Ten geleide van het ECB Maandbericht februari 2013

Nieuwsbericht
Datum 28 februari 2013

In zijn op 7 februari gehouden vergadering heeft de Raad van Bestuur op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten.

De HICP-inflatie is zoals voorzien verder gedaald en zal naar verwachting in de komende maanden onder 2% zakken. De inflatiedruk zou op de beleidsrelevante termijn gematigd moeten blijven. Het onderliggende tempo van de monetaire expansie blijft gematigd. De middellange- tot langeretermijninflatieverwachtingen voor het eurogebied blijven stevig verankerd in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer onder maar dicht bij 2% te houden. Over het geheel genomen kan hierdoor de monetairbeleidskoers accommoderend blijven. De economische zwakte in het eurogebied zal naar verwachting begin 2013 aanhouden. Met name de noodzakelijke balansaanpassingen in de publieke en particuliere sector zullen druk blijven uitoefenen op de economische bedrijvigheid. Later in 2013 zou de economische bedrijvigheid geleidelijk moeten herstellen, ondersteund door de accommoderende monetairbeleidskoers, een verbeterd vertrouwen op de financiële markten, verminderde fragmentatie en een aantrekkende mondiale vraag. Om het vertrouwen in stand te houden, is het van essentieel belang dat overheden zowel structurele als begrotingsonevenwichtigheden verder terugdringen en doorgaan met de herstructurering van de financiële sector.

Wat betreft de liquiditeitssituatie van banken hebben tegenpartijen tot dusverre €140,6 miljard terugbetaald van de €489,2 miljard die was verkregen in de eerste van de twee, in respectievelijk december 2011 en maart 2012 verrekende, driejaars langerlopende herfinancieringstransacties. Dit weerspiegelt de verbetering van het vertrouwen op de financiële markten. De mogelijkheid tot vervroegde terugbetaling was opgenomen in de modaliteiten van de driejaars langerlopende herfinancieringstransacties en de beslissing daartoe is aan de tegenpartijen, die hun financieringssituatie, hun vermogen nieuwe leningen te verstrekken aan de economie en hun schokbestendigheid, passend dienen te beoordelen. De Raad van Bestuur zal alle ontwikkelingen op de geldmarkt en hun mogelijke gevolgen voor de koers van het monetair beleid, die dankzij de gevolgde methode van volledige toewijzing van liquiditeit accommoderend zal blijven, nauwlettend volgen.

Wat de economische analyse betreft: het reële bbp van het eurogebied daalde in het derde kwartaal van 2012 kwartaal-op-kwartaal met 0,1%, na een krimp van 0,2% in het tweede kwartaal. De beschikbare gegevens blijven duiden op aanhoudende zwakte van de bedrijvigheid in het vierde kwartaal en begin 2013. Deze zwakte weerspiegelt het negatieve effect van laag consumenten- en beleggerssentiment op de binnenlandse bestedingen, en een gematigde buitenlandse vraag. Het sentiment op de financiële markten is echter verbeterd en de laatste enquête-indicatoren bevestigen eerdere aanwijzingen van een stabilisatie in het ondernemers- en consumentenvertrouwen, zij het op laag niveau. Later in 2013 zou een geleidelijk herstel moeten intreden, waarbij de binnenlandse vraag zou moeten worden ondersteund door de accommoderende monetairbeleidskoers, een verbeterd vertrouwen op de financiële markten en verminderde fragmentatie, en waarbij de groei van de uitvoer zou moeten profiteren van een versterking van de mondiale vraag.

De risico’s voor de economische vooruitzichten van het eurogebied blijven van neerwaartse aard. Deze houden verband met de mogelijkheid van zwakker dan verwachte binnenlandse vraag en uitvoer en met trage tenuitvoerlegging van structurele hervormingen in het eurogebied, alsook met geopolitieke kwesties en onevenwichtigheden in de belangrijkste geïndustrialiseerde landen, welke beide factoren van invloed kunnen zijn op de ontwikkelingen in de mondiale grondstoffen en de financiële markten. Deze factoren zouden mogelijkerwijze de verdere verbetering van het vertrouwen kunnen drukken en aldus het herstel kunnen vertragen.

Volgens de voorlopige (flash) raming van Eurostat was de HICP-inflatie op jaarbasis in het eurogebied in januari 2013 2,0%, gedaald ten opzichte van de 2,2% die werd opgetekend in november en december en de 2,5% in oktober 2012. Op grond van de huidige futuresprijzen voor olie zal de inflatie naar verwachting in de komende maanden verder dalen tot onder 2%. Op de beleidsrelevante termijn zou de onderliggende prijsdruk, in een omgeving van zwakke economische bedrijvigheid in het eurogebied en stevig verankerde inflatieverwachtingen voor de lange termijn, gematigd moeten blijven.

De risico’s voor de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling op de middellange termijn worden globaal genomen nog steeds in evenwicht geacht, waarbij de opwaartse risico’s verband houden met hogere door de overheid gereguleerde prijzen en indirecte belastingen, en met hogere olieprijzen, en de neerwaartse risico’s voortvloeien uit zwakkere economische bedrijvigheid en, meer recentelijk, de appreciatie van de wisselkoers van de euro.

Wat de monetaire analyse betreft, blijft het onderliggende tempo van de monetaire expansie gematigd. Het groeitempo van M3 op jaarbasis daalde in december 2012 naar 3,3%, van 3,8% in november. Verschuivingen van girale deposito’s naar kortlopende termijndeposito’s hebben geleid tot een daling van het groeicijfer op jaarbasis van M1, dat daalde van 6,7% in november tot 6,2% in december, en uitstromen van verhandelbare instrumenten drukten de algehele M3-groei. Een verdere versterking van de depositobasis van MFI’s in een aantal landen die onder druk staan vond plaats in december, in combinatie met verdere instromen van kapitaal in het eurogebied, welke beide factoren de fragmentatie bleven doen verminderen.

Het groeitempo op jaarbasis van leningen aan de particuliere sector (gecorrigeerd voor verkopen van leningen en securitisatie) bleef in december negatief. Dit weerspiegelde voornamelijk de aanhoudende negatieve groei op jaarbasis van leningen aan niet-financiële vennootschappen, die in december -1,3% bedroeg, ten opzichte van -1,5% in november. De groei op jaarbasis van door MFI’s aan huishoudens verstrekte leningen bleef in december echter op 0,7% globaal genomen onveranderd. De gematigde kredietdynamiek weerspiegelt grotendeels het huidige stadium van de conjunctuur, verhoogd kredietrisico en de aanhoudende aanpassing van de balansen van de financiële en niet-financiële sector. In overeenstemming met deze ontwikkelingen bevestigt de enquête naar de bancaire kredietverlening over het vierde kwartaal van 2012 de zwakte van de kredietvraag en het voortdurende effect van kredietrisico-overwegingen op de aanscherping van kredietnormen. Tegelijkertijd bevestigt de enquête de positieve invloed van de door het Eurosysteem genomen maatregelen op de algehele financierings- en liquiditeitssituatie van banken. Banken rapporteerden in het bijzonder verbeteringen ten aanzien van alle financieringscategorieën in het vierde kwartaal.

Om een toereikende transmissie van het monetair beleid naar de financieringsvoorwaarden in de landen van het eurogebied te waarborgen, is het van essentieel belang waar nodig de schokbestendigheid van banken te blijven versterken. Besluitvaardigheid bij het opzetten van een geïntegreerd financieel kader zal tot verwezenlijking van deze doelstelling bijdragen. Het toekomstige Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme is een van de belangrijkste bouwstenen. Het is een cruciale stap naar herintegratie van het bankwezen.

Kortom: de economische analyse geeft aan dat de prijsontwikkelingen in overeenstemming zouden moeten blijven met prijsstabiliteit op de middellange termijn. Een toetsing aan de uitkomsten van de monetaire analyse bevestigt dit beeld.

Wat andere beleidsterreinen betreft kunnen structurele hervormingen en begrotingsaanpassing elkaar aanvullen, en aldus de vooruitzichten voor het creëren van werkgelegenheid, de economische groei en schuldhoudbaarheid verbeteren. De in het verleden genomen beleidsmaatregelen werpen vruchten af, in termen van zowel eliminatie van bestaande begrotingsonevenwichtigheden als vermindering van de tekorten op de lopende rekeningen. Met name in een aantal landen met bijzondere aanpassingsbehoeften wijst beperkte groei van de arbeidskosten per eenheid product op een groter prijsconcurrentievermogen en presteert de uitvoer beter. Overheden dienen voort te bouwen op de met begrotingsconsolidatie geboekte vorderingen, de concurrentie op de productmarkten te versterken en door te gaan met arbeidsmarkthervormingen. Dit zou het groeipotentieel van het eurogebied versterken, de hoge structurele werkloosheid terugdringen en het aanpassingsvermogen van de landen van het eurogebied verbeteren.

De integrale Engelstalige versie van het Maandbericht van deze maand bevat twee artikelen. In het eerste artikel worden de bestaande nationale begrotingskaders in de lidstaten van de EU in kaart gebracht en een overzicht gegeven van de hervormingen die nodig zijn om deze in overeenstemming te brengen met de vereisten van het nieuwe begrotingsbestuurkader van de EU. In het tweede artikel wordt het belang van het controleren van het zogeheten schaduwbankieren besproken vanuit een centraalbankierenperspectief.