Ten geleide van het ECB Maandbericht november 2011

Nieuwsbericht
Datum 10 november 2011

In zijn op 3 november 2011 gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verlagen.

Terwijl de inflatie verhoogd is gebleven en de komende maanden waarschijnlijk boven 2% zal blijven, zal de inflatie in de loop van 2012 naar verwachting dalen tot onder 2%. Tegelijkertijd blijft het onderliggende tempo van de monetaire expansie gematigd. Na het besluit van deze maand zou de inflatie op de beleidsrelevante termijn in overeenstemming moeten blijven met prijsstabiliteit. Ten gevolge van hun ongunstige effecten op de financieringsvoorwaarden en het vertrouwen, zullen de aanhoudende spanningen in de financiële markten waarschijnlijk het tempo van de economische groei in het eurogebied in de tweede helft van dit jaar en daarna drukken. De economische vooruitzichten blijven omgeven met bijzonder grote onzekerheid en geïntensiveerde neerwaartse risico's.

Enkele van deze risico’s hebben zich geconcretiseerd, hetgeen een significante neerwaartse herziening van de voorspellingen en projecties voor de gemiddelde reële bbp-groei in 2012 zeer waarschijnlijk maakt. In een dergelijk klimaat zou de prijs-, kosten- en loondruk in het eurogebied ook moeten matigen: het op 3 november door de Raad van Bestuur genomen besluit de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verlagen houdt hiermee rekening. Over het geheel genomen blijft het voor het monetair beleid van essentieel belang op de middellange termijn de prijsstabiliteit te handhaven, om zo een stevige verankering te waarborgen van de inflatieverwachtingen in het eurogebied in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. Deze verankering is een eerste vereiste voor het monetair beleid om zijn bijdrage te kunnen leveren aan de ondersteuning van de economische groei en werkgelegenheidscreatie in het eurogebied.

De liquiditeitsverschaffing en de toewijzingsmethoden voor herfinancieringstransacties zullen ervoor blijven zorgen dat de banken in het eurogebied geen liquiditeit tekort zullen komen. Alle buitengewone monetairbeleidsmaatregelen die zijn genomen tijdens de periode van acute spanningen in de financiële markten zijn, gezien de opzet ervan, tijdelijk van aard

Wat de economische analyse betreft, zal de reële bbp-groei van het eurogebied, die in het tweede kwartaal van 2011 kwartaal-op-kwartaal tot 0,2% vertraagde, in de tweede helft van het jaar naar verwachting zeer gematigd zijn. Er zijn tekenen dat eerder gesignaleerde neerwaartse risico’s zich hebben geconcretiseerd, zoals wordt weerspiegeld in de ongunstige aanwijzingen uit enquêtegegevens. Vooruitblikkend, lijkt een aantal factoren de onderliggende groeidynamiek in het eurogebied te temperen, waaronder een matiging in het groeitempo van de mondiale vraag en ongunstige effecten van de aanhoudende spanningen in een aantal markten voor overheidsschuld in het eurogebied op de algehele financieringsvoorwaarden en het vertrouwen. Tegelijkertijd verwacht de Raad van Bestuur nog steeds dat de economische bedrijvigheid in het eurogebied zal profiteren van de aanhoudende positieve groei in de opkomende markteconomieën, alsook van de lage korte rente en de diverse maatregelen die zijn genomen om de werking van de financiële sector te ondersteunen.

Naar het oordeel van de Raad van Bestuur worden de neerwaartse risico’s voor de economische vooruitzichten van het eurogebied bevestigd, in een klimaat van bijzonder grote onzekerheid. De neerwaartse risico’s houden met name verband met een verdere intensivering van de spanningen in enkele segmenten van de financiële markten in het eurogebied en op mondiaal niveau, alsook met de mogelijke verdere doorwerking van deze spanningen op de reële economie van het eurogebied. Verder houden de neerwaartse risico’s verband met de impact van de nog steeds hoge energieprijzen, protectionistische druk en de mogelijkheid van een onordelijke correctie van mondiale onevenwichtigheden.

Wat de prijsontwikkeling betreft, bedroeg de HICP-inflatie in het eurogebied op jaarbasis volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat in oktober 3,0%, onveranderd ten opzichte van september. De inflatiecijfers liggen sinds het einde van vorig jaar op verhoogd niveau, voornamelijk ten gevolge van hogere prijzen voor energie en andere grondstoffen. Wat betreft de nabije toekomst: het inflatiecijfer zal de komende maanden waarschijnlijk boven 2% blijven, alvorens in de loop van 2012 tot onder 2% te dalen. De verwachting is dat de inflatie gedurende de beleidsrelevante periode in overeenstemming zal blijven met prijsstabiliteit. Dit verloop weerspiegelt de verwachting dat in een klimaat van zwakkere groei in het eurogebied en mondiaal, de prijs-, kosten- en loondruk in het eurogebied ook zou moeten matigen.

De Raad van Bestuur blijft de risico’s voor de vooruitzichten voor de prijsontwikkelingen op de middellange termijn grotendeels in evenwicht vinden, ook in het licht van zijn op 3 november 2011 genomen besluit de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verlagen. De voornaamste opwaartse risico’s houden verband met mogelijke stijgingen van de indirecte belastingen en door de overheid gereguleerde prijzen als gevolg van de in de komende jaren noodzakelijke begrotingsconsolidatie. In het huidige klimaat zou de inflatoire druk echter moeten afnemen. De voornaamste neerwaartse risico’s houden verband met de impact van zwakker dan verwachte groei in het eurogebied en mondiaal. De trage economische groei zou, indien deze aanhoudt, mogelijkerwijs de inflatoire druk op de middellange termijn kunnen verminderen.

Wat de monetaire analyse betreft, steeg de twaalfmaands groei van M3 in september 2011 naar 3,1%, een stijging ten opzichte van de 2,7% in augustus. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de particuliere sector, gecorrigeerd voor leningverkopen en -securitisatie, bedroeg in september 2,7%, onveranderd ten opzichte van augustus. Zoals ook het geval was in augustus, weerspiegelt de instroom in M3 tevens de toegenomen spanningen in enkele financiële markten. Met name lijkt de instroom in aandelen/deelnemingen in geldmarktfondsen, alsook die in via centrale tegenpartijen uitgevoerde repo-overeenkomsten, een aanzienlijke invloed te hebben gehad op de monetaire ontwikkelingen in september. Het groeitempo op jaarbasis van M1 steeg in september naar 2,0%, van 1,7% in augustus.

Wat de tegenposten betreft, zijn de groei op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen en die van leningen aan huishoudens in september, gecorrigeerd voor leningverkopen en -securitisatie, ten opzichte van augustus globaal onveranderd gebleven, en wel respectievelijk op 2,2% en 2,6%. Deze cijfers duiden er niet op dat de verhoogde spanningen in de financiële markten van invloed zijn geweest op de kredietverlening tot en met september. Aangezien dergelijke effecten zich echter met vertraging kenbaar kunnen maken, dienen de ontwikkelingen in de kredietverlening de komende periode grondig te worden geanalyseerd. Vanuit het toepasselijke middellangetermijnperspectief bezien en de kortetermijnvolatiliteit buiten beschouwing latend, heeft de groei van de ruime geldhoeveelheid en de kredietverlening zich de afgelopen maanden gestabiliseerd. Over het geheel genomen blijft aldus het onderliggende tempo van monetaire expansie gematigd.
De totale omvang van de balans van monetaire financiële instellingen is de afgelopen maanden globaal onveranderd gebleven. De gezondheid van de balansen van banken zal een essentiële factor zijn bij het verminderen van de potentiële effecten van een negatieve wisselwerking ten gevolge van spanningen in de financiële markten, en aldus in de loop der tijd een passende kredietverschaffing aan de economie vergemakkelijken. De Raad van Bestuur verwelkomt derhalve de overeenkomst van de Europese Raad van 26 oktober om de verhoging van de kapitaalpositie van banken tot 9% van Tier 1 tegen eind juni 2012 door te voeren. De Raad ondersteunt ook ten volle de oproep aan nationale toezichthouders om ervoor te zorgen dat de herkapitaliseringsplannen van banken niet leiden tot buitensporige schuldafbouw.

Kortom: de Raad van Bestuur heeft tijdens zijn vergadering van 3 november 2011 op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verlagen. Terwijl de inflatie verhoogd is gebleven en de komende maanden waarschijnlijk boven 2% zal blijven, zal de inflatie in de loop van 2012 naar verwachting dalen tot onder 2%. Een toetsing aan de uitkomst van de monetaire analyse bevestigt dat het onderliggende tempo van de monetaire expansie gematigd blijft. Na het besluit van deze maand zou de inflatie op de beleidsrelevante termijn in overeenstemming moeten blijven met prijsstabiliteit. Ten gevolge van hun ongunstige effecten op de financieringsvoorwaarden en het vertrouwen, zullen de aanhoudende spanningen in de financiële markten waarschijnlijk het tempo van de economische groei in het eurogebied in de tweede helft van dit jaar en daarna drukken. De economische vooruitzichten blijven omgeven met bijzonder grote onzekerheid en geïntensiveerde neerwaartse risico's. Enkele van deze risico’s hebben zich geconcretiseerd, hetgeen een significante neerwaartse herziening van de voorspellingen en projecties voor de gemiddelde reële bbp-groei in 2012 zeer waarschijnlijk maakt. In een dergelijk klimaat zou de prijs-, kosten- en loondruk in het eurogebied ook moeten matigen: het op 3 november door de Raad van Bestuur genomen besluit de basisrentetarieven van de ECB met 25 basispunten te verlagen houdt hiermee rekening. Over het geheel genomen blijft het voor het monetair beleid van essentieel belang op de middellange termijn de prijsstabiliteit te handhaven, om zo een stevige verankering te waarborgen van de inflatieverwachtingen in het eurogebied in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. Deze verankering is een eerste vereiste voor het monetair beleid om zijn bijdrage te kunnen leveren aan de ondersteuning van de economische groei en werkgelegenheidscreatie in het eurogebied.

Wat het begrotingsbeleid betreft: alle overheden van het eurogebied dienen hun onwrikbare vastberadenheid te tonen om hun individuele overheidsschuldverplichtingen volledig na te komen, een element waarmee de waarborging van de financiële stabiliteit in het eurogebied als geheel staat of valt. De Raad van Bestuur neemt notitie van de begrotingstoezeggingen zoals die zijn neergelegd in de verklaring van de Eurotop van 26 oktober 2011, en dringt bij alle overheden aan op volledige en zo snel mogelijke tenuitvoerlegging van de maatregelen die nodig zijn ter verwezenlijking van begrotingsconsolidatie en duurzame pensioenstelsels, en op verbetering van het bestuur. De overheden van landen die vallen onder gezamenlijke EU/IMF-aanpassingsprogramma’s en die van landen die in het bijzonder kwetsbaar zijn dienen klaar te staan om eventuele verdere maatregelen te treffen die nodig zijn.

Het is van cruciaal belang dat begrotingsconsolidatie en structurele hervormingen hand in hand gaan om het vertrouwen, de groeivooruitzichten en het scheppen van werkgelegenheid te versterken. De Raad van Bestuur dringt er derhalve bij alle overheden van het eurogebied op aan de tenuitvoerlegging van substantiële en alomvattende structurele hervormingen met urgentie te versnellen. Daardoor zullen de landen van het eurogebied geholpen worden hun concurrentievermogen te verbeteren, de flexibiliteit van hun economieën te vergroten en hun groeipotentieel op de langere termijn te versterken. Hervormingen van de arbeidsmarkt zijn in dit verband essentieel en dienen gericht te zijn op maatregelen om rigiditeiten weg te nemen en loonflexibiliteit te bevorderen, zodat lonen en arbeidsvoorwaarden kunnen worden toegesneden op de specifieke behoeften van bedrijven. Meer in het algemeen is in deze uitdagende tijden matiging, ten aanzien van zowel winstmarges als lonen, van essentieel belang. Deze maatregelen dienen gepaard te gaan met structurele hervormingen waardoor de concurrentie in productmarkten wordt vergroot, met name in de dienstenmarkten - waaronder de liberalisering van gereguleerde beroepen – en waar nodig de privatisering van diensten die momenteel door de publieke sector worden verleend. Tegelijkertijd benadrukt de Raad van Bestuur dat het absoluut van essentieel belang is dat de nationale overheden in het eurogebied snel de in de verklaring van de Eurotop van 26 oktober 2011 bekendgemaakte en aanbevolen maatregelen aannemen en ten uitvoer leggen.

De Engelstalige versie van dit nummer van het Maandbericht bevat twee artikelen. In het eerste artikel wordt gekeken naar de recente ontwikkelingen in de huizenprijzen in het eurogebied en de Verenigde Staten. In het tweede artikel wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen op de markten in het eurogebied voor langerlopende schuldfinancieringsinstrumenten van banken en worden de mate van integratie en de implicaties voor de monetairbeleidstransmissie besproken.