Ten geleide van het ECB Maandbericht augustus 2011

Nieuwsbericht
Datum 11 augustus 2011
In zijn op 4 augustus 2011 gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten, na de verhoging met 25 basispunten op 7 juli 2011.

De sinds die datum beschikbaar gekomen informatie bevestigt de beoordeling dat een aanpassing van de accommoderende monetairbeleidskoers gerechtvaardigd was in het licht van de opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit.Terwijl de monetaire analyse aangeeft dat het onderliggende tempo van de monetaire expansie nog steeds gematigd is, blijft de monetaire liquiditeit ruim en zou deze prijsdruk kunnen accommoderen.Zoals verwacht duiden recente economische gegevens op een vertraging van het tempo van de economische groei over de afgelopen paar maanden, na het krachtige groeitempo in het eerste kwartaal.Aanhoudende gematigde expansie wordt ook voor de komende periode verwacht.De onzekerheid is echter bijzonder hoog.Voor het monetair beleid is het van essentieel belang dat de recente prijsontwikkelingen niet leiden tot algemene inflatiedruk.De inflatieverwachtingen in het eurogebied dienen stevig verankerd te blijven in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden.Deze verankering is een eerste vereiste om te bewerkstelligen dat het monetair beleid blijft bijdragen aan de ondersteuning van de economische groei en het scheppen van werkgelegenheid in het eurogebied.Tegelijkertijd blijft de korte rente laag en zijn de financieringscondities gunstig.Derhalve blijft de monetairbeleidskoers accommoderend.De Raad van Bestuur zal alle ontwikkelingen ten aanzien van opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit zeer nauwlettend blijven volgen.

Gezien de hernieuwde spanningen in enkele financiële markten in het eurogebied heeft de Raad van Bestuur op zijn vergadering van 4 augustus tevens besloten een liquiditeitsverschaffende aanvullende langerlopende herfinancieringstransactie met een looptijd van ongeveer zes maanden uit te voeren.Deze transactie zal worden uitgevoerd als een vaste-rentetender met volledige toewijzing.De rente bij deze transactie zal worden vastgesteld op de gemiddelde rente van de basisherfinancieringstransacties gedurende de looptijd van de aanvullende langerlopende herfinancieringstransactie.De transactie zal op 9 augustus 2011 worden aangekondigd, waarna toewijzing volgt op 10 augustus 2011 en verrekening op 11 augustus 2011. De transactie zal vervallen op 1 maart 2012.

De Raad van Bestuur heeft tevens besloten door te gaan met het uitvoeren van zijn basisherfinancieringstransacties als vaste-rentetenders met volledige toewijzing zo lang als dat noodzakelijk is, en ten minste tot het einde van de laatste aanhoudingsperiode van 2011 op 17 januari 2012. Deze procedure zal eveneens in gebruik blijven voor de herfinancieringstransacties met een speciale looptijd van één aanhoudingsperiode, die uitgevoerd zullen worden zo lang als ze noodzakelijk zijn, en ten minste tot het einde van het laatste kwartaal van 2011. De vaste rente bij deze herfinancieringstransacties met een speciale looptijd zal de op dat moment geldende rente voor basisherfinancieringstransacties zijn.Bovendien heeft de Raad van Bestuur besloten de driemaandelijkse langerlopende herfinancieringstransacties die zullen worden toegewezen op 26 oktober, 30 november en 21 december 2011 uit te voeren als vaste-rentetenders met volledige toewijzing.De rente bij deze driemaandelijkse transacties zal worden vastgesteld op de gemiddelde rente bij de basisherfinancieringstransacties gedurende de looptijd van de desbetreffende langerlopende herfinancieringstransactie.

Zoals bij eerdere gelegenheden reeds aangegeven, zullen de liquiditeitsverschaffing en de toewijzingsmethoden voor herfinancieringstransacties zo nodig worden aangepast, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat alle buitengewone maatregelen die tijdens de periode van acute onrust op de financiële markten zijn genomen, gezien de opzet ervan, tijdelijk van aard zijn.

Wat betreft de economische analyse, heeft het reële bbp van het eurogebied in het eerste kwartaal van 2011 een krachtige kwartaal-op-kwartaalgroei laten zien van 0,8%.Gegevens en publicaties van enquêtes voor het tweede kwartaal wijzen op een aanhoudende reële bbp-groei, zij het, zoals verwacht, in een lager tempo.Deze matiging weerspiegelt tevens het feit dat de krachtige groei in het eerste kwartaal deels het gevolg was van bijzondere factoren.De positieve onderliggende dynamiek van de economische groei in het eurogebied blijft bestaan en in de komende periode wordt aanhoudende gematigde expansie verwacht.De uitvoer uit het eurogebied zou nader ondersteund moeten worden door de aanhoudende expansie van de wereldeconomie.Daarnaast ondersteunt het huidige niveau van het consumenten- en ondernemersvertrouwen in het eurogebied de binnenlandse vraag uit de particuliere sector.De groeidynamiek wordt op het ogenblik echter verzwakt door een aantal factoren die bijdragen aan onzekerheid, en de bedrijvigheid zal naar verwachting enigszins worden getemperd door het aanhoudende proces van balansaanpassing in diverse regio’s en sectoren.

Naar het oordeel van de Raad van Bestuur blijven de risico’s voor deze economische vooruitzichten grotendeels in evenwicht, in een klimaat van bijzonder hoge onzekerheid.Enerzijds zou het gunstige consumenten- en ondernemersvertrouwen, samen met verbeteringen in de arbeidsmarktsituatie, steun moeten blijven geven aan de binnenlandse economische bedrijvigheid in het eurogebied.Anderzijds zouden de neerwaartse risico’s groter geworden kunnen zijn.Deze houden verband met de aanhoudende spanningen in enkele segmenten van de financiële markten in het eurogebied en met mondiale ontwikkelingen, en met de mogelijke doorwerking van deze druk op de reële economie van het eurogebied.De neerwaartse risico’s houden tevens verband met verdere energieprijsstijgingen, protectionistische druk en de mogelijkheid van een onordelijke correctie van mondiale onevenwichtigheden.

Wat de prijsontwikkelingen betreft, was de HICP-inflatie op jaarbasis in het eurogebied in juli 2011 2,5%, ten opzichte van 2,7% in juni.Het relatief hoge inflatiecijfer van de afgelopen paar maanden is voornamelijk het gevolg van hogere energie- en andere grondstoffenprijzen.Vooruitblikkend kan men stellen dat het inflatiecijfer de komende maanden waarschijnlijk duidelijk boven 2% zal blijven.Ook is opwaartse druk op de inflatie, voornamelijk vanuit de prijzen van energie en andere grondstoffen, nog steeds waarneembaar in de beginstadia van het productieproces.Het blijft van cruciaal belang dat de stijging van de HICP-inflatie zich niet vertaalt in tweede-ronde-effecten bij de prijs- en loonvorming en zo tot breed verspreide inflatiedruk leidt.De inflatieverwachtingen dienen stevig verankerd te blijven in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden.

De risico’s voor de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling op de middellange termijn blijven van opwaartse aard.Deze houden vooral verband met de hogere stijgingen van de energieprijzen dan verwacht.Voorts bestaat het risico van stijgingen van indirecte belastingen en door de overheid gereguleerde prijzen die mogelijk sterker zijn dan thans wordt verondersteld, als gevolg van de noodzaak van begrotingsconsolidatie in de komende jaren.Tot slot kunnen opwaartse risico’s voortvloeien uit een boven verwachting sterke binnenlandse prijsdruk in het eurogebied.

Wat de monetaire analyse betreft, de twaalfmaandsgroei van M3 is van 2,5% in mei 2011 gedaald naar 2,1% in juni 2011. Als de recente maandelijkse volatiliteit buiten beschouwing wordt gelaten, heeft de M3-groei zich de afgelopen maanden globaal gestabiliseerd, na tot het eerste kwartaal van 2011 omhoog te zijn gekropen.Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de particuliere sector daalde van 2,7% in mei tot 2,5% in juni.Al met al blijft het onderliggende tempo van de monetaire expansie gematigd.Tegelijkertijd blijft de monetaire liquiditeit die vóór de periode van spanningen op de financiële markten was opgebouwd ruim, en deze zou de prijsdruk in het eurogebied kunnen accommoderen.

Wat betreft de componenten van M3, de groei op jaarbasis van M1 bleef onveranderd op 1,2%, terwijl de groei van overige kortlopende deposito’s naar 3,7% daalde.De groeiverschillen blijven deels het geleidelijke oplopen van de rentevergoedingen op kortlopende termijn- en spaardeposito's gedurende de afgelopen maanden weerspiegelen.Tegelijkertijd impliceert de nog steeds relatief steile rendementscurve een remmend effect op de algehele groei van M3, omdat deze de aantrekkelijkheid van monetaire activa ten opzichte van langerlopende instrumenten buiten M3 met een hogere rentevergoeding, vermindert.Dit effect zal echter waarschijnlijk afnemen.Wat de tegenposten betreft, is de groei op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen licht opgelopen, van 0,9% in mei tot 1,5% in juni, terwijl de groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens de afgelopen maanden rond een niveau licht boven 3% is blijven liggen.

De totale omvang van de balansen van monetaire financiële instellingen (MFI’s) is de afgelopen maanden goeddeels onveranderd gebleven.In die gevallen waarin het noodzakelijk is voldoende mogelijkheden te bieden om de kredietverschaffing aan de particuliere sector uit te breiden, is het voor banken van essentieel belang winsten in te houden, via de kapitaalmarkt hun kapitaalbasis verder te versterken of de steunmaatregelen van overheden voor herkapitalisatie ten volle te benutten.Met name banken die thans beperkt toegang hebben tot marktfinanciering dienen dringend hun kapitaal te vergroten en hun efficiëntie te verbeteren.In dit opzicht verwelkomt de Raad van Bestuur de EU-brede stresstests die, in nauwe samenwerking met de ECB, door de Europese Bankenautoriteit en nationale toezichthouders zijn opgezet.De Raad verwelkomt tevens de door nationale autoriteiten gedane toezegging ten aanzien van steunfaciliteiten voor banken in die gevallen waar de middelen van de particuliere sector tekortschieten.

Kortom, op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses heeft de Raad van Bestuur besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten, na de verhoging met 25 basispunten op 7 juli 2011. De sinds die datum beschikbaar gekomen informatie bevestigt de beoordeling dat een aanpassing van de accommoderende monetairbeleidskoers gerechtvaardigd was in het licht van de opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit.Een onderlinge toetsing van de uitkomst van de economische analyse aan die van de monetaire analyse geeft aan dat het onderliggende tempo van de monetaire expansie weliswaar nog steeds gematigd is, maar de monetaire liquiditeit ruim blijft en prijsdruk zou kunnen accommoderen.Zoals verwacht duiden recente economische gegevens op een vertraging van het tempo van de economische groei over de afgelopen paar maanden, na het krachtige groeitempo in het eerste kwartaal.Aanhoudende gematigde expansie wordt ook voor de komende periode verwacht.De onzekerheid is echter bijzonder hoog.Voor het monetair beleid is het van essentieel belang dat de recente prijsontwikkelingen niet leiden tot algemene inflatiedruk.De inflatieverwachtingen in het eurogebied dienen stevig verankerd te blijven in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden.Deze verankering is een eerste vereiste om te bewerkstelligen dat het monetair beleid blijft bijdragen aan ondersteuning van de economische groei en het scheppen van werkgelegenheid in het eurogebied.Tegelijkertijd blijft de korte rente laag en de financieringscondities gunstig.Derhalve blijft de monetairbeleidskoers accommoderend.De Raad van Bestuur zal alle ontwikkelingen ten aanzien van opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit zeer nauwlettend blijven volgen.

Wat het begrotingsbeleid betreft: de Raad van Bestuur benadrukt de noodzaak van strikte en tijdige tenuitvoerlegging van de aanpassingsprogramma’s van het IMF en de EU in Griekenland, Ierland en Portugal. Daarnaast onderstreept de Raad het belang van hernieuwde toezeggingen door alle staatshoofden en regeringsleiders van het eurogebied zich strikt te houden aan de overeengekomen begrotingsdoelstellingen. Voor enkele landen vereist dit de bekendmaking en tenuitvoerlegging van additionele en sneller doorgevoerde begrotingsaanpassingsmaatregelen. De landen waar de economische en begrotingsontwikkelingen beter zijn dan verwacht, dienen ten volle van deze beweegruimte gebruik te maken om het tekort en de schuld sneller terug te dringen. Het gemeenschappelijke doel dient te zijn de overheidsschuldquotes en de overheidsfinanciën zo snel mogelijk weer op het houdbare pad te brengen. Zoals benadrukt door de staatshoofden en regeringsleiders van het eurogebied is de onwrikbare vastberadenheid van alle landen van het eurogebied om hun overheidsschuldverplichtingen volledig na te komen een element waarmee het waarborgen van de financiële stabiliteit in het eurogebied als geheel staat of valt.

De Raad van Bestuur verwelkomt tevens de hernieuwde toezegging van alle lidstaten de concurrentiekracht te verbeteren en de macro-economische onevenwichtigheden het hoofd te bieden.Aanzienlijke en veelomvattende structurele hervormingen dienen te worden doorgevoerd in de landen van het eurogebied teneinde de flexibiliteit van hun economie en hun groeipotentieel op de langere termijn te versterken.Het wegnemen van rigiditeiten op de arbeidsmarkt en het doorvoeren van maatregelen die de loonflexibiliteit vergroten, zoals de afschaffing van automatische loonindexatie, zijn van essentieel belang.

De Engelstalige versie van dit nummer van het Maandbericht bevat een artikel.Daarin worden belangrijke verbeteringen van de monetaire en financiële statistieken van de ECB beschreven, die ertoe zullen bijdragen dat deze statistieken een nuttige bron blijven.

De verklaring van de President van de ECB van 7 augustus 2011 is in het Kader hieronder weergegeven.

Kader 1

Verklaring van de President van de ECB van 7 augustus 2011

1. De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) is ingenomen met de aankondigingen van de regeringen van Italië en Spanje over nieuwe maatregelen en hervormingen op de terreinen van het begrotingsbeleid en het structureel beleid. De Raad van Bestuur is van oordeel dat een doortastende en vlotte tenuitvoerlegging daarvan door beide regeringen essentieel is om het concurrentievermogen en de flexibiliteit van hun economieën substantieel te vergroten en hun overheidstekorten snel terug te dringen.

2. De Raad van Bestuur benadrukt het belang van de toezegging van alle staatshoofden en regeringsleiders om de overeengekomen begrotingsstreefcijfers strikt na te leven, zoals bevestigd tijdens de top van de landen van het eurogebied op 21 juli 2011. Een ander sleutelelement is de versterking van het groeipotentieel van de economie.

3. De Raad van Bestuur is van oordeel dat het van essentieel belang is alle tijdens de top genomen beslissingen onverwijld ten uitvoer te leggen. Vanuit dit oogpunt is de Raad van Bestuur ingenomen met de gezamenlijke toezegging die Duitsland en Frankrijk vandaag hebben gedaan.

4. De Raad van Bestuur hecht doorslaggevend belang aan de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders van het eurogebied inzake de onwrikbare vastberadenheid om hun overheidsschuldverplichtingen volledig na te komen als een sleutelelement voor het waarborgen van de financiële stabiliteit in het eurogebied als geheel.

5. De Raad van Bestuur acht het eveneens van fundamenteel belang dat regeringen, als het EFSF eenmaal operationeel is, op elk moment bereid staan de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF) in de secundaire markt te activeren, op basis van een analyse door de ECB waarin uitzonderlijke omstandigheden op de financiële markten en risico’s voor de financiële stabiliteit worden onderkend.

6. Op basis van de bovenstaande beoordelingen zal de ECB haar programma voor de effectenmarkten actief ten uitvoer leggen. Dit programma is opgezet om bij te dragen tot het herstel van een betere transmissie van de monetairbeleidsbeslissingen van de ECB - rekening houdende met disfunctionele marktsegmenten - en derhalve prijsstabiliteit in het eurogebied te waarborgen.