Ten geleide van het ECB Maandbericht juli 2011

Nieuwsbericht
Datum 14 juli 2011

In zijn op 7 juli 2011 gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verhogen, na deze in april 2011 vanaf een historisch laag niveau met 25 basispunten te hebben verhoogd.

De verdere aanpassing van de huidige accommoderende monetairbeleidskoers is gerechtvaardigd in het licht van de opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit. Het onderliggende tempo van de monetaire expansie blijft zich geleidelijk herstellen, terwijl de monetaire liquiditeit ruim blijft, met het potentieel de prijsdruk in het eurogebied te accommoderen. Al met al is het van essentieel belang dat de recente prijsontwikkelingen niet leiden tot algemene inflatiedruk op de middellange termijn. Het besluit van de Raad van Bestuur zal ertoe bijdragen dat de inflatieverwachtingen in het eurogebied stevig verankerd blijven in overeenstemming met de doelstelling het inflatiecijfer op middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. Deze verankering is een eerste vereiste om het monetair beleid te laten bijdragen aan de economische groei in het eurogebied. Tegelijkertijd blijft de rente over het gehele looptijdenspectrum laag. Derhalve blijft de monetairbeleidskoers accommoderend, en ondersteunt deze de economische bedrijvigheid en de werkgelegenheidscreatie. Zoals verwacht wijzen de recente economische gegevens op enige vertraging in het tempo van de economische groei in het tweede kwartaal van 2011. Hoewel de onderliggende dynamiek van de economische groei in het eurogebied positief blijft, blijft de onzekerheid verhoogd. De Raad van Bestuur zal alle ontwikkelingen ten aanzien van opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit zeer nauwlettend blijven volgen.

De liquiditeitsverschaffing en de toewijzingsmethoden voor de herfinancieringstransacties zullen zo nodig worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat alle buitengewone maatregelen die tijdens de periode van acute onrust op de financiële markten zijn genomen, gezien de opzet ervan, tijdelijk van aard zijn.

Wat betreft de economische analyse, heeft het reële bbp van het eurogebied in het eerste kwartaal van 2011 een krachtige kwartaal-op-kwartaalgroei laten zien van 0,8%, na de stijging van 0,3% in het laatste kwartaal van 2010. Recente statistische publicaties en op enquêtes gebaseerde indicatoren duiden op een aanhoudende expansie van de economische bedrijvigheid in het eurogebied in het tweede kwartaal van dit jaar, zij het in een lager tempo. Deze matiging weerspiegelt het feit dat de krachtige groei in het eerste kwartaal deels het gevolg was van bijzondere factoren. De positieve onderliggende dynamiek van de economische bedrijvigheid in het eurogebied blijft bestaan. De uitvoer uit het eurogebied zou moeten blijven worden ondersteund door de aanhoudende expansie van de wereldeconomie. Tegelijkertijd, rekening houdend met het huidige niveau van het ondernemersvertrouwen in het eurogebied, zou de binnenlandse vraag uit de particuliere sector moeten bijdragen aan de economische groei. De bedrijvigheid zal naar verwachting echter enigszins worden geremd door het proces van balansaanpassing dat in diverse sectoren plaatsvindt.

Naar het oordeel van de Raad van Bestuur blijven de risico’s voor deze economische vooruitzichten grotendeels in evenwicht, in een klimaat van verhoogde onzekerheid. Enerzijds zou het gunstige ondernemersvertrouwen meer steun aan de binnenlandse economische bedrijvigheid in het eurogebied kunnen geven dan thans wordt voorzien, en een grotere externe vraag zou tevens krachtiger kunnen bijdragen aan de groei dan verwacht. Anderzijds houden de neerwaartse risico’s verband met de aanhoudende spanningen in enkele segmenten van de financiële markten en de mogelijke doorwerking daarvan op de reële economie van het eurogebied. De neerwaartse risico’s houden tevens verband met verdere energieprijsstijgingen, protectionistische druk en de mogelijkheid van een onordelijke correctie van mondiale onevenwichtigheden.

Wat de prijsontwikkelingen betreft, volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat was de HICP-inflatie op jaarbasis in het eurogebied in juni 2011 2,7%, hetzelfde als in mei. Het relatief hoge inflatiecijfer van de afgelopen paar maanden is voornamelijk het gevolg van hogere energie- en grondstoffenprijzen. Vooruitblikkend kan men stellen dat het inflatiecijfer de komende maanden waarschijnlijk duidelijk boven 2% zal blijven. Ook is opwaartse druk op de inflatie, voornamelijk vanuit de prijzen van energie en grondstoffen, nog steeds waarneembaar in de beginstadia van het productieproces. Het blijft van cruciaal belang dat de stijging van de HICP-inflatie zich niet vertaalt in tweede-ronde-effecten bij de prijs- en loonvorming en zo tot breed verspreide inflatiedruk leidt. De inflatieverwachtingen dienen stevig verankerd te blijven in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden.

De risico’s voor de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling op middellange termijn blijven van opwaartse aard. Deze houden vooral verband met de hoger dan verwachte stijgingen van de energieprijzen. Voorts bestaat het risico van stijgingen van indirecte belastingen en door de overheid gereguleerde prijzen die mogelijk sterker zijn dan thans wordt verondersteld, als gevolg van de noodzaak van begrotingsconsolidatie in de komende jaren. Tot slot kunnen opwaartse risico’s voortvloeien uit een sterker dan verwachte binnenlandse prijsdruk in de context van een toenemende bezettingsgraad in het eurogebied.

Wat de monetaire analyse betreft, de twaalfmaandsgroei van M3 is van 2,0% in april 2011 gestegen naar 2,4% in mei. Als de recente volatiliteit van de geldgroei in brede zin ten gevolge van bijzondere factoren buiten beschouwing wordt gelaten, is de M3-groei de afgelopen maanden steeds licht blijven stijgen. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de particuliere sector is licht blijven toenemen, van 2,6% in april naar 2,7% in mei. Al met al blijft het onderliggende tempo van de monetaire expansie een geleidelijk herstel te zien geven. Tegelijkertijd blijft de vóór de spanningen op de financiële markten opgebouwde liquiditeit ruim, wat de prijsdruk in het eurogebied kan accommoderen.

Wat betreft de componenten van M3, de groei op jaarbasis van M1 nam in april opnieuw af, terwijl die van overige kortlopende deposito’s toenam. Deze ontwikkelingen weerspiegelen deels het geleidelijke oplopen van de rentevergoedingen op kortlopende termijn- en spaardeposito's gedurende de afgelopen maanden. Tegelijkertijd impliceert de steile rendementscurve een remmend effect op de algehele groei van M3, omdat deze de aantrekkelijkheid van monetaire activa ten opzichte van langerlopende instrumenten buiten M3 met een hogere rentevergoeding, vermindert. Recente informatie duidt er echter op dat dit effect mogelijk afneemt.

Wat de tegenposten betreft, is de groei op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen en huishoudens ten opzichte van april ongewijzigd gebleven, op respectievelijk 0,9% en 3,4%. Dit bevestigt het patroon van de ontwikkelingen in de voorgaande maanden.

De totale omvang van de balansen van banken is de afgelopen maanden goeddeels onveranderd gebleven. Het is van belang dat de banken, in een klimaat waarin de vraag toeneemt, de kredietverlening aan de particuliere sector blijven vergroten. Om aan deze uitdaging, waar nodig, het hoofd te bieden, is het voor banken van essentieel belang winsten in te houden, via de kapitaalmarkt hun kapitaalbasis verder te versterken of de steunmaatregelen van overheden voor herkapitalisatie ten volle te benutten. Met name banken die thans beperkt toegang hebben tot marktfinanciering, dienen dringend hun kapitaal te vergroten en hun efficiëntie te verbeteren.

Kortom, op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses heeft de Raad van Bestuur besloten de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verhogen, na deze in april 2011 vanaf een historisch laag niveau met 25 basispunten te hebben verhoogd. De verdere aanpassing van de huidige accommoderende monetairbeleidskoers is gerechtvaardigd in het licht van de opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit. Een onderlinge toetsing van de uitkomst van de economische analyse aan die van de monetaire analyse geeft aan dat het onderliggende tempo van de geldgroei zich geleidelijk blijft herstellen, terwijl de monetaire liquiditeit ruim blijft, met het potentieel de prijsdruk in het eurogebied te accommoderen. Al met al is het van essentieel belang dat de recente prijsontwikkelingen niet leiden tot algemene inflatiedruk op de middellange termijn. Het besluit van de Raad van Bestuur zal ertoe bijdragen dat de inflatieverwachtingen in het eurogebied stevig verankerd blijven in overeenstemming met de doelstelling het inflatiecijfer op middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. Deze verankering is een eerste vereiste om het monetair beleid te laten bijdragen aan de economische groei in het eurogebied. Tegelijkertijd blijft de rente over het gehele looptijdenspectrum laag. Derhalve blijft de monetairbeleidskoers van de ECB accommoderend, en ondersteunt deze de economische bedrijvigheid en de werkgelegenheidscreatie. Zoals verwacht wijzen de recente economische gegevens op enige vertraging in het tempo van de economische groei in het tweede kwartaal van 2011. Hoewel de onderliggende dynamiek van de economische groei in het eurogebied positief blijft, blijft de onzekerheid verhoogd. De Raad van Bestuur zal alle ontwikkelingen ten aanzien van opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit zeer nauwlettend blijven volgen.

Wat het begrotingsbeleid betreft: de huidige omstandigheden zijn zeer veeleisend en vergen besluitvaardig optreden. De landen van het eurogebied moeten ten minste voldoen aan hun toezeggingen met betrekking tot begrotingsconsolidatie voor 2011 en daarna, zoals voorzien in de respectieve buitensporigetekortenprocedures. Toereikende en versneld doorgevoerde aanpassingen dienen te waarborgen dat de doelstellingen voor structurele begrotingsconsolidatie worden verwezenlijkt, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Ecofin-Raad, en alle economische en begrotingsontwikkelingen die gunstiger uitvallen dan verwacht dienen te worden aangewend om het begrotingstekort sneller terug te dringen. De bekendmaking van volledig uitgewerkte consolidatiemaatregelen voor 2012 en daarna is van essentieel belang om het grote publiek en financiële marktpartijen ervan te overtuigen dat het correctiebeleid zal worden voortgezet en dat de overheidsschuld zich weer in houdbare richting zal ontwikkelen.

Tegelijkertijd blijft het van essentieel belang dat in het eurogebied met spoed aanzienlijke en veelomvattende structurele hervormingen worden doorgevoerd teneinde het concurrentievermogen, de flexibiliteit en het groeipotentieel op lange termijn te versterken. Dit is met name van belang voor landen met een hoog begrotings- en extern tekort of landen die in het verleden aan concurrentiekracht hebben ingeboet. De Raad van Bestuur verwelkomt de invoering van het “Europese semester”, met inbegrip van de recentelijk door landen ingediende Nationale Hervormingsprogramma’s, waarin de uit hoofde van het Euro Pluspact aangegane verplichtingen zijn opgenomen. Verder onderschrijft de Raad van Bestuur de conclusies van de Europese Raad waarin wordt opgeroepen tot ambitieuzere, duidelijk omschreven hervormingen die, om het concurrentievermogen te bevorderen, versneld zouden dienen te worden doorgevoerd. Het wegnemen van rigiditeiten op de arbeidsmarkt zou eveneens het aanpassingsproces krachtig moeten ondersteunen. Maatregelen die de loonflexibiliteit vergroten, zoals de afschaffing van automatische loonindexatie, zouden helpen de noodzakelijke aanpassing te bewerkstelligen.

De Engelstalige versie van dit nummer van het Maandbericht bevat drie artikelen. In het eerste artikel wordt ingegaan op de door de ECB genomen buitengewone monetairbeleidsmaatregelen, de invloed ervan op de transmissie van het monetair beleid en hun uitfasering. In het tweede artikel wordt een beschrijving gegeven voor de overwegingen die ten grondslag liggen aan de oprichting van het Europees Stabiliteitsmechanisme en worden de belangrijkste kenmerken ervan beschreven. In het derde artikel wordt een overzicht gegeven van het nieuwe EU-kader voor financiëlecrisisbeheer en -afwikkeling.