Aandeel arbeid in de economie daalt derde jaar op rij

Nieuwsbericht
Datum 23 juni 2017

Geld dat in de marktsector verdiend wordt, komt de laatste jaren in meerdere mate bij bedrijven en in mindere mate bij werkenden terecht. Het aandeel van de arbeidsinkomsten, de zogeheten arbeidsinkomensquote (AIQ), daalde in 2016 voor het derde jaar op rij.

Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Deze cijfers zijn gebaseerd op een herziene berekening van de AIQ.

Van elke euro die in 2016 in de marktsector werd verdiend, ging 73 cent naar werknemers en zelfstandigen als arbeidsinkomen. Het arbeidsinkomen is hierbij gelijkgesteld aan de totale beloning van werknemers plus de inkomsten uit arbeid van zelfstandigen. De overige 27 cent van elke verdiende euro vormden de winsten van bedrijven. In 2013 was de verhouding nog 78 om 22 procent. De arbeidsinkomensquote is een belangrijke indicator voor de vraag waar de verdiensten van een economie terechtkomen.

Grafiek 1: Arbeidsinkomensquote van de marktsector

Arbeidsinkomensquote van de marktsector

Bron: CBS 

AIQ op laagste niveau sinds 2007

De arbeidsinkomensquote in de marktsector begon na 2003 sterk te dalen. Aan deze daling kwam in de jaren 2008-2009 een einde. Daarbij speelt een rol dat de economie in 2009 sterk kromp. Hierdoor vielen de bedrijfswinsten sterk terug en werd het relatieve aandeel van de arbeidsinkomsten dus groter. In de periode van economisch herstel vanaf 2014 herstelden de bedrijfswinsten en liep de AIQ weer terug. In 2016 was de AIQ nog wel hoger dan in 2007, toen het laagste punt over de jaren 1995-2016 werd bereikt. Het hoogste punt over die periode lag overigens aan het begin. In dat jaar (1995) ging van elke euro nog 81 cent naar de werkenden.

Verschillen tussen bedrijfstakken

De AIQ verschilt sterk per bedrijfstak. In de regel is de AIQ hoog in arbeidsintensieve bedrijfstakken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de specialistische zakelijke dienstverlening, de bouw en de horeca. In meer kapitaalintensieve bedrijfstakken zoals de energievoorziening, de industrie en de ICT is de AIQ juist relatief laag. 

Grafiek 2: Arbeidsinkomensquote bedrijfstakken binnen de marktsector

Arbeidsinkomensquote bedrijfstakken binnen de marktsector

Bron: CBS

Voor sommige bedrijfstakken heeft de AIQ weinig betekenis. Dit geldt bijvoorbeeld voor het openbaar bestuur en de overheidsdiensten, waar de winst gelijkgesteld is aan 0. Hierdoor is de AIQ per definitie gelijk aan 1. In dit bericht is daarom alleen aandacht besteed aan de marktsector.

Vandaag verschijnt ook het gezamenlijke onderzoek van CBS, CPB en DNB over de wijziging van de berekeningswijze van de arbeidsinkomensquote, waarop de hier gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd. Dit onderzoek toont aan dat de internationaal gebruikelijke methode die tot voor kort werd gebruikt voor het vaststellen van inkomsten uit arbeid van zelfstandigen ontoereikend was. Gezien het toenemende aandeel van zelfstandigen in het totaal aantal werkenden werd hierdoor ook een verkeerd beeld gegeven van de recente ontwikkeling van de AIQ.

 

Verklarende links

AIQ
De arbeidsinkomsten gedeeld door de totale verdiensten binnen een economie (of een deel ervan). Voor werknemers bestaat het arbeidsinkomen uit de beloning (de lonen plus de sociale premies ten laste van werkgevers) . Voor zelfstandigen is het arbeidsinkomen gelijkgesteld aan het netto gemengd inkomen. De niet-arbeidsgerelateerde verdiensten worden gevormd door het netto exploitatieoverschot van bedrijven (de ‘winsten’).

Marktsector
Onder de marktsector wordt hier verstaan de totale economie minus de overheid, de gezondheids- en welzijnszorg, de bedrijfstak ‘verhuur van en handel in onroerend goed’, de delfstoffenwinning en de financiële dienstverlening. Doorgaans wordt de financiële dienstverlening wel tot de marktsector gerekend. Voor de financiële dienstverlening is een AIQ volgens de nieuwe berekeningswijze alleen zinvol in combinatie met de verhuur van en handel in onroerend goed. Daarom is er in deze publicatie voor gekozen ook de financiële dienstverlening buiten de marktsector te houden.