Persbericht: Lage rente uitdaging voor gehele financiële sector; integriteit blijft zorgpunt

Persbericht
Datum 19 mei 2016

De lage rente vormt een belangrijke uitdaging voor de gehele financiële sector. Zowel voor banken als verzekeraars heeft de lage rente nu en op de langere termijn ingrijpende consequenties voor het bedrijfsmodel, terwijl in de pensioensector de lage rente de noodzaak vergroot om te komen tot een nieuw pensioencontract. Tegelijkertijd onderstrepen de recente internationale publicaties over mogelijke integriteitsschendingen bij de activiteiten van onder meer banken en trustkantoren, de zogenoemde ‘Panama papers’, opnieuw de noodzaak van verdere stappen in de verbetering van de integriteit van de financiële sector.

Staat van het Toezicht
Dit stelden de DNB-directeuren Toezicht Jan Sijbrand en Frank Elderson vandaag bij een persbijeenkomst ter gelegenheid van de nieuwe jaarlijkse DNB-publicatie, de ‘Staat van het Toezicht’. Daarin schetst DNB de stand van zaken in de financiële sector vanuit het oogpunt van de toezichthouder, en legt zij terugblikkend verantwoording af over de inspanningen die zij heeft verricht in het toezicht op de financiële sector en het resultaat daarvan. De ‘Staat van het Toezicht’ vormt samen met de in november vorig jaar gepubliceerde ‘Toezicht Vooruitblik 2016’ de nieuwe jaarlijkse verantwoordingscyclus van de prudentieel toezichthouder op de financiële sector in Nederland.    

Lagere rentemarge banken
Voor wat de banken betreft zal de lage rente op termijn een belangrijke drukkende factor kunnen worden voor de rentemarge, de belangrijkste inkomstenbron van banken. Om de daling van de rentemarge het hoofd te bieden, kunnen banken proberen de financieringskosten te verlagen, maar vooralsnog lijkt het niet waarschijnlijk dat banken bijvoorbeeld negatieve rentes zullen rekenen aan sparende consumenten. Het op peil houden van de rentemarge hangt verder samen met onzekere factoren zoals de mate van concurrentie, de vraag naar nieuwe leningen en de keuze voor behoud van marktaandeel versus winstgevendheid, factoren waarmee de banken rekening dienen te houden bij de beoordeling van hun bedrijfsmodel.  

Inzet voor een realistischer UFR verzekeraars
Verzekeraars staan al langere tijd onder druk van de lage rente, onder meer omdat de eerdere toezeggingen in vooral de levenssector bij een lagere rente tot een steeds hogere waarde van de toekomstige verplichtingen leiden en daarmee de solvabiliteitsratio’s aanhoudend onder druk zetten. De invoering begin dit jaar van het nieuwe toezichtkader Solvency II zorgt voor een betere weerspiegeling van de ontwikkelingen op de financiële markten in de cijfers van de verzekeraars. Maar door de aanhoudend lage rente op de financiële markten is de in Solvency II gebruikte rente waarmee verplichtingen worden verdisconteerd niet langer realistisch. Dat komt in belangrijke mate door de zogenoemde Ultimate Forward Rate (UFR), die momenteel onvoldoende rekening houdt met marktomstandigheden als een lage rente.

DNB zet zich dan ook in Europees verband in voor een aanpassing van de bepaling van de UFR volgens een methode die beter rekening houdt met de economische realiteit. Specifiek betekent dit dat DNB de Nederlandse UFR-methode voor pensioenfondsen de meest geschikte methode vindt. Deze methode is in 2013 door de Commissie UFR geadviseerd als meest realistische methode om de rekenrente vast te stellen en is door het kabinet omarmd voor pensioenfondsen.  

Bewaking integriteitsrisico’s
Op het gebied van de integriteitsrisico’s zijn financiële instellingen in 2015 door de toezichthouder aangesproken op hun verantwoordelijkheden. Vervolgonderzoek laat zien dat inmiddels het merendeel over een analyse van deze risico’s beschikt die in opzet voldoende is. Dat betekent echter ook dat nog altijd niet alle instellingen in staat zijn hun integriteitsrisico’s voldoende in beeld te brengen of te beheersen. Voor de slecht scorende instellingen worden toezichtmaatregelen overwogen. Daarnaast is er vervolgonderzoek gestart dat inzicht moet geven in de vraag of de juiste risico’s worden geïdentificeerd en of de geconstateerde risico’s in de praktijk worden opgevolgd met adequate maatregelen en procedures. 

De publicaties rond de ‘Panama papers’ tonen wat DNB betreft nog eens het belang aan van de systematische bewaking van integriteitsrisico’s bij financiële instellingen. Steeds duidelijker wordt dat het in integriteitskwesties niet alleen gaat om strikt de letter van de wet te volgen, maar ook om telkens de vraag te stellen of een bepaalde handeling in het maatschappelijk verkeer als betamelijk kan worden beschouwd. DNB houdt de publicaties rond de ‘Panama papers’ nauwlettend bij, en heeft mede naar aanleiding daarvan een nieuwe uitvraag gedaan bij trustkantoren en een selectie van banken, verzekeraars en pensioenfondsen naar de mogelijke betrokkenheid bij zaken zoals genoemd in de publicaties. 

Einde Persbericht

Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Tobias Oudejans (tel. 020-524 3100, 06-524 96 961).