Ten geleide van het ECB Maandbericht oktober 2012

Nieuwsbericht
Datum 11 oktober 2012

In zijn op 4 oktober gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten.

Ten gevolge van hoge energieprijzen en verhogingen van de indirecte belastingen in enkele landen van het eurogebied is de verwachting dat de inflatie in 2012 boven 2% zal blijven, om in de loop van het volgend jaar weer tot onder dat niveau te dalen en in overeenstemming te blijven met prijsstabiliteit op de beleidsrelevante termijn. In overeenstemming met dit beeld blijft het onderliggende tempo van de monetaire expansie gematigd. De inflatieverwachtingen voor de economie van het eurogebied blijven stevig verankerd in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. De economische groei in het eurogebied blijft naar verwachting zwak, waarbij de aanhoudende spanningen in enkele financiële markten in het eurogebied en hoge onzekerheid nog steeds druk uitoefenen op het vertrouwen en het sentiment. De beslissingen van de Raad van Bestuur ten aanzien van Rechtstreekse Monetaire Transacties hebben de afgelopen weken deze spanningen helpen verlichten, en hebben aldus de bezorgdheid dat destructieve scenario’s zich werkelijk zouden voordoen, teruggedrongen. Het is nu van essentieel belang dat overheden de noodzakelijke maatregelen blijven doorvoeren om zowel structurele als begrotingsonevenwichtigheden terug te dringen en voortgang te boeken met de maatregelen ter herstructurering van de financiële sector.

De Raad van Bestuur blijft er ten volle naar streven de gemeenschappelijkheid van zijn monetair beleid te bewaren en te zorgen voor de juiste transmissie van de beleidskoers naar de reële economie in het gehele eurogebied. De Rechtstreekse Monetaire Transacties zullen de Raad van Bestuur in staat stellen onder passende voorwaarden een volledig effectieve voorzorgsmaatregel te bieden om destructieve scenario’s met mogelijk ernstige uitdagingen voor de prijsstabiliteit in het eurogebied te voorkomen. De Raad van Bestuur handelt strikt binnen zijn mandaat van het handhaven van prijsstabiliteit op de middellange termijn, de Raad handelt onafhankelijk bij het bepalen van het monetair beleid, en de euro is onomkeerbaar.

De Raad van Bestuur staat klaar Rechtstreekse Monetaire Transacties uit te voeren, wanneer alle eerste vereisten zijn ingevoerd. De Raad zal overwegen Rechtstreekse Monetaire Transacties aan te gaan in de mate waarin deze vanuit een monetairbeleidsperspectief gerechtvaardigd zijn, zolang volledig aan de programmavoorwaarden wordt voldaan. De Raad van Bestuur zou uit Rechtstreekse Monetaire Transacties stappen wanneer het doel ervan is bereikt of wanneer er niet aan een programma wordt voldaan. Rechtstreekse Monetaire Transacties zouden niet plaatsvinden terwijl een bepaald programma wordt herzien en zouden worden hervat na de herzieningsperiode wanneer naleving van het programma is zekergesteld.

Wat de economische analyse betreft: de reële bbp-groei van het eurogebied is in het tweede kwartaal van 2012 kwartaal-op-kwartaal met 0,2% gekrompen, na een vlakke groei in het voorafgaande kwartaal. De economische indicatoren, met name de uitkomsten van enquêtes, bevestigen het aanhouden van de zwakke economische bedrijvigheid in het derde kwartaal van 2012, in een klimaat dat wordt gekenmerkt door hoge onzekerheid. Voor de korte termijn verwacht de Raad van Bestuur dat de economie van het eurogebied zwak zal blijven en daarna slechts zeer geleidelijk zal herstellen. De groeidynamiek wordt ondersteund door de gewone en bijzondere monetairbeleidsmaatregelen van de Raad van Bestuur, maar zal naar verwachting blijven worden getemperd door het noodzakelijke proces van balansaanpassing in de financiële en niet-financiële sector, de hoge werkloosheid en een ongelijk wereldwijd herstel.

De risico’s voor de economische vooruitzichten voor het eurogebied blijven van neerwaartse aard. Zij houden met name verband met de aanhoudende spanningen in een aantal financiële markten in het eurogebied en de mogelijke doorwerking daarvan op de reële economie van het eurogebied. Deze risico’s dienen door effectief optreden van alle beleidsmakers in het eurogebied te worden beperkt.

De HICP-inflatie op jaarbasis in het eurogebied bedroeg volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat in september 2012 2,7%, vergeleken met 2,6% in de voorafgaande maand. Dit is hoger dan verwacht en weerspiegelt voornamelijk stijgingen van indirecte belastingen en in euro luidende energieprijzen in het verleden. Op grond van de huidige futuresprijzen voor olie zou de inflatie op verhoogd niveau kunnen blijven alvorens in de loop van volgend jaar weer tot onder 2% te dalen. In een klimaat van bescheiden groei in het eurogebied en stevig verankerde inflatieverwachtingen voor de lange termijn, zou de onderliggende prijsdruk gedurende de beleidsrelevante periode gematigd moeten blijven. Het huidige niveau van de inflatie zou aldus tijdelijk moeten blijven en niet moeten leiden tot tweede-ronde-effecten. De Raad van Bestuur zal de verdere ontwikkelingen in de kosten, lonen en prijzen nauwlettend blijven volgen.

De risico’s voor de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling blijven op de middellange termijn globaal in evenwicht. De opwaartse risico’s vloeien voort uit verdere verhogingen van indirecte belastingen ten gevolge van de noodzakelijke begrotingsconsolidatie. De voornaamste neerwaartse risico’s houden verband met de invloed van zwakker dan verwachte groei in het eurogebied, in het geval van een hernieuwde intensivering van de spanningen in de financiële markten, en de effecten daarvan op de binnenlandse componenten van de inflatie. Een dergelijke intensivering zou, indien deze niet door effectief optreden van alle beleidsmakers in het eurogebied wordt beheerst, mogelijkerwijze het evenwicht van de risico’s neerwaarts kunnen beïnvloeden.

Wat betreft de monetaire analyse, bevestigen recente gegevens het gematigde onderliggende tempo van de monetaire expansie. Het groeitempo van M3 op jaarbasis daalde in augustus 2012 tot 2,9%, vanaf de 3,6% die in juli werd opgetekend. Terwijl deze daling voornamelijk het gevolg was van een basiseffect, was ook de maandelijkse instroom relatief beperkt. Een sterke maandelijkse instroom in girale deposito’s droeg daarentegen bij aan een verdere stijging van het twaalfmaands groeitempo van M1, en wel tot 5,1% in augustus, vergeleken met 4,5% in juli. Deze stijging weerspiegelt een aanhoudend grote voorkeur voor liquiditeit in een klimaat van lage rentes en hoge onzekerheid.

Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de particuliere sector (gecorrigeerd voor verkopen van leningen en securitisatie) daalde in augustus tot -0,2% (ten opzichte van 0,1% in juli), en weerspiegelt aldus een daling van het twaalfmaands groeitempo van leningen aan niet-financiële vennootschappen tot -0,5%, vanaf de in juli opgetekende -0,2%. De groei op jaarbasis van leningen aan huishoudens bleef daarentegen in augustus onveranderd, op 1,0%. De gematigde kredietdynamiek weerspiegelt grotendeels de zwakke vooruitzichten voor het bbp, verhoogde risicoaversie en de aanhoudende aanpassing van de balansen van huishoudens en ondernemingen, die alle druk uitoefenen op de kredietvraag. Tegelijkertijd blijven in een aantal landen van het eurogebied de segmentering van de financiële markten en kapitaalbeperkingen voor banken de kredietverstrekking beperken.

De gezondheid van de balansen van banken is een sleutelelement in de totstandkoming van zowel een passende kredietverlening aan de economie als de normalisering van alle financieringskanalen, om op die manier bij te dragen aan een toereikende transmissie van het monetair beleid aan de financieringsvoorwaarden van de niet-financiële sector in de verschillende landen van het eurogebied. Het is derhalve van essentieel belang dat de schokbestendigheid van banken waar nodig verder wordt versterkt.
Kortom: de economische analyse geeft aan dat de prijsontwikkelingen in overeenstemming zouden moeten blijven met prijsstabiliteit op de middellange termijn. Een toetsing aan de uitkomsten van de monetaire analyse bevestigt dit beeld.

Andere terreinen van het economisch beleid dienen een aanzienlijke bijdrage te leveren teneinde een verdere stabilisering van de financiële markten en een verbetering van de vooruitzichten voor groei te waarborgen. Wat betreft het begrotingsbeleid maken de landen van het eurogebied vorderingen met consolidatie. Het is van cruciaal belang dat de inspanningen gericht op herstel van gezonde begrotingsposities worden volgehouden, in overeenstemming met de krachtens het Stabiliteits- en Groeipact gedane toezeggingen en de aanbevelingen in het kader van het Europees Semester van 2012. Snelle tenuitvoerlegging van het begrotingsverdrag zal eveneens een belangrijke rol spelen bij het versterken van het vertrouwen in de gezondheid van overheidsfinanciën. Tegelijkertijd zijn structurele hervormingen van net zulk essentieel belang als de begrotingsconsolidatie-inspanningen en de maatregelen om de werking van de financiële sector te verbeteren. In de zwaarst door de crisis getroffen landen wordt zichtbare vooruitgang geboekt met de correctie van de arbeidskosten per eenheid product en ontwikkelingen op de lopende rekening. Vastbesloten hervormingen van de product- en arbeidsmarkten zullen eveneens het concurrentievermogen van deze landen en hun aanpassingsvermogen verder verbeteren.

Ten slotte is het van essentieel belang vorderingen te boeken met het versterken van Europese instellingen. De ECB verwelkomt het op 12 september 2012 door de Commissie gedane voorstel om te komen tot één enkel toezichtmechanisme (‘single supervisory mechanism’ ofwel SSM) waarbij de ECB is betrokken, dat moet worden opgezet krachtens een verordening van de Raad op basis van artikel 127, lid 6, van het Verdrag. De Raad van Bestuur acht een SSM een van de fundamentele pijlers van een financiële unie en een van de belangrijkste bouwstenen van een echte Economische en Monetaire Unie. De ECB zal formeel een juridisch advies uitbrengen waarin zij met name de volgende beginselen als uitgangspunt zal nemen: een duidelijke en robuuste scheiding tussen de besluitvorming op toezichtgebied en het monetair beleid; passende kanalen voor verantwoordingsaflegging; decentralisatie van taken binnen het Eurosysteem; een effectief toezichtkader dat coherent toezicht op het bankstelsel van het eurogebied waarborgt, en volledige compatibiliteit met het kader van de interne markt, met inbegrip van de rol en prerogatieven van de Europese Bankautoriteit. Aangezien het voorstel van de Commissie een ambitieus overgangsschema richting het SSM behelst, is de ECB begonnen met het voorbereidende werk teneinde in staat te zijn de bepalingen van de verordening van de Raad ten uitvoer te leggen zodra deze van kracht wordt.

De Engelstalige versie van het Maandbericht van deze maand bevat twee artikelen. In het eerste artikel wordt een gedetailleerde definitie gegeven van mondiale liquiditeit, wordt beoordeeld hoe deze uiteindelijk van invloed kan zijn op de binnenlandse prijsstabiliteit en worden de implicaties voor het monetair beleid besproken. In het tweede artikel worden de ontwikkelingen in de arbeidsmarkten van het eurogebied sinds het begin van de economische en financiële crisis onder de loep genomen en wordt de invloed van de crisis op structurele kenmerken van de arbeidsmarkten van het eurogebied in kaart gebracht.