Persbericht: Kortingen pensioenfondsen vallen lager uit

Persbericht
Datum 22 januari 2013

Voorlopige cijfers van de Nederlandsche Bank (DNB), gebaseerd op de maandrapportage van december 2012 van pensioenfondsen, wijzen uit dat circa 70 pensioenfondsen de komende periode een besluit tot het doorvoeren van een korting per 1 april 2013 zullen moeten aankondigen.

Deze kortingen, die zowel betrekking hebben op uitkeringen alsook opgebouwde pensioenrechten, zullen naar schatting 2,0 miljoen actieve deelnemers, 1,1 miljoen gepensioneerden en 2,5 miljoen zogenoemde slapers raken (noot 1). De gewogen gemiddelde (noot 2) korting op basis van deze schatting bedraagt 1,9%.

In vergelijking met de voorgenomen kortingen zoals deze vorig jaar door pensioenfondsen zijn besloten en aangekondigd, valt het aantal fondsen dat daadwerkelijk een korting moet doorvoeren, alsook de gemiddelde korting van deze fondsen, daarmee lager uit. Toen zag het er naar uit dat circa 103 pensioenfondsen met een herstelplan niet aan kortingen zouden ontkomen (zie persbericht dd. 20 februari 2012), waarbij de gewogen gemiddelde korting 2,3% bedroeg.
 
Deze positieve ontwikkeling komt door een stijging van de dekkingsgraad per jaarultimo in vergelijking tot 2011. De gemiddelde dekkingsgraad per jaarultimo is uitgekomen rond de 102%, een stijging in vergelijking met de 98,2% van ultimo december 2011. Behalve aan gunstige ontwikkelingen op aandelenmarkten, is dit herstel voor ruim 3 procentpunt toe te schrijven aan een nieuwe berekeningsmethode van de verplichtingen op de lange termijn, de introductie van de zogenoemde UFR (noot 3) die in de zogenoemde septemberbrief van 24 september 2012 werd aangekondigd 2012 (zie persbericht dd. 24 september 2012).

De gemiddelde korting van 1,9% die nu uit de voorlopige cijfers naar voren komt, betekent overigens niet dat gepensioneerden hun inkomen met hetzelfde percentage zien dalen. Dat komt doordat gepensioneerden pensioen ontvangen in aanvulling op de AOW.
 
De pensioenfondsen die in april moeten korten, moeten hun deelnemers en gepensioneerden uiterlijk 1 maart 2013 daarover hebben geïnformeerd. Bij de voorlopige cijfers over de te verwachten kortingen is rekening gehouden met de fondsen die vorig jaar hebben aangegeven gebruik te maken van de mogelijkheid om de korting per 1 april 2013  te maximeren op 7%. De nog resterende door te voeren kortingen van deze fondsen worden  doorgeschoven naar volgend jaar.
 
Volgens dezelfde voorlopige cijfers moeten naar verwachting circa 40 pensioenfondsen ook nog een voorwaardelijke korting aankondigen die eventueel wordt doorgevoerd per 1 april 2014. Het betreft dan naar schatting 1,3 miljoen actieve deelnemers, 0,7 miljoen gepensioneerden en 1,1 miljoen zogenoemde slapers. De gewogen gemiddelde korting voor deze fondsen bedraagt 1,6%. Deze voor te nemen kortingen, die ook dit voorjaar bekend worden gemaakt, zijn nog niet definitief en mede afhankelijk van de dekkingsgraad van pensioenfondsen per ultimo 2013. Ook deze per 1 april 2014 door te voeren korting kan worden gemaximeerd op 7% indien pensioenfondsen voldoen aan de voorwaarden uit de septemberbrief.
 
De kortingen zijn noodzakelijk geworden om de buffers van pensioenfondsen te herstellen. De meeste pensioenfondsen hebben een herstelplan dat eind van dit jaar afloopt en erop gericht is om in maximaal vijf jaren de dekkingsgraad terug te brengen op een niveau van circa 105%, het wettelijk minimaal vereiste niveau. De herstelperiode bedraagt in de regel drie jaren, maar is in 2009 verlengd tot vijf jaren tegen de achtergrond van de financiële crisis.
 
Bij de bovenstaande cijfers is nog geen rekening gehouden met eventuele aanvullende maatregelen die pensioenfondsen nemen om de dekkingsgraad weer op peil te brengen, bijvoorbeeld bijstortingen door de werkgever. In dat geval kan het aantal kortingsfondsen lager uitvallen, evenals de hoogte van de korting.
 
Medio februari moeten pensioenfondsen hun definitieve cijfers over de dekkingsgraad per jaarultimo en de eventuele kortingen bij DNB indienen als onderdeel van de evaluatie van hun herstelplannen. DNB zal spoedig na ontvangst van deze definitieve cijfers van de pensioenfondsen hierover (voor de sector als geheel) communiceren. Na ontvangst van de evaluatie van herstelplannen zal DNB zo snel mogelijk een oordeel vormen over de evaluatie 2012. DNB streeft ernaar de pensioenfondsen die een korting moeten doorvoeren voor 1 maart 2013 te informeren, maar zal die fondsen in ieder geval uiterlijk voor 1 april 2013 geïnformeerd hebben.
 
Een aantal pensioenfondsen zal in de komende periode, nadat de interne besluitvorming is afgerond, zelf de publiciteit zoeken over eventuele kortingen. Daarnaast zal de Pensioenfederatie pensioenfondsen die een korting gaan doorvoeren, vragen zich op vrijwillige basis bij haar te melden. De Pensioenfederatie wil de namen van deze fondsen op 19 februari bekendmaken. Pensioenfondsen dienen zelf de per 1 april a.s. door te voeren kortingen uiterlijk 1 maart aan hun deelnemers te communiceren.
 
Naast de circa 70 pensioenfondsen die naar verwachting 1 april 2013 een korting zullen moeten doorvoeren, zijn er ook 5 pensioenfondsen die ultimo 2012 reeds een korting hebben doorgevoerd. De kortingen bij deze vijf fondsen raken circa 4000 actieve deelnemers, 5000 gepensioneerden en 6000 slapers.
 
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Tobias Oudejans (tel. nrs. 020-524 3100 en  06-524 96 961) en Remko Vellenga (tel. nrs. 020-524 2712 en 06-524 96574).

 

 

Noten

Noot 1: Pensioendeelnemers en gepensioneerden die van werkgever zijn gewisseld en niet aan waardeoverdracht hebben gedaan, kunnen meerdere keren zijn meegeteld.
Noot 2: Dit betreft een gewogen gemiddelde, gewogen op basis van de technische voorzieningen (pensioenverplichtingen) van  de kortingsfondsen. Deze bedroegen ultimo Q3 2012 circa 400 miljard. De totale technische voorziening van alle rapporterende fondsen was ultimo Q3 2012 circa 900 miljard.
Noot 3: Ultimate Forward Rate: dit betreft een schatting van de risicovrije rentes op (zeer) lange termijn, vanuit de gedachte dat deze lastig uit financiële markten zijn af te leiden.