Europees toezicht is slechts het begin.

Nieuwsbericht
Datum 20 maart 2013

'De oprichting van een Europese toezichthouder kan met recht een mijlpaal worden genoemd. Tegelijk is het slechts een eerste stap op weg naar duurzame financiële stabiliteit in Europa. Voor een goed werkende bankenunie zijn minstens drie belangrijke stappen nodig'. Dit schrijft president Klaas Knot in een artikel dat is gepubliceerd in de Duitse Börzen-Zeitung

'De eerste stap, een Europese toezichthouder, is een logische reactie op het grensoverschrijdende karakter van de financiële sector en de onderlinge verwevenheid  van banken. Als gevolg van de interne markt en het wegvallen van wisselkoersrisico is die verwevenheid vooral sterk in de eurozone. Hoewel financiële integratie belangrijke voordelen heeft, hebben we in de recente financiële crisis ook de schaduwzijde van deze ontwikkeling gezien. Problemen konden zich door de sterke verwevenheid van de financiële sector razendsnel verspreiden en vermenigvuldigen over instellingen, sectoren en landen. Bij een financiële sector die zich weinig van landsgrenzen aantrekt, hoort een Europese toezichthouder die zich net zo gemakkelijk over landsgrenzen heen kan bewegen en in elk land dezelfde regels hanteert.
 
De tweede stap op weg naar een volwaardige bankenunie sluit aan bij een ander belangrijk kenmerk van Europese banken. Ondanks hun grensoverschrijdende karakter vallen ze bij een crisis nog steeds terug op de nationale overheid. Recent hebben we gezien waar dit toe kan leiden: problemen in de bankensector tastten de kredietwaardigheid van nationale overheden aan. Omgekeerd brachten twijfels over de schuldhoudbaarheid van de overheid nationale banken in de problemen.  Het gevolg was een lotsverbondenheid tussen kwetsbare nationale overheden en zwakke banken, die leidde tot kapitaalvlucht en zelfs tot twijfels over het voortbestaan van de euro. Door behalve het toezicht ook de resolutie van banken en de financiering daarvan op Europees niveau te regelen, kan de innige omhelzing tussen banken en nationale overheden worden doorbroken.
 
Deze stap moet snel gezet worden. Zolang de resolutie van banken nog een nationale aangelegenheid blijft, kan Europees toezicht niet goed werken, en dreigt een valse start voor de bankenunie. Er is immers een spanningsveld tussen een Europese toezichthouder, die beslist over het voortbestaan van een bank, en een nationale resolutieautoriteit, die de gevolgen daarvan voor zijn rekening neemt. Daarbij kan een Europese resolutieautoriteit met een compleet arsenaal aan interventie-instrumenten zorgen voor een tijdige aanpak van problemen. Hiermee wordt voorkomen dat niet-levensvatbare banken overeind worden gehouden. Een Europees resolutiemechanisme biedt ook een duidelijk en geharmoniseerd raamwerk voor de verdeling van verliezen bij resolutie. Het leidende principe daarbij moet zijn: van bail-out naar bail-in. Verliezen moeten uiteindelijk vooral worden gedragen door de aandeelhouders en de crediteuren. Een dikke laag achtergestelde obligaties, zoals voorgesteld door Liikanen, maakt bail-in geloofwaardig en beschermt depositohouders en het depositogarantiestelsel. Pas in laatste instantie kan een beroep worden gedaan op Europese private en publieke vangnetten.
 
Maar voor een toekomstbestendige bankenunie is ook een derde stap nodig. Juist vanwege de verwevenheid tussen financiële instellingen, financiële markten en de reële economie is het niet voldoende om toezicht te houden op de verschillende onderdelen van het financiële systeem. Een van de belangrijkste lessen van de crisis is dat financiële stabiliteit vraagt om beleid dat zich richt op het financiële systeem als geheel.
 
Voor Europa is deze les bij uitstek van belang. De huidige problemen bij Europese banken en overheden maken duidelijk dat toezichthouders en centrale banken onvoldoende in staat waren de opbouw van onevenwichtigheden tegen te gaan. En dat geldt niet alleen voor landen als Ierland, Spanje en Cyprus. Ook in Nederland zijn kwetsbaarheden ontstaan doordat de spiraal van sterk groeiende kredietverlening en stijgende vastgoedprijzen vanaf eind jaren ’90 onvoldoende werd afgeremd. Deze voorbeelden onderstrepen het belang van macroprudentieel beleid, dat zich expliciet richt op de aanpak van systeemrisico’s. Dit geldt des te meer binnen de eurozone, waar de wisselkoers en de rente als aanpassingsinstrumenten op lokaal niveau ontbreken.
 
Veel lidstaten hebben dit ter harte genomen. In diverse landen worden macroprudentiële autoriteiten opgericht, die tot taak hebben de financiële stabiliteit te bevorderen en de opbouw van financiële onevenwichtigheden tegen te gaan. Op Europees niveau ontbreekt vooralsnog een duidelijk stabiliteitsmandaat. Dit hiaat moet worden gevuld. We moeten vermijden dat we straks in Europa het monetair beleid en het toezicht op banken tot in de puntjes geregeld hebben, om er achter komen dat we het beleid gericht op financiële stabiliteit zijn vergeten.
 
De oprichting van een Europese toezichthouder is een belangrijke eerste stap op weg naar een Europese bankenunie. Pas als we ook de resolutie van banken en het macroprudentiële beleid goed hebben geregeld, kan de bankenunie daadwerkelijk een bijdrage leveren aan duurzame financiële stabiliteit in Europa'.