Ten geleide van het ECB maandbericht april

Nieuwsbericht
Datum 11 april 2013

De Raad van Bestuur heeft op basis van zijn reguliere economische en monetaire analyses tijdens zijn vergadering op 4 april besloten de basisrentetarieven van de ECB onveranderd te laten.

De HICP-inflatie is zoals voorzien verder gedaald, en de prijsontwikkelingen op de middellange termijn zouden beperkt moeten blijven. De monetaire en kredietdynamiek bleven gematigd. De inflatieverwachtingen voor het eurogebied blijven stevig verankerd in overeenstemming met de doelstelling van de Raad van Bestuur het inflatiecijfer op de middellange termijn onder maar dicht bij 2% te houden. Tegelijkertijd heeft de zwakke economische bedrijvigheid zich in het eerste deel van het jaar voortgezet en wordt voor de tweede helft van dit jaar een geleidelijk herstel voorzien, omgeven met neerwaartse risico’s. Tegen deze algemene achtergrond zal de monetairbeleidskoers voor zolang als nodig is accommoderend blijven. In de komende weken zal de Raad van Bestuur alle binnenkomende gegevens over economische en monetaire ontwikkelingen zeer nauwlettend blijven volgen en de invloed ervan op de vooruitzichten voor de prijsstabiliteit beoordelen. Het is essentieel dat overheden voortmaken met de invoering van structurele hervormingen op nationaal niveau en het toezicht in het eurogebied versterken, waaronder de invoering van de bankenunie. Zij moeten tevens voort blijven bouwen op de met begrotingsconsolidatie geboekte vooruitgang, en doorgaan met de herstructurering van de financiële sector.

Tevens volgt de Raad van Bestuur nauwlettend de geldmarktomstandigheden en hun mogelijke invloed op de monetairbeleidskoers en de doorwerking ervan in de economie. Zoals al eerder aangegeven, zal de Raad van Bestuur zo lang als noodzakelijk vasterentetenders met volledige toewijzing blijven uitvoeren.

Wat betreft de economische analyse, was de uitkomst voor het reële bbp voor het vierde kwartaal van 2012 zwak, waarbij de tweede raming van Eurostat een krimp van 0,6% kwartaal-op-kwartaal aangaf. De daling was grotendeels het gevolg van een afname van de binnenlandse vraag, maar weerspiegelde tevens een daling van de uitvoer. Recente gegevens en indicatoren bevestigen dat de economische zwakte zich in het eerste deel van het jaar heeft voortgezet. Vooruitblikkend zou de groei van de uitvoer vanuit het eurogebied moeten profiteren van een herstel van de mondiale vraag en zou de monetairbeleidskoers moeten bijdragen aan het ondersteunen van de binnenlandse vraag. Bovendien zouden de verbeteringen in de financiële markten sinds de afgelopen zomer moeten gaan doorwerken in de reële economie, ondanks recente onzekerheden. Bij elkaar genomen, zou dit de economische bedrijvigheid in het eurogebied moeten helpen stabiliseren en in het tweede deel van het jaar moeten leiden tot een geleidelijk herstel. Tegelijkertijd zullen de noodzakelijke balansaanpassingen in de particuliere en overheidssector, en de daarmee verband houdende krappe kredietvoorwaarden, blijven wegen op de economische bedrijvigheid.

Deze economische vooruitzichten voor het eurogebied blijven onderhevig aan neerwaartse risico’s. Deze risico’s omvatten de mogelijkheid van een nog zwakker dan verwachte binnenlandse vraag en een trage of onvoldoende tenuitvoerlegging van structurele hervormingen in het eurogebied. Deze factoren kunnen mogelijkerwijs de verbetering van het vertrouwen drukken en daardoor het herstel vertragen.

Volgens de flash raming van Eurostat beliep de HICP-inflatie in maart 2013 jaar-op-jaar 1,7%, tegen 1,8% in februari. De aanhoudende daling van de inflatie op jaarbasis weerspiegelt voornamelijk de ontwikkelingen in de energiecomponent van de prijsindex. Vooruitblikkend, zou de prijsontwikkeling op de middellange termijn beperkt moeten blijven in een klimaat van zwakke economische bedrijvigheid in het eurogebied. De inflatieverwachtingen zijn stevig verankerd en in overeenstemming met prijsstabiliteit op de middellange tot lange termijn.
De risico’s voor de vooruitzichten voor de prijsontwikkeling op de middellange termijn zijn globaal genomen nog steeds in evenwicht, waarbij de opwaartse risico’s verband houden met hogere door de overheid gereguleerde prijzen en indirecte belastingen en met hogere olieprijzen, en waarbij de neerwaartse risico’s voortvloeien uit de zwakkere economische bedrijvigheid.

Wat de monetaire analyse betreft, blijft het onderliggende tempo van monetaire expansie gematigd. Het groeitempo op jaarbasis van M3 nam in februari af tot 3,1%, tegen 3,5% in januari. De groei op jaarbasis van het enge monetaire aggregaat M1 steeg in februari naar 7,0%, ten opzichte van 6,6% in januari. Tegelijkertijd versterkte de depositobasis van MFI’s in een aantal landen die onder druk staan in februari verder.

Het groeitempo op jaarbasis van leningen (gecorrigeerd voor verkopen van leningen en securitisatie) aan niet-financiële vennootschappen en huishoudens bleef in februari globaal onveranderd, op respectievelijk -1,4% en 0,4%. De gematigde kredietdynamiek weerspiegelt grotendeels de huidige fase van de conjunctuur, verhoogd kredietrisico en de verdergaande aanpassingen van de balansen in de financiële en niet-financiële sector. Tegelijkertijd wijst de beschikbare informatie over de toegang tot financiering van niet-financiële vennootschappen op krappe kredietvoorwaarden, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen in verscheidene landen van het eurogebied.
Teneinde de toereikende transmissie van het monetair beleid naar de financieringsvoorwaarden in de landen van het eurogebied te waarborgen, is het van essentieel belang dat de fragmentatie van kredietmarkten in het eurogebied verder wordt teruggedrongen en dat de schokbestendigheid van banken waar nodig wordt versterkt. Er is sinds vorige zomer echter aanzienlijke vooruitgang geboekt in het verbeteren van de financieringssituatie van banken, het versterken van de binnenlandse depositobasis in landen waar onrust heerst, en het verminderen van de afhankelijkheid van het Eurosysteem, zoals blijkt uit terugbetalingen van de driejaars langerlopende herfinancieringstransacties. Verdere doelgerichte stappen bij het opzetten van een bankenunie zullen bijdragen tot verwezenlijking van deze doelstelling. In het licht van recente ervaringen dient door de Raad van Bestuur vooral te worden benadrukt dat het toekomstig gemeenschappelijk toezichtsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme essentiële elementen zijn voor de herintegratie van het bankenstelsel en daarom snel moeten worden ingevoerd.
Samenvattend en rekening houdend met het besluit van de Raad van Bestuur van 4 april, blijkt uit de economische analyse dat de prijsontwikkelingen in overeenstemming met prijsstabiliteit op middellange termijn zouden moeten blijven. Een toetsing aan de uitkomsten van de monetaire analyse bevestigt dit beeld.

Wat het begrotingsbeleid betreft, moeten landen van het eurogebied voortbouwen op hun inspanningen om de begrotingstekorten van de overheid te verminderen en blijven doorgaan met het doorvoeren van structurele hervormingen, waardoor de houdbaarheid van de begroting en de economische groei onderling worden versterkt. Begrotingsbeleidsstrategieën moeten worden aangevuld met groeibevorderende structurele hervormingen. Dergelijke hervormingen moeten ambitieus en breeds opgezet zijn en de productmarkten, waaronder netwerkindustrieën, de arbeidsmarkt en de modernisering van het openbaar bestuur omvatten. Om de werkgelegenheid te ondersteunen, moet de loonvorming flexibeler worden en beter afgestemd zijn op de productiviteit. Deze hervormingen zullen landen helpen bij hun inspanningen om weer concurrerend te worden, de basis te leggen voor duurzame groei en het macro-economisch vertrouwen helpen herwinnen.

Dit nummer van het ECB-Maandbericht bevat twee artikelen. Het eerste artikel geeft een beschrijvende samenvatting van de belangrijkste gestileerde feiten in het eerste deel van de enquête van het Eurosysteem naar de financiering en consumptie van huishoudens. De nadruk ligt daarbij op de verdeling van de passiva van huishoudens en indicatoren van financiële druk. Verder wordt gekeken naar de activa van huishoudens en de verdeling van het netto vermogen in het eurogebied. Het tweede artikel geeft een toelichting op de Bazel III-liquiditeitseisen en beschrijft de kenmerken die van bijzonder belang zijn voor het Eurosysteem. Verder wordt aangegeven waarom de liquiditeitsnormen relevant zijn voor centrale banken, waarbij in detail wordt ingegaan op het verband tussen liquiditeitsnormen en monetairbeleidstransacties.