Visitatie divisie Betalingsverkeer

Nieuwsbericht
Datum 8 augustus 2011

"We worden beter door onszelf af en toe een spiegel voor te houden”. Vanuit deze gedachte heeft DNB een externe commissie uitgenodigd om het betalingsverkeerbeleid kritisch te bekijken.

De driekoppige commissie bestond uit Hans Honig, partner bij Deloitte,  Marylka Zwiebel-Klaeijsen, senior-manager bij Deloitte en Leo van Hove, een Belgische hoogleraar met betalingsverkeerexpertise. Deze professionals is gevraagd om het beleidsvoorbereiding en – bepaling op het gebied van betalingsverkeer goed onder de loep te nemen. Om vervolgens te oordelen of het beleid effectief en efficiënt is en of het door de externe stakeholders van DNB ook wordt gewaardeerd.Om haar werk goed te kunnen doen kreeg de commissie toegang tot interne beleidsstukken. Ook voerde zij vertrouwelijke gesprekken met ruim 20 medewerkers van DNB en met ruim 20 externe stakeholders van 16 verschillende organisaties waarmee DNB in het betalingsverkeer te maken heeft. Op basis van deze schriftelijke bronnen en de uit de gesprekken verkregen feedback, die  geaggregeerd en geanonimiseerd aan DNB werd teruggekoppeld, oordeelde de commissie dat het betalingsverkeerbeleid op een overtuigende manier wordt ingevuld. Tevens deed zij een aantal aanbevelingen waarmee DNB het betalingsverkeerbeleid verder kan verbeteren. In onderstaande Executive Summary vatte de commissie haar belangrijkste bevindingen samen.

DNB en in het bijzonder de divisie betalingsverkeer is verheugd over het positieve oordeel van de commissie en omarmt de suggesties voor verbetering om hiermee de kwaliteit van het betalingsverkeerwerk in de komende jaren verder te optimaliseren. De aanbevelingen neemt DNB ter harte en ze worden concreet uitgewerkt. DNB wil iedereen die aan deze visitatie meewerkte en  waardevolle feedback gaf danken voor hun bijdrage.

Executive Summary visitatierapport 

De Nederlandsche Bank vult haar katalyserende rol op het gebied van betalingsverkeer overtuigend in. De Divisie Betalingsverkeer maakt een goede en professionele indruk met betrekking tot haar beleidsrol. De beleidsvorming vindt bij de Divisie Betalingsverkeer over het algemeen effectief en efficiënt plaats. Het is niet voor niets dat DNB op het gebied van Betalingsverkeerbeleid door stakeholders wordt gewaardeerd en zij een goede naam heeft op dit terrein in Europa.

De bestaande beleidsdoelstellingen worden in hoge mate gerealiseerd, zowel de extern als intern gerichte doelstellingen. De verspreiding van het beleid is daarentegen minder effectief. Het spanningsveld tussen de verschillende doelgebieden is voldoende in beeld en wordt pragmatisch afgewogen. De beleidsdoelstellingen zijn over het algemeen dekkend en de Divisie heeft de noodzaak tot (meer) focus in de beleidsdoelstellingen onderkend en aangebracht. Voor de buitenwereld is deze focus echter niet altijd duidelijk en sluit deze niet noodzakelijkerwijs aan bij de externe behoefte. De beleidsdoelstellingen zijn voor het grootste deel redelijkerwijs toekomstgericht; slechts een beperkt aantal relevante onderwerpen voor de (nabije) toekomst wordt nog niet (voldoende) opgepakt.

De inrichting is voldoende efficiënt voor een centrale bank van deze omvang met deze maatschappelijke rol. De belegging van de (sub)rollen is over het algemeen organisatorisch eenduidig. Waar er raakvlakken met andere organisatie-onderdelen zijn worden deze effectief ondersteund met coördinatie-mechanismen. De belegging van de verschillende rollen (oversight, uitvoering en beleid) is voor externe belanghebbenden niet altijd evident genoeg. Vanwege de korte lijnen en onderlinge samenwerking weet men elkaar echter snel te vinden, waardoor dit niet tot problemen leidt. Het veranderende speelveld voor het betalingsverkeer - van primair nationaal naar sterk Europees ingegeven – vergt accentverschuiving in de subrollen en competenties, met implicaties voor de personeelsopbouw en –scholing.

Er is brede externe waardering en respect voor het instituut DNB , de kennis/expertise van de medewerkers en de integriteit. Men ziet DNB als voldoende effectief in het Nederlandse domein en als efficiënt in vergelijking met het Europese veld. DNB staat met betrekking tot haar maatschappelijke rol meer tussen de partijen dan voorheen, maar wordt (zoals eigenlijk verwacht mag worden) niet door iedereen als volledig neutraal gezien. Men staat (nog steeds) positief ten opzichte van het MOB en verwacht dat dit nog 5 – 10 jaar bestaansrecht heeft als gremium.

In Europa heeft DNB inzake Betalingsverkeerbeleid een goede reputatie, onder meer voortvloeiend uit haar positie in het Eurosysteem: één van de meer progressieve, coöperatieve en voortvarende centrale banken. De werkelijke invloed is door de elders liggende dominantie beperkt, maar kan via lobbyen en beïnvloeding worden vergroot.

De kernaanbevelingen vanuit de commissie in volgorde van belangrijkheid zijn dan ook:

  • Expliciteer de langetermijnvisie in een intern visiedocument en beoordeel welke elementen geschikt zijn voor externe communicatie;
  • Stel een formeel stakeholderoverzicht op waarin de beïnvloedingsstrategie en de identificatie van alliantie-mogelijkheden zijn opgenomen;
  • Investeer meer tijd en menskracht in diplomatiek (voor)werk en lobbyen op Europees niveau;
  • Scherp de doelstelling aan van (externe) overleggen, rationaliseer indien nodig en/of heroverweeg de vorm van het overleg;
  • Maak gebruik van een pragmatisch communicatieplan om gericht voeding te geven aan de sterke informatiebehoefte voor Betalingsverkeerbeleid. Geef prioriteit aan enerzijds eenduidige communicatie naar de stakeholders inzake de strategische keuzes, de drijfveren en informatievoorziening volgend uit Europese gremia en anderzijds aan het SEPA-specifieke communicatieplan;
  • Investeer in en stimuleer gerichte ontwikkeling op de competenties “adviseren” en “beïnvloeden”;
  • Overweeg het breder faciliteren van onderlinge uitwisseling van mensen met marktpartijen (bijvoorbeeld in de vorm van stages).