Persbericht: Inleiding president persconferentie Jaarverslag 2016

Persbericht
Datum 30 maart 2017

De wereldeconomie ontwikkelt zich opvallend positief. Onverwachte gebeurtenissen, zoals de Brexit en de uitkomst van de Amerikaanse verkiezingen, hebben het economische herstel tot op heden bepaald niet in de weg gestaan. Niettemin zijn er op de langere termijn wel degelijk neerwaartse risico’s. Protectionistische sentimenten en weerstand tegen globalisering werpen hun schaduw vooruit. Deze zetten de bijl aan de wortel van een economische orde gebaseerd op vrijhandel en multilaterale samenwerking, die deelnemende landen een ongekende welvaartsgroei heeft gebracht.

Persconferentie Jaarverslag

Ondertussen geniet Europa een redelijk economisch herstel, dat mede onder de impulsen van de ECB nu al een kleine 4 jaar aanhoudt. Het is daarom tijd het ruime monetaire beleid in het eurogebied geleidelijk te normaliseren. Gevaar voor deflatie, voor zover bij de start van het aankoopprogramma al reëel, is geweken. De inflatie loopt momenteel zelfs zichtbaar op, waarmee de grond wegvalt voor het onconventionele monetaire beleid. Tegelijkertijd nemen de ongewenste neveneffecten toe. Het risicokompas van financiële markten raakt vertroebeld, en het gevaar neemt toe dat huishoudens, bedrijven en overheden zich te veel aan de lage rente laven. Zij verliezen zo prikkels om hun balansen op te schonen, structurele hervormingen door te voeren en zo hun weerbaarheid op peil te brengen voor minder royale tijden. Bij de uitfasering zal wel geduld moeten worden betracht; na langdurige toediening van zware medicatie kan men de dosering slechts geleidelijk terugbrengen.  

Met het onconventionele monetaire beleid heeft de ECB tevens tijd gekocht voor Europese overheden om hervormingen door te voeren. Die zijn erop gericht de concurrentiekracht en het groeivermogen van hun economieën te vergroten. Dit aanpassingsproces heeft zich in onvoldoende en ongelijke mate voltrokken, gezien het feit dat de Europese economieën sinds enige tijd niet meer naar elkaar toegroeien. Grote sprongen voorwaarts in Europese integratie zijn op dit moment moeilijk voor te stellen. Maar een aantal kleinere stappen kan al effectief zijn om de stabiliteit en welvaart in de muntunie te vergroten en de verschillen terug te brengen. Te denken valt aan verbreding en verdieping van de interne markt, en aan het handhaven, versimpelen en versterken van de Europese regels die gelden voor de nationale begrotingen en voor het tegengaan van macro-economische onevenwichtigheden. Ook de versterking van de bankenunie door de introductie van een Europees depositogarantiestelsel kan behulpzaam zijn. Essentieel is ten slotte dat de disciplinerende werking van de financiële markten wordt hersteld, zeker daar waar de naleving van onderlinge afspraken problematisch blijft.  

Nederland

Nederland heeft een periode van omvangrijke bezuinigingen en hervormingen achter de rug. De economie staat er inmiddels goed voor. De economische groei is hoog, het tempo waarmee de werkloosheid daalt, blijft verrassen en er prijkt een overschot op de begroting. Nu de tijd van crisismanagement achter ons ligt en het dak gerepareerd is, verkeert Nederland in een relatief comfortabele uitgangspositie om het huis verder op orde te brengen. De inzet blijft de Nederlandse economie veerkrachtiger, stabieler en daarmee duurzamer te maken.  

Een bron van onevenwichtigheid blijft het spaar- en leengedrag van Nederlandse huishoudens. Doordat zij én teveel lenen (via hypotheken) én teveel sparen (vooral via verplichte pensioenenbesparingen), staan huishoudens in sterke mate bloot aan schommelingen van de conjunctuur en financiële markten. De zogenoemde lange balansen van gezinnen verklaren onder meer de grilligheid van de Nederlandse economie, die op haar beurt weer zorgt voor fors fluctuerende overheidsfinanciën. Een economie met een dergelijk hollen-en-stilstaan karakter gaat met onrust en onzekerheid gepaard en kost per saldo welvaart.  

Een verdere afbouw van de fiscale prikkels die het spaar- en leengedrag van huishoudens stimuleren, is dan ook nodig, zoals bijvoorbeeld een versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Dit zou onderdeel moeten zijn van een omvangrijke herziening van het belastingstelsel, dat verder voorziet in een meer neutrale behandeling van vermogens en een meer neutrale behandeling van consumptie. Een en ander creëert ruimte voor verlaging van de tarieven in de inkomstenbelasting, hetgeen een verdere stimulans voor de werkgelegenheid betekent.  

De overheid kan overigens zelf een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van een stabielere conjunctuur. Door in goede tijden een surplus van circa 1% van het bruto binnenlands product op de begroting te houden, kunnen in kwetsbare jaren bezuinigingen achterwege blijven.  

Fiscaal ligt er ook een uitdaging om de groeiverschillen tussen vaste en flexibele arbeidscontracten in goede banen te leiden. Daar waar de groei van het aantal flexbanen vooral fiscaal en/of juridisch gedreven is, is er reden voor bijsturing. Een te groot verschil tussen ‘vast’ en ‘flex’ verhindert immers een efficiënte werking van de arbeidsmarkt. Anderzijds is vast werk in Nederland wel erg vast ten opzichte van andere landen.  

Ons pensioencontract is de houdbaarheidsdatum voorbij. Verwachtingen worden niet waar gemaakt, het draagvlak onder jongeren wordt aangetast, terwijl ouderen onvoldoende worden beschermd tegen kortingen. Deze tijd vraagt om een stelsel waarin deelnemers duidelijkheid over hun persoonlijk pensioenvermogen wordt verschaft en waarin ruimte is voor een leeftijdsafhankelijk beleggingsbeleid.  

Ook de huizenmarkt behoeft verdere hervorming. Naast afbouw van de hypotheekrenteaftrek moet het maximaal toegestane hypotheekbedrag op termijn verder omlaag, naar 90% van de waarde van het huis. Om dit mogelijk te maken, moet het aanbod van huurwoningen in het middensegment fors omhoog om een gezonde doorstroming op de woningmarkt te bewerkstelligen.  

De financiële sector ondergaat nog altijd ingrijpende veranderingen. Bijna 10 jaar na het uitbreken van de financiële crisis hebben regelgeving en toezicht een grondige renovatie ondergaan. De toepassing van technologische innovatie (fintech) is in een stroomversnelling gekomen. De langdurig lage rente doet zich in alle sectoren voelen en zet druk op de verdienmodellen. Ook de beheersing van risico's op het vlak van terrorismefinanciering, witwassen en sanctieregelgeving blijft een uitdaging. Dit samenstel van factoren doet een groot beroep op het verandervermogen van financiële instellingen, en vereist onverminderde waakzaamheid in ons toezicht.  

Genoemde hervormingen hebben één gemeenschappelijk kenmerk: ze zijn nodig voor duurzame welvaart in Nederland. Dat is een economische groei die financieel, sociaal en ecologisch op lange termijn houdbaar is. Voor wat dat laatste betreft: wellicht de meest urgente en meest universele uitdaging is de noodzaak om onze economie klimaatneutraal te maken. Daarvoor is onder meer een langetermijnvisie nodig, bijvoorbeeld vastgelegd in een klimaatwet, die aangeeft hoe de transitie voor de verschillende sectoren moet verlopen. Sleutel voor een succesvolle overgang is een betere beprijzing van CO2-uitstoot. Daarnaast biedt de energietransitie voor de Nederlandse economie ook kansen. Geloofwaardig en voorspelbaar beleid helpt daar zeker bij.