Ten geleide van het ECB Maandbericht maart 2012

Nieuwsbericht
Datum 15 maart 2012

In zijn op 8 maart 2012 gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten.

De informatie die sinds begin februari beschikbaar is gekomen, bevestigt de eerdere beoordeling van de Raad van Bestuur van de vooruitzichten voor de economische bedrijvigheid. De beschikbare enquête-indicatoren bevestigen tekenen van een stabilisatie van de economie van het eurogebied. De economische vooruitzichten blijven echter omgeven met neerwaartse risico’s. Ten gevolge van stijgingen van de energieprijzen en de indirecte belastingen zal de inflatie in 2012 nu waarschijnlijk boven 2% blijven, waarbij opwaartse risico’s overheersen. Desalniettemin verwacht de Raad van Bestuur dat de prijsontwikkeling op de voor het beleid relevante termijn in overeenstemming met prijsstabiliteit zal blijven. Het onderliggende tempo van de monetaire expansie blijft gematigd, in overeenstemming met beperkte inflatoire druk op de middellange termijn. Vooruitblikkend blijft de Raad van Bestuur, overeenkomstig zijn mandaat, het handhaven van de prijsstabiliteit in het eurogebied ten volle nastreven. Daartoe is de voortdurende stevige verankering van de inflatieverwachtingen – in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden – van essentieel belang.

De afgelopen maanden is een breed scala van additionele bijzondere monetairbeleidsmaatregelen door het Eurosysteem ten uitvoer gelegd. Tot deze maatregelen, waaronder met name twee langerlopende herfinancieringstransacties met een looptijd van drie jaar, werd besloten tegen de achtergrond van de uitzonderlijke omstandigheden in het laatste kwartaal van 2011. De eerste invloed van deze maatregelen is positief geweest. Samen met begrotingsconsolidatie en geïntensiveerde structurele hervormingen in verschillende landen van het eurogebied en met de geboekte vooruitgang met een sterker kader voor economische governance in het eurogebied, hebben deze maatregelen de afgelopen maanden bijgedragen aan een aanzienlijke verbetering van het financiële klimaat. De Raad van Bestuur verwacht dat de driejaars langerlopende herfinancieringstransacties verdere steun zullen geven aan de aanhoudende stabilisatie van de financiële markten, en met name aan de kredietverstrekking in het eurogebied. Alle bijzondere monetairbeleidsmaatregelen zijn tijdelijk van aard. Bovendien zijn alle noodzakelijke instrumenten om potentiële opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit op de middellange termijn het hoofd te bieden geheel beschikbaar.

Wat de economische analyse betreft: het reële bbp van het eurogebied is in het vierde kwartaal van 2011 met 0,3% gekrompen. Volgens recente enquêtegegevens zijn er tekenen van een stabilisatie van de economische bedrijvigheid, zij het op een nog laag niveau. Vooruitblikkend verwacht de Raad van Bestuur dat de economie van het eurogebied in de loop van dit jaar geleidelijk zal herstellen. De vooruitzichten voor de economische bedrijvigheid zouden moeten worden ondersteund door de buitenlandse vraag, de zeer lage korte rente in het eurogebied en door alle maatregelen die zijn genomen om de goede werking van de financiële sector in het eurogebied te bevorderen. De blijvende spanningen in de markten voor overheidsschuld in het eurogebied en de invloed daarvan op de kredietvoorwaarden, alsook het proces van balansaanpassing in de financiële en niet-financiële sector, zullen naar verwachting de onderliggende groeidynamiek blijven temperen.

Deze beoordeling wordt ook weerspiegeld in de door medewerkers van de ECB in maart 2012 samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied, die een reële bbp-groei op jaarbasis voorzien van tussen -0,5% en 0,3% in 2012 en van tussen 0,0% en 2,2% in 2013. Vergeleken met de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties van december 2011 zijn de marges licht naar beneden bijgesteld. Voor deze vooruitzichten blijven er neerwaartse risico’s bestaan. Deze houden met name verband met een hernieuwde intensivering van de spanningen in de markten voor schuldpapier in het eurogebied en met de mogelijke doorwerking van deze spanningen op de reële economie van het eurogebied. De neerwaartse risico's houden tevens verband met verdere stijgingen van de grondstoffenprijzen.

De HICP-inflatie op jaarbasis in het eurogebied bedroeg volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat in februari 2012 2,7%, een lichte stijging ten opzichte van de 2,6% in januari. Het inflatiecijfer zal nu, om vooruit te blikken, in 2012 waarschijnlijk boven 2% blijven, voornamelijk ten gevolge van de recente stijgingen van de energieprijzen en de onlangs bekendgemaakte verhogingen van indirecte belastingen. Op grond van de huidige futuresprijzen voor grondstoffen zou de inflatie op jaarbasis begin 2013 weer tot onder 2% moeten dalen. In de verdere toekomst zou de onderliggende prijsdruk, in een klimaat van bescheiden groei in het eurogebied en stevig verankerde inflatieverwachtingen voor de lange termijn, beperkt moeten blijven.

De door medewerkers van de ECB samengestelde macro-economische projecties voor het eurogebied van maart 2012 voorzien een HICP-inflatie op jaarbasis binnen een marge van 2,1% en 2,7% in 2012, en van 0,9% en 2,3% in 2013. Vergeleken met de door medewerkers van het Eurosysteem in december 2011 samengestelde macro-economische projecties zijn de marges voor de HICP-inflatie, met name die voor 2012, opwaarts verschoven. De risico’s voor de geprojecteerde HICP-inflatie in de komende jaren worden nog steeds gezien als globaal in evenwicht, waarbij de opwaartse risico's op de korte termijn voornamelijk het gevolg zijn van hoger dan verwachte olieprijzen en stijgingen van indirecte belastingen. Neerwaartse risico’s blijven echter bestaan ten gevolge van zwakker dan verwachte ontwikkelingen in de economische bedrijvigheid.

De monetaire analyse geeft aan dat het onderliggende tempo van de monetaire expansie gematigd blijft. Het groeitempo van M3 op jaarbasis was in januari 2012 2,5%, een stijging ten opzichte van de 1,5% van december 2011. De groei van de kredietverlening aan de particuliere sector bleef eveneens gematigd. Op twaalfmaandsbasis (gecorrigeerd voor leningverkopen en -securitisatie) is deze groei in januari echter licht aangetrokken, van 1,2% in december 2011 naar 1,5% jaar-op-jaar. Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen en van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor leningverkopen en -securitisatie) kwam in januari uit op respectievelijk 0,8% en 2,1%. Het volume van leningen door MFI’s aan niet-financiële vennootschappen daalde in januari, na de geprononceerde daling in december, slechts licht. De stroom van leningen aan huishoudens daarentegen was in januari positief. Na de tekenen van verbetering in het financiële klimaat, is het van essentieel belang dat banken hun veerkracht verder versterken, onder meer door winsten in te houden. De gezondheid van de balansen van banken is een essentiële factor bij het faciliteren van een passende kredietverschaffing aan de economie.

Kortom: de economische analyse geeft aan dat de prijsontwikkelingen in overeenstemming zouden moeten blijven met prijsstabiliteit op de middellange termijn. Een toetsing aan de uitkomsten van de monetaire analyse bevestigt dit beeld.

Vooruitblikkend benadrukt de Raad van Bestuur dat overheden, om een gunstig klimaat voor duurzame groei te verwezenlijken en het vertrouwen en concurrentievermogen te ondersteunen, dringend verdere vooruitgang dienen te boeken met het herstellen van een gezonde begrotingspositie en met het ten uitvoer leggen van de agenda voor structurele hervormingen. Wat betreft begrotingsconsolidatie boeken veel overheden in het eurogebied vooruitgang. Het doorgaan met veelomvattende begrotingsconsolidatie en het gestand doen van alle toezeggingen blijven van essentieel belang. In dit opzicht dient het Europees Semester 2012 te worden gebruikt om het versterkte begrotingstoezichtmechanisme rigoureus toe te passen. Van even groot belang zijn structurele hervormingen om het aanpassingsvermogen en het concurrentievermogen van de landen van het eurogebied te vergroten en de groeivooruitzichten en werkgelegenheidscreatie te verbeteren. Op dit gebied is verdere voortgang gewenst. De Raad van Bestuur verwelkomt ten zeerste het door de Europese Commissie uitgebrachte 'Waarschuwingsmechanismeverslag' over macro-economische onevenwichtigheden en verwacht dat de daarin voorgestelde diepgaande landenanalyses het hervormingsproces dat in de landen van het eurogebied is ingezet actief zullen ondersteunen.