Ten geleide van het ECB Maandbericht augustus 2012

Nieuwsbericht
Datum 8 augustus 2012

In zijn op 2 augustus gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten, na de verlaging met 25 basispunten in juli.

Zoals in juli vermeld, zou de inflatie in de loop van 2012 verder moeten dalen en in 2013 weer onder 2% moeten uitkomen. In overeenstemming met dit beeld blijft het onderliggende tempo van de monetaire expansie gematigd. De inflatieverwachtingen voor de economie van het eurogebied blijven stevig verankerd in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. Tegelijkertijd blijft de economische groei in het eurogebied zwak, waarbij de aanhoudende spanningen in de financiële markten en toegenomen onzekerheid druk uitoefenen op het vertrouwen en het sentiment. Een verdere intensivering van de spanningen in de financiële markten zou mogelijkerwijze het evenwicht van de risico’s voor zowel de groei als de inflatie neerwaarts kunnen beïnvloeden.

De Raad van Bestuur heeft de beleidsopties om het zeer slechte functioneren van het prijsvormingsproces in de obligatiemarkten van de landen van het eurogebied tegen te gaan, uitgebreid besproken. In een aantal landen zijn uitzonderlijk hoge risicopremies in de prijzen van overheidsobligaties opgetekend, en de fragmentatie van de financiële markten verhindert de effectieve werking van het monetair beleid. Risicopremies die voortvloeien uit angst voor het terugdraaien van de euro zijn onacceptabel, en dienen op fundamentele wijze het hoofd te worden geboden. De euro is onomkeerbaar.

Teneinde de fundamentele voorwaarden te creëren waardoor dergelijke risicopremies kunnen verdwijnen, dienen beleidsmakers in het eurogebied met grote vastberadenheid vorderingen te boeken met begrotingsconsolidatie, structurele hervormingen en het versterken van Europese instellingen. Aangezien tenuitvoerlegging tijd vergt en de financiële markten zich vaak slechts aanpassen wanneer succes duidelijk zichtbaar wordt, dienen overheden klaar te staan om het EFSF en het ESM in de obligatiemarkt te activeren wanneer zich uitzonderlijke marktomstandigheden en risico’s voor de financiële stabiliteit voordoen – onder strenge en effectieve voorwaarden overeenkomstig de vastgelegde richtlijnen.

Naleving door overheden van hun toezeggingen en uitvoering door het EFSF en het ESM van hun rol zijn bij dit alles noodzakelijke voorwaarden. De Raad van Bestuur kan, binnen zijn mandaat de prijsstabiliteit op de middellange termijn te handhaven en met inachtneming van zijn onafhankelijkheid bij het bepalen van het monetair beleid, overgaan tot rechtstreekse openmarkttransacties van een omvang die toereikend is voor verwezenlijking van zijn doelstelling. In dit kader zal tegemoet worden gekomen aan de zorgen onder particuliere beleggers over senioriteit. Bovendien kan de Raad van Bestuur overwegen verdere bijzondere monetairbeleidsmaatregelen te nemen in overeenstemming met wat nodig is om de transmissie van het monetair beleid te herstellen. De komende weken zal het Eurosysteem voor dergelijke beleidsmaatregelen de passende modaliteiten formuleren.
Wat de economische analyse betreft: op kwartaalbasis was de reële bbp-groei van het eurogebied in het eerste kwartaal van 2012 vlak, na een daling van 0,3% in het voorafgaande kwartaal. De economische indicatoren duiden op een zwakke economische bedrijvigheid in het tweede kwartaal en aan het begin van het derde kwartaal van 2012, in een klimaat van verhoogde onzekerheid. Voor de iets langere termijn verwacht de Raad van Bestuur dat de economie van het eurogebied slechts zeer geleidelijk zal herstellen, waarbij de groeidynamiek door een aantal factoren zal worden getemperd. Met name de spanningen in enkele markten voor overheidsschuld in het eurogebied en de invloed daarvan op de financieringsvoorwaarden, alsook het proces van balansaanpassing in de financiële en niet-financiële sector en de hoge werkloosheid, zullen naar verwachting drukken op de onderliggende groeidynamiek, die tevens wordt getroffen door de aanhoudende wereldwijde vertraging.

De risico’s voor de economische vooruitzichten voor het eurogebied blijven van neerwaartse aard. Zij houden met name verband met de spanningen in een aantal financiële markten in het eurogebied en de mogelijke doorwerking daarvan op de reële economie van het eurogebied. De neerwaartse risico’s houden tevens verband met mogelijke hernieuwde stijgingen van de energieprijzen op de middellange termijn.

De HICP-inflatie op jaarbasis in het eurogebied bedroeg volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat in juli 2012 2,4%, onveranderd ten opzichte van de voorafgaande maand. Op grond van de huidige futuresprijzen voor olie zou de inflatie in de loop van 2012 verder moeten dalen en in 2013 weer onder 2% moeten uitkomen. In een klimaat van bescheiden groei in het eurogebied en stevig verankerde inflatieverwachtingen voor de lange termijn, zou de onderliggende prijsdruk gedurende de beleidsrelevante periode gematigd moeten blijven.

De risico’s voor de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling blijven op de middellange termijn globaal in evenwicht. De opwaartse risico’s vloeien voort uit verdere verhogingen van indirecte belastingen ten gevolge van de noodzakelijke begrotingsconsolidatie, en uit hoger dan verwachte energieprijzen op de middellange termijn. De voornaamste neerwaartse risico’s houden verband met de invloed van zwakker dan verwachte groei in het eurogebied, met name ten gevolge van een verdere intensivering van de spanningen in de financiële markten. Een dergelijke intensivering zou mogelijkerwijze het evenwicht van de risico’s neerwaarts kunnen beïnvloeden.

De monetaire analyse geeft aan dat het onderliggende tempo van de monetaire expansie gematigd is gebleven. Het groeitempo van M3 op jaarbasis kwam in juni 2012 uit op 3,2%, iets hoger dan de 3,1% die in de voorafgaande maand werd opgetekend en dicht bij het niveau dat aan het einde van het eerste kwartaal werd waargenomen. Over het geheel genomen was de instroom in de ruime geldhoeveelheid in het tweede kwartaal zwak. Het twaalfmaands groeitempo van M1 steeg in juni verder, naar 3,5%, in overeenstemming met de toegenomen voorkeur onder beleggers voor liquide instrumenten in een klimaat van lage rente en hoge onzekerheid.

Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de particuliere sector (gecorrigeerd voor leningverkopen en -securitisatie) daalde in juni naar 0,3% (ten opzichte van 0,5% in mei). Omdat in juni netto aflossingen van leningen aan niet-financiële ondernemingen en huishoudens (beide gecorrigeerd voor leningverkopen en
-securitisatie) werden opgetekend, daalden het groeitempo op jaarbasis van leningen aan niet-financiële ondernemingen en dat van leningen aan huishoudens (gecorrigeerd voor leningverkopen en -securitisatie) in juni verder, tot respectievelijk -0,3% en 1,1%. De gematigde groei van de kredietverlening is grotendeels het gevolg van de huidige conjuncturele situatie, verhoogde risicoaversie, en het aanhoudende proces van balansaanpassing bij huishoudens en ondernemingen, die alle de vraag naar krediet drukken. Een aanzienlijke bijdrage van vraagfactoren aan de zwakke groei van leningen van MFI’s wordt bevestigd door de enquête naar de bancaire kredietverlening in het eurogebied voor het tweede kwartaal van 2012. Deze enquête laat tevens zien dat de netto verscherping van de kredietverstrekkingsvoorwaarden van de banken op eurogebiedniveau in het tweede kwartaal van 2012 vergeleken met het voorafgaande kwartaal globaal genomen stabiel was, zowel voor leningen aan ondernemingen als aan huishoudens.
Vooruitblikkend is het van essentieel belang dat banken hun veerkracht waar nodig verder blijven versterken. De gezondheid van de balansen van banken is een sleutelelement in de totstandkoming van zowel een passende kredietverlening aan de economie als de normalisering van alle financieringskanalen.

Kortom: de economische analyse geeft aan dat de prijsontwikkelingen in overeenstemming zouden moeten blijven met prijsstabiliteit op de middellange termijn. Een toetsing aan de uitkomsten van de monetaire analyse bevestigt dit beeld.

Hoewel de afgelopen jaren aanzienlijke vooruitgang is geboekt met begrotingsconsolidatie, dienen verdere vastbesloten en dringende stappen te worden genomen om het concurrentievermogen te verbeteren. Van 2009 tot en met 2011 hebben de landen van het eurogebied de tekortquote ten opzichte van het bbp gemiddeld met 2,3% teruggebracht, en is het primaire tekort met rond 2½ procentpunt verbeterd. De begrotingsaanpassing in het eurogebied wordt in 2012 voortgezet, en het is inderdaad van cruciaal belang dat de inspanningen worden volgehouden om weer tot gezonde begrotingsposities te komen. Tegelijkertijd zijn structurele hervormingen even essentieel als de begrotingsconsolidatie-inspanningen en de maatregelen gericht op herstel van de financiële sector. Ook op dit vlak is enige vooruitgang geboekt. Zo is bijvoorbeeld in de meeste landen die krachtig zijn getroffen door de crisis het proces van correctie van de arbeidskosten per eenheid product en van de ontwikkelingen op de lopende rekening begonnen. Verdere hervormingsmaatregelen dienen echter snel en daadkrachtig ten uitvoer te worden gelegd. Hervormingen van de productmarkten om het concurrentievermogen te bevorderen en de creatie van efficiënte en flexibele arbeidsmarkten zijn eerste voorwaarden voor het terugdraaien van de bestaande onevenwichtigheden en het verwezenlijken van robuuste, duurzame groei. Het is nu van cruciaal belang dat lidstaten hun landspecifieke aanbevelingen met vastberadenheid ten uitvoer leggen.

De Engelstalige versie van dit Maandbericht bevat twee artikelen. In het eerste artikel wordt een overzicht gegeven van de bronnen van heterogeniteit in financiële voorwaarden, worden de daarmee verband houdende uitdagingen voor het gemeenschappelijk monetair beleid besproken en de rol van andere beleidsdomeinen in het overwinnen van structurele onevenwichtigheden en uiteenlopende ontwikkelingen uitgelegd. In het tweede artikel worden de financieringsvoorwaarden van de particuliere sector in het eurogebied gedurende de overheidsschuldcrisis beoordeeld.