Persbericht: Inleiding president persconferentie Jaarverslag 2015

Persbericht
Datum 24 maart 2016

Het zijn economisch spannende tijden. De groeivooruitzichten van de wereldeconomie zijn met behoorlijke onzekerheden omgeven. Er zijn twijfels over de kracht van het economisch herstel in de VS. Ook de economieën van de opkomende landen, China voorop, herbergen de nodige conjuncturele risico’s. De recente wispelturigheid van de financiële markten weerspiegelt de toegenomen onzekerheden. De gevestigde industrielanden mogen blij zijn als de groei dit jaar de 2% nadert. Dat is een minder gunstig perspectief dan een jaar geleden nog kon worden geschetst.

Inleiding president persconferentie Jaarverslag 2015

Hoewel ook voor de eurolanden de verwachtingen neerwaarts zijn bijgesteld, geniet het eurogebied nog steeds een gematigde economische groei die inmiddels 11 kwartalen voortduurt. Dit conjuncturele beeld is minder ongunstig dan soms gedacht, maar daarom nog geen reden voor zelfgenoegzaamheid. Integendeel. De uitdagingen liggen weliswaar voor het belangrijkste deel aan de aanbodkant van de economie, in een enkel Europees land is echter ook ruimte voor extra bestedingen zoals in de sfeer van de lonen of de overheidsinvesteringen. De tijd dringt voor Europa om maatregelen te versnellen die het concurrentievermogen, het aanpassingsvermogen en daarmee het structurele groeipotentieel vergroten. Met het ongekend ruime monetaire beleid wordt tijd gekocht die overheden in staat stelt om de noodzakelijke structurele hervormingen door te voeren én - daar waar nodig - de begrotingen op orde te brengen.

De bal ligt meer dan ooit op het speelveld van de politiek, zeker nu het monetaire instrumentarium vrijwel is uitgeput. Feit is dat in de huidige omstandigheden een ruim monetair beleid onvermijdelijk is. De lage rente reflecteert economische trends als vergrijzing, het mondiale spaaroverschot en de lage productiviteitsgroei. Maar ook de intensiteit waarmee het monetaire beleid verruimd is, heeft vanzelfsprekend bijgedragen aan de huidige lage rente.

De lage rente heeft niet kunnen voorkomen dat in het eurogebied nog steeds sprake is van een situatie met lage inflatie, afnemende inflatieverwachtingen, en een beperkte groei van de kredietverlening. Anders dan in de VS loopt de financiering van economische activiteit in het eurogebied voor het allergrootste deel via de banken. Daardoor zijn instrumenten die direct aangrijpen bij het bancaire leenkanaal, zoals TLTRO’s, in potentie effectiever dan kwantitatieve verruiming. Transmissie van dit laatste instrument naar de reële economie blijft met onzekerheden omgeven.

Kortom, de grenzen van het stimulerend beleid zijn in zicht. De leenkosten vormen al enige tijd geen restrictie op bestedingen meer, en het financiële stelsel is overspoeld met liquiditeit. Er is sprake van afnemende meeropbrengsten en mogelijkerwijs toenemende bijwerkingen.

De exit uit dit ruime monetaire beleid werpt ook haar schaduw vooruit. Een ordentelijke exit vereist dat lidstaten onhoudbare staatsschuldposities met voorrang terugdringen. Het monetaire beleid raakt hierdoor steeds meer verstrikt met budgettaire ontwikkelingen. Het normaliseren van het huidige beleid heeft ook gevolgen voor nationale centrale banken zelf. Zo impliceert een toekomstige rentestijging balansrisico’s voor de toekomstige winstgevendheid van DNB. Mede hiertoe hebben wij als directie besloten de komende jaren een algemene risicovoorziening te gaan treffen.

De huidige lage rente heeft tot veel discussie geleid in de Nederlandse pensioenwereld. Dat heeft te maken met de unieke kenmerken van het Nederlandse pensioenstelsel, waar gespaard wordt voor een toegezegde pensioenuitkering. Door de lage rente worden hier de dekkingsgraden geraakt. Dit kan de Nederlanders juist aanzetten tot additionele besparingen, waardoor het rentewapen bot wordt. Dit tegendraadse effect geldt echter vooral voor lidstaten met kapitaal gedekte pensioenen, en kan dus niet zonder meer worden gegeneraliseerd voor het eurogebied als geheel, waarvoor de ECB uiteindelijk haar monetair beleid vaststelt.

De rentegevoeligheid bewijst eens te meer de noodzaak om het huidige pensioenstel met voorrang te vernieuwen. In de huidige omstandigheden is ons stelsel niet langer in staat nominale zekerheden te bieden. Dit is een van de grote uitdagingen waar de Nederlandse economie voor staat. Om zich te weer te stellen tegen de grillen van de wereldeconomie moet Nederland doorgaan met het eigen huis op orde te brengen. Het aanpakken van nationale onevenwichtigheden blijft noodzakelijk om externe schokken zo goed mogelijk op te vangen, zonder onnodig welvaartsverlies.

Doordat Nederlandse huishoudens zowel veel lenen (via de hypotheken) als veel sparen (via de pensioenopbouw) én weinig liquide buffers hebben, zijn huishoudens kwetsbaar, wordt onze consumptie volatiel, en daarmee de economie als geheel. Een verdere afbouw van de fiscale prikkels die deze lange balansen mogelijk hebben gemaakt, is dan ook nodig. Dat vergroot niet alleen de weerbaarheid van de Nederlandse economie, maar kan ook zorgen voor een consumptiepatroon dat beter aansluit op de behoeftes die de Nederlander per levensfase heeft.

Dankzij de lage rente is de timing nu gunstig om bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek sneller te verlagen dan nu is voorzien. Verder is het evident dat de schatkist profiteert van de lage rente. Hier ligt een open kans om de komende jaren de overheidsfinanciën structureel op orde te brengen. Een klein begrotingsoverschot in economisch goede tijden moet daarbij het leidend beginsel zijn om zodoende de Nederlandse economie schokbestendiger te maken.

Tot slot: de internationale onzekerheden mogen groot zijn, zowel de Europese als de Nederlandse economie bevinden zich nog steeds in een opgaande lijn. Dit economisch herstel moet worden gekoesterd. Dan helpt voorspelbaar en beproefd beleid.

De vermogensopbouw in beeld
DNB heeft vorig jaar onderzoek gedaan naar de vermogensopbouw in Nederland. Op dit moment is het zo dat Nederlanders zowel veel lenen (hypotheken) als veel sparen (pensioenopbouw), maar weinig buffers hebben. Deze vermogensopbouw geeft risico's voor de economie. DNB brengt het in beeld.