Inleiding President bij de persconferentie over het Jaarverslag DNB 2019

Persbericht
Datum 27 maart 2020

We spreken elkaar vandaag naar aanleiding van het Jaarverslag van De Nederlandsche Bank over 2019. In mijn inleiding bij het Jaarverslag heb ik de vergelijking getrokken met de situatie van 10 jaar geleden. Mijn stelling was dat de wereld in de afgelopen 10 jaar zodanig is veranderd, dat we op een aantal belangrijke terreinen geheel nieuwe keuzes zullen moeten maken. Inmiddels kan ik ongeveer hetzelfde zeggen over de periode van de afgelopen 10 dagen. Hoe anders was de wereld nog maar enkele weken geleden. In een paar weken tijd heeft het coronavirus de wereld in een diepe crisis gestort.

Over de hele wereld zijn ongekende maatregelen genomen om de verspreiding van het virus te vertragen. Maatregelen die grote delen van de samenleving en daarmee ook de economie platleggen. Het staat vast dat de mondiale economie hiervan een harde klap gaat krijgen. Ook het eurogebied en Nederland zullen te maken krijgen met een recessie. Over hoe lang en diep die zal zijn, tasten we nog in het duister.

We kunnen wel kijken naar wat er is gebeurd in China, dat immers een aantal weken op ons voorloopt en waar de economie weer langzaam in beweging komt. Daar lijkt de economische impact fors. Bestedingen van consumenten en bedrijven daalden in januari-februari met ongeveer 20 tot 25% ten opzichte van vorig jaar, de industriële productie daalde met bijna 15%. Eerste schattingen wijzen op een krimp van de Chinese economie in het eerste kwartaal tussen de 4 en 9% op jaarbasis. Sommige analisten verwachten een sterk herstel in het tweede kwartaal, maar veel zal afhangen van ontwikkelingen elders in de wereld en ook de vraag of er al dan niet een tweede golf van besmettingen zou optreden.

Voor het eurogebied en Nederland zijn nog geen harde data beschikbaar, maar het is goed mogelijk dat de aanvankelijke krimp sterker zal zijn dan tijdens de kredietcrisis. Dat wordt ook bevestigd door recente zachte indicatoren, waaronder PMI-cijfers, die op niet eerder vertoonde wijze zijn gekelderd. Het wordt ook bevestigd door de gisteren gepubliceerde scenario-analyse van het CPB. In drie van de vier scenario’s is de ogenblikkelijke neergang dieper dan in de kredietcrisis. Ook op de arbeidsmarkt gaan harde klappen vallen, en dat zal vooral werknemers met een tijdelijk contract raken, die internationaal vergeleken in Nederland weinig bescherming genieten. Wie daarmee met stelligheid beweert dat de bbp-groei dit jaar ergens binnen deze scenario’s uitkomt, die heeft het mis. Terecht waarschuwt het CPB dat vanwege de uitzonderlijk grote onzekerheid de scenario’s niet mogen worden opgevat als een onder- of bovengrens.

De economie komt gedeeltelijk tot stilstand uit noodzaak om het virus in te dammen. De directe oorzaak van de economische crisis ligt dus niet, zoals bij de vorige crisis, in de economie of in de financiële sector zelf. Dit is in eerste aanleg een medische crisis. Er is daarom hoop op een relatief snel herstel zodra het virus eenmaal onder controle is. Er is geen reden te veronderstellen dat we na deze crisis hetzelfde taaie en pijnlijke proces van balansherstel bij banken, burgers en bedrijven hoeven door te maken als in de nasleep van de vorige crisis. Daarvoor is het essentieel dat we zoveel mogelijk permanente economische schade tegengaan door ervoor te zorgen dat banken niet in de problemen komen en bedrijven niet omvallen. Daar is het beleid van de Nederlandse regering, van DNB en van de ECB dan ook precies op gericht. Maar het betekent ook dat het monetaire en budgettaire beleid niet de oorzaak van deze in essentie exogene, medische schok kan oplossen en kan wegnemen.

Het kabinet is vorige week met een breed pakket maatregelen gekomen. Gecombineerd met het effect van de automatische stabilisatoren is de budgettaire impact dus zeer waarschijnlijk substantieel. Dit is geen reden tot zorg, want de Nederlandse overheid heeft een stevige buffer, en bovendien bieden de Europese regels de flexibiliteit om in een bijzondere situatie zoals nu tijdelijk een ruimer begrotingsbeleid te kunnen voeren.

Tegelijkertijd heeft DNB besloten om de banken extra ruimte te geven door de vereiste buffers tijdelijk te verlagen. Daarmee wordt het banken mogelijk gemaakt om hun kredietverlening in stand te houden, wat nu hard nodig is. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat dit vrijvallende kapitaal wordt gebruikt om de kredietverlening te ondersteunen, en niet voor uitbetaling van dividend of inkoop van eigen aandelen.

Eveneens vorige week heeft de ECB besloten tot een omvangrijk pakket nieuwe maatregelen om financiële markten te stabiliseren en zo de doorwerking van het monetaire beleid veilig te stellen. Er is besloten tot zeer ruimhartige leenoperaties voor banken om ervoor te zorgen dat zij in de huidige exceptionele omstandigheden hun kredietverlening aan burgers en bedrijven kunnen handhaven. Een andere belangrijke maatregel is een nieuw en tijdelijk Pandemie-noodaankoopprogramma. De ECB zal voor EUR 750 miljard aan staats- en bedrijfsobligaties aankopen tot het eind van het jaar. Daarmee zorgt de ECB ervoor dat de financieringskosten voor huishoudens, bedrijven en overheden laag blijven. De ECB zal niet toestaan dat in het eurogebied financiële fragmentatie optreedt die het gemeenschappelijke monetaire beleid ondermijnt. Binnen haar mandaat is de ECB bereid om alle beschikbare instrumenten flexibel in te zetten.

Onze nationale overheid, wijzelf en de Europese centrale bank zijn dus gedecideerd in actie gekomen. Daarbij is de uitgangspositie voor Nederland relatief gunstig. DNB heeft in de afgelopen jaren, soms tot vervelens toe, gehamerd op de noodzaak van buffers, buffers en buffers. Op deze wijze heeft Nederland aan haar weerstandsvermogen gewerkt dat nu volop zal worden aangesproken om de economische impact van de crisis te beheersen. Het is nog te vroeg voor een post mortem, maar het belang buffers op te bouwen in goede tijden, lijkt me nu al een belangrijke les van deze crisis.

Dan de Nederlandse financiële sector. Het is in deze tijden cruciaal dat de financiële sector goed blijft functioneren. Laat ik vooropstellen dat dat nu zonder meer het geval is, ook doordat banken en verzekeraars na de financiële crisis hun buffers hebben versterkt. De uitgangspositie nu is dus veel beter dan in 2008. Ook hebben instellingen hun business continuity plannen geactiveerd. Dit geldt overigens ook voor DNB zelf. Op deze manier kan cruciale dienstverlening doorgaan, zodat bijvoorbeeld het betalingsverkeer soepel blijft verlopen. En het Depositogarantiestelsel, het Depositogarantiefonds en het Single Resolution Fund zijn goed gekapitaliseerd.

DNB houdt de situatie in de financiële sector nauwgezet in de gaten en neemt waar nodig maatregelen. We houden de optie open om onze maatregelen aan te passen als de situatie daarom vraagt. We bekijken verder hoe we in het toezicht de financiële sector op dit moment praktische verlichting kunnen bieden waar dat nodig is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan termijnen voor rapportageverplichtingen en reguliere toezichtactiviteiten.

Dit betekent niet dat de vereisten die sinds de crisis zijn opgelegd, nu overboord worden gegooid. Het betekent wel dat we gebruik maken van de ruimte die de regelgeving voor dit soort situaties biedt. En in het herstel dat ontegenzeggelijk zal volgen, zal het beleid erop gericht moeten zijn om de buffers weer op het pre-crisis niveau te brengen.

Dames en heren, ik rond af. De toekomst is hoogst onzeker, want we weten niet hoe het virus zich verder gaat ontwikkelen. Wat we wel weten, is dat de economie een stevige klap oploopt. En ieder nadeel heeft ook zijn voordeel. Laten we deze crisis ook vooral gebruiken om het herstel zo in te richten dat het bijdraagt aan een duurzame groei. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de noodzakelijke vergroening van onze economie, het verder bouwen aan innovatie en digitalisering – we doen hier nu veel ervaring mee op - en de noodzaak om de groei via publieke investeringen te versterken.

Het is belangrijk dat wereldwijd overheden en centrale banken in de afgelopen weken hun verantwoordelijkheid hebben genomen en met omvangrijke crisismaatregelen zijn gekomen. In de komende weken en maanden zullen overheden en centrale banken dat blijven doen, in goed overleg en in goede samenwerking. Weet dat DNB klaar staat om dat te doen wat zij nodig acht. Laat ik u tot slot dit meegeven: we staan voor een ongekende uitdaging, maar we staan er wel met zijn allen voor. De overheid, De Nederlandsche Bank, de Europese Centrale Bank, het bedrijfsleven, de financiële sector, en bovenal de mensen in het land. We zullen ook door deze crisis heen komen. En dat zullen we met zijn allen doen.