Persbericht: Inleiding president bij de persconferentie Jaarverslag 2011

Persbericht
Datum 29 maart 2012

2011 Is in economisch opzicht een onstuimig jaar geweest. Grote onzekerheid, volatiele markten en tegenvallende groei kenmerken het afgelopen jaar. Kortom, alle ingrediënten voor financiële instabiliteit. Vooral na de zomer was sprake van hernieuwde onrust als gevolg van de Europese schuldencrisis die DNB in al haar kerntaken heeft geraakt.

Persconferentie JV Klaas Knot

In de beleidsreactie op de crisis is in 2011 onmiskenbaar veel bereikt, maar wel in een te traag tempo. Tekortlanden hebben aanpassingsprogramma’s ingevoerd, Europese afspraken voor strakkere beleidsdiscipline zijn in de steigers gezet, een Europese financieringsfaciliteit is opgericht en banken werken aan herkapitalisaties.   
  
  
  
De urgentie om deze beleidsinspanningen tot een goed einde te brengen, wordt er niet minder om nu de markten zich in iets rustiger vaarwater lijken te bevinden.
 
Dat laatste kan voor een deel op het conto van de ECB worden geschreven. De ECB is tot het uiterste gegaan om de aanpassingsprocessen binnen de muntunie te ondersteunen met onconventionele monetaire instrumenten. Maar laat er geen misverstand over bestaan: de ECB maatregelen kunnen de schuldencrisis niet oplossen. Er is enkel tijd gekocht, tijd die nu moet worden gebruikt om met voorrang de overheidsfinanciën op orde te brengen, het groei- en concurrentievermogen van de Europese landen te vergroten, en het bankwezen te herkapitaliseren.
 
De noodzaak tot drastische aanpassingen verschilt van land tot land. Maar deze is zeker geen exclusieve Zuid-Europese aangelegenheid. Ook Nederland, dat nog steeds kan bogen op relatief goede economische prestaties, staat voor grote uitdagingen. Met de hoogste status van kredietwaardigheid en een relatief lage werkloosheid hebben we veel te verliezen.
 
Doordat de groei van de beroepsbevolking langzamerhand tot stilstand komt, moeten we de komende jaren rekening houden met structureel lagere groeicijfers. Vooral tegen die achtergrond is de ontwikkeling van de overheidsfinanciën zorgwekkend. Zelfs als het overheidstekort volgend jaar tot 3% van het bruto binnenlands product wordt beperkt, blijft de overheidsschuld stijgen. De schuldquote verwijdert zich daarmee steeds verder van de vereiste norm van 60%. Wil Nederland blijven profiteren van een lage rente, dan is het zaak om nu ernst te maken met tekortreductie.
 
Ook de Nederlandse concurrentiepositie is minder goed dan vaak wordt gedacht. Sinds 1999 zijn de Nederlandse arbeidskosten per eenheid product met ruwweg 25% gestegen. Dit terwijl het arbeidskostenniveau van bijvoorbeeld Duitsland over die jaren nauwelijks is gestegen. De groei van de Nederlandse uitvoer blijft al anderhalf jaar achter bij de groei van de relevante wereldhandel. Nederland verliest dus marktaandeel. Behalve een gematigde loonontwikkeling zijn hier structurele hervormingen op de arbeidsmarkt de aangewezen manier om het aanpassingsvermogen en de arbeidsproductiviteit van de Nederlandse economie te vergroten.

Persconferentie JV Directie

Specifiek voor Nederland is de hypotheekschuld een bron van zorg. De in internationaal verband hoge schuld maakt huishoudens en de overheid gevoelig voor de ontwikkelingen op de huizenmarkt, en confronteert banken met een financieringsprobleem. Een integrale aanpak is nodig, waarbij op geleidelijke en voorspelbare wijze de maximale hypotheeksom en de fiscale renteaftrek worden beperkt.
 
Dit alles om een einde te maken aan de huidige praktijk van maximaal lenen en minimaal aflossen.
 
Het weerstandsvermogen van de Nederlandse banken is de afgelopen jaren aanzienlijk versterkt. Verder bufferherstel door kostenreducties, winstinhoudingen, en een zeer terughoudend beloningsbeleid blijft echter noodzakelijk. Dit geldt niet alleen voor de banken, maar evenzeer voor verzekeraars en pensioenfondsen. De waarde van adequate buffers kan niet worden overschat, zo hebben we als belangrijkste les van de kredietcrisis geleerd.
 
Tot slot. Als DNB hebben we in 2011 onze toezichttaken op een breed front aangescherpt en versterkt. Werkwijze, organisatie en cultuur zijn aangepakt met als doel tot een meer risicogeoriënteerde en vooral een meer resultaatgerichte toezichtaanpak te komen. Wij maken ons onverminderd sterk voor financiële stabiliteit, stabiliteit die onontbeerlijk is voor een duurzame welvaart in Nederland. Herstel van vertrouwen heeft voor ons als directie dan ook de hoogste prioriteit.
 
 
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Herman Lutke Schipholt (tel.nrs. 020-524 2712 en 06-524 96 900), Kees Verhagen (tel.nrs. 020-524 2272, en 06-211 23 922), Flore Kraaijeveld (tel. nrs. 020-524 3091 en 06-3102 8660) en Remko Vellenga (tel. nrs. 020 – 524 2712 en 06-524 96 574).