Persbericht: Inleiding president bij de persconferentie Jaarverslag 2012

Persbericht
Datum 14 maart 2013

De groei van de wereldeconomie is in 2012 tegengevallen. Hieraan liggen de ongezonde balansen van financiële instellingen, overheden en huishoudens ten grondslag. De correctie van onevenwichtigheden, die van land tot land verschillen, vergt tijd. De huidige periode van laagconjunctuur is de prijs voor eerder genoten groei, die achteraf bezien niet duurzaam is geweest.

Persconferentie DNB jaarverslag 2012

Niettemin is er zeker ook positief nieuws te melden. In het eurogebied is vorig jaar het fundament gelegd voor een keer ten goede. Zo zijn afspraken gemaakt om de muntunie te versterken. Het meest vergaande besluit is de oprichting van de bankenunie. Daarmee wordt de negatieve wisselwerking tussen nationale overheden en banken doorbroken, die zich de afgelopen jaren in alle hevigheid heeft gemanifesteerd.

Veelzeggend zijn ook de vorderingen die landen als Ierland, Portugal en Spanje hebben geboekt op het terrein van hun concurrentiepositie en handelsbalans. 2012 is tevens het jaar waarin de ECB krachtige instrumenten heeft ingezet om de onomkeerbaarheid van de muntunie te onderstrepen.
 
De groeivertraging van de Nederlandse economie is scherper dan in de landen om ons heen. Onze economie is het levende bewijs dat financiële scheefgroei in het verleden een conjuncturele prijs heeft. De huidige slechte groeiprestaties hebben in belangrijke mate hun oorsprong in de jaren negentig van de vorige eeuw. De economie kon toen fors groeien mede dankzij het verzilveren van de spectaculaire huizenprijsstijging, de hausse op de beurzen, en de te lage pensioenpremies. Nu de huizenprijzen zijn gedaald, de pensioenpremies verhoogd, en de schulden tot houdbare proporties moeten worden teruggebracht, zien we de keerzijde: negatieve vermogens- en inkomenseffecten die de consumptie en de economische activiteit afremmen.
 
De waarde van een evenwichtige financiële ontwikkeling die paal en perk stelt aan een overmatige schuldopbouw, kan hiermee nauwelijks beter worden geïllustreerd. Het woonakkoord, waarin onder meer een einde wordt gemaakt aan de praktijk van maximaal lenen en minimaal aflossen, is dan ook een belangrijke stap voorwaarts. Een andere kwetsbaarheid die samenhangt met de hoge hypotheekschulden betreft de afhankelijkheid van banken van marktfinanciering dat steeds moeilijker beschikbaar is. Een grotere betrokkenheid van pensioenfondsen bij de hypotheekfinanciering is daarom welkom, en kan de woningmarkt een duwtje in de goede richting geven.
 
Het mag Nederland conjunctureel tegenzitten, in de basis staat onze economie er goed voor. Internationale vergelijkingen wijzen hierop. De concurrentiepositie is sterk en de participatiegraad ligt nog steeds op een hoog niveau. De aangekondigde hervormingsmaatregelen voor de arbeidsmarkt en de verhoging van de pensioenleeftijd zijn nodig om de gunstige uitgangspositie van Nederland vast te houden.
 
De Nederlandse overheidsfinanciën zijn echter nog niet op orde. Daarom moet het begrotingstekort in 2014 tot onder de 3% worden gebracht. Anders dan veel andere landen uit het eurogebied heeft Nederland nog steeds een tekort indien de rentebetalingen buiten beschouwing worden gelaten, het  zogeheten primaire begrotingssaldo. De lopende uitgaven overtreffen nog steeds de lopende inkomsten. Dat het totale tekort nog relatief beperkt is, is eerder te danken aan de ongekend lage rente dan aan een stringente uitgavenbeheersing. Het laat zich raden wat er gebeurt als de rente weer gaat stijgen. Een ander argument voor extra actie is de verkeerde trend van het zogeheten structurele begrotingssaldo, dat corrigeert voor de conjunctuur. Zonder aanvullende maatregelen verslechtert dit saldo volgend jaar opnieuw, en raakt daarmee verder af van de streefwaarde zoals afgesproken in het Regeerakkoord.
 
Ook de financiële instellingen maken lastige tijden door. Dat is een belangrijke reden dat internationaal de invoering van nieuwe raamwerken voor het toezicht, zoals Bazel III en Solvency II, is uitgesteld. Enig uitstel verdient de voorkeur boven afzwakking van de nieuwe regels. Dat neemt niet weg dat de stap naar het nieuwe regime tijdig moet worden ingezet. Onze nieuwe toezichtaanpak ziet er dan ook op toe dat de instellingen al zo veel mogelijk voorsorteren op de invoering van de raamwerken. Buiten kijf staat de noodzaak tot verdergaand bufferherstel, door (loon)kostenreducties en winstinhoudingen.
 
Tot slot, in zowel Europa als Nederland zijn betekenisvolle hervormingen in gang gezet en worden financiële kwetsbaarheden teruggebracht. De implementatie van structurele maatregelen en de sanering van overmatige schuldposities zijn langdurige en pijnlijke processen. Maar dat mag geen reden zijn om de hervormingsmaatregelen af te zwakken. Ze zijn onontbeerlijk voor financiële stabiliteit, economische groei, en daarmee voor een duurzame welvaart.