledigheid. Vervolgens heeft DNB waar nodig herrapportages opgevraagd en is een inhoudelijke beoordeling van de ingediende evaluaties uitgevoerd, waarbij veelvuldig interactie heeft plaatsgevonden met fondsen. Bij beoordeling van de ingediende evaluaties is enerzijds sectorbreed naar een aantal speerpunten gekeken zoals de gehanteerde sterftegrondslagen en rendementen. Anderzijds heeft ook specifieke analyse op de ingediende evaluaties plaatsgevonden, waarbij ook nadrukkelijk individuele fondskarakteristieken en risicoprofielen zijn meegenomen in de afweging. DNB heeft in de eerste helft van mei 2011 haar bevindingen van de beoordeling van de ingediende evaluaties schriftelijk aan de fondsen overgebracht.